Gevaarlijke zorgeloosheid rond hiv

Door betere medicijnen en behandelmethoden verdwijnt de angst voor hiv en aids. Een gevaarlijk misverstand, zeggen onderzoekers. ,,Vooral in bed zijn mensen optimistisch.''

Alle signalen dat er een nieuwe hiv-epidemie uitbreekt, staan op alarm, zegt sociaal psycholoog John de Wit van de Universiteit van Utrecht. We zitten, zegt Harm Hospers, op een tijdbom. Hospers is experimenteel psycholoog aan de Universiteit Maastricht. Ze doen allebei onderzoek naar hiv en aidsbesmettingen.

Gisteren presenteerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne alarmerende cijfers. Meer chlamydia, meer gonorroe, meer syfilis; het aantal geslachtsziekten is met 15 procent gestegen. En meer geslachtsziekten betekent mogelijk ook meer besmettingen met hiv (het virus dat aids veroorzaakt), zoals elders in de wereld, bijvoorbeeld in San Francisco, al is gebleken. Cijfers over hiv-besmettingen zijn er niet, of ze zijn onvolledig. Tot en met eind 1999 zijn er 6.100 nieuwe gevallen geregistreerd. ,,Maar we moeten het verder doen met schattingen,'' zegt De Wit.

De angst voor aids is voorbij, constateren Hospers en De Wit. De angst is omgeslagen in optimisme. Zij noemen het aidsoptimisme. In de jaren tachtig was er een epidemie en in de jaren negentig werd daar opnieuw voor gevreesd, zegt Hospers. ,,Toen stierven er zeker vijfhonderd mensen per jaar aan aids en iedereen was bang dat het alleen maar erger zou worden.'' Maar het werd niet erger, de epidemie bleef uit door de komst van de combinatietherapie. ,,De ziekte bleek behoorlijk behandelbaar, je kunt er tegenwoordig oud mee worden.'' Aids werd van een dodelijke ziekte een chronische.

De ziekte is beter behandelbaar, wat dat betreft is het optimisme terecht. Maar ondanks alle positieve ontwikkelingen op het gebied van medicijnen is de kans om geÏnfecteerd te raken met hiv niet kleiner geworden. Door de toename in risicogedrag is de kans eerder groter geworden. Juist het optimisme leidt tot onveiliger gedrag. ,,Vooral in bed zijn mensen optimistisch. Het zal wel goed komen, denken ze dan en laten het condoom achterwege.''

Als de besmetting in een vroeg stadium wordt ontdekt, kunnen medicijnen voorkomen dat hiv uitloopt op aids. Maar het zijn geen paracetamolletjes die je slikt, zegt Gert de Groot uit Mill. Bij hem en zijn partner werd in 1994 ontdekt dat ze besmet waren. Sinds die tijd slikken ze medicijnen. ,,Het is een levenslange chemokuur.'' Het begon, toen de combinatietherapie net was ontdekt, met drie keer per dag pillen slikken, in totaal dertig, nu slikken ze twee keer per dag de helft van dat aantal. ,,Het is bij ons thuis een enorm geregel. Ik moet altijd eten bij de pillen, liefst iets vets, mijn partner moet juist drie uur nuchter zijn voordat hij ze inneemt.''

Hij kent de `hosanna-verhalen' over de combinatietherapie ook, maar zegt hij, ,,ik ben patient geworden sinds ik pillen ben gaan slikken''. Hij heeft chronische diarree en spiertrillingen, zijn partner kreeg een leveraandoening en suikerziekte. Zij lijden allebei aan lypodystrofie. Het vet uit hun armen, benen en gezicht verplaatst zich naar de buik. Groot: ,,Mensen overlijden nu niet meer aan aids, maar aan de bijwerkingen van de medicijnen.''

Om zicht te krijgen op het aantal hiv-besmettingen en daarmee een epidemie te voorkomen, moeten er meer hiv-testen worden afgenomen, zegt Hospers. Dat vinden de grootste tegenstanders van het testen inmiddels ook. De Gezondheidsraad vond tot eind 1999 nog dat hiv-testen geen zin hadden, omdat mensen hoe dan ook veilig moesten vrijen, en als je dat deed, redeneerde de Raad, dan raakte je niet besmet. En als je toch hiv kreeg, dan had een test weinig zin, want er was toch niks aan te doen.

John de Wit was het tot voor kort eens met dat standpunt. ,,Maar ik vind nu ook dat meer testen toch beter is. Al was het maar omdat je mensen tegenwoordig wel wat te bieden hebt, namelijk medicijnen.''

Er lopen er een heleboel rond, zegt Harm Hospers, die besmet zijn en dat niet weten en dus anderen infecteren. ,,Uit onderzoek blijkt dat mensen die getest zijn en weten dat ze hiv hebben iets veiliger gaan vrijen.'' Het is een klein effect, omdat ook daar het optimisme de kop opsteekt. Degenen die behandeld worden tegen hiv, denken vaak dat ze niet meer besmettelijk zijn.

De sporen van het oude testbeleid zijn nog steeds merkbaar in Nederland, blijkt uit een rapport dat de hiv-vereniging vorige maand uitbracht. ,,Hier wordt minder getest dan in alle andere Westerse landen,'' zegt Hospers. Meer dan de helft van de homoseksuele mannen is nog nooit getest. En de manier waarop getest wordt, is schokkend, vindt de hiv-vereniging. Artsen en verpleegkundigen moeten een voor- en een nagesprek houden met degene die zich laat testen. Een gesprek in persoon, en niet zoals 42 procent van de huisartsen doet: het testresultaat telefonisch doorgeven. De gg en gd's waarschuwen voor de hiv-thuistest die geproduceerd wordt door Mirates in Rotterdam en die voor veertig gulden te koop is bij de apotheek of te bestellen is via internet. De test is veel te ingewikkeld, er gaat makkelijk iets mis. En in de bijsluiter staat wel dat de test het best uitgevoerd kan worden met iemand in de buurt voor het geval de test positief blijkt, maar dat is, vindt de hiv-vereniging, onvoldoende.

Gert de Groot en zijn vriend hebben nachtenlang moeten praten met de verpleegkundigen in het streekziekenhuis om het nieuws dat de één met aids en de ander met hiv besmet was te verwerken. Nieuws dat De Groot nogal bot was verteld door de internist. ,,Ik was in het ziekenhuis om mijn vriend steunen. Ik voelde me niet lekker, dus de arts vroeg of ze mij ook een test mochten afnemen. Twee dagen later kwam de internist. Hij gaf me een pijnstiller en zei: jij hebt het ook. Toen liep hij weg.''