Een pintje bij de Vlaamse Leeuw

Het statig hoge renaissancistische stadhuis van het Vlaamse stadje Poperinge overvleugelt een rij hotels en restaurants langs de oude markt bijna volledig. Schuin tegenover deze herinnering aan de glorietijd der lakenindustrie staat, uit recentere tijden, een klein monument ter nagedachtenis van de Belgische slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog. Een muurtje erachter is even later te hulp geroepen om gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Dat weet je dan.

Het is een warme middag in een merkwaardig stil stadje zonder verkeersdrukte. Minder mensen, minder auto's, dat maakt wat uit, denkt de Hollander jaloers en maakt verbaasd gebruik van de gelegenheid gratis (!) op de markt te parkeren. Hier ontbreekt elk spoor van haast. Mensen lopen bedaard over smalle stoepen, of zitten samen achter koele glazen. Af en toe klinkt er uit een passerende auto een flard van een verslag over de Tour de France, die hier hoewel we vlak bij de Franse grens zijn natuurlijk Ronde van Frankrijk heet. Boven en onder de gevels is een Belgische Anton Pieck mooi aan het werk geweest. Ja, zou je kunnen zeggen, het leven houdt zich hier, waar we een hotel geboekt hebben, aan de romantische vooronderstellingen die we al meebrachten. Aan vooronderstellingen van de toerist, wel te verstaan, die nu eens niet zo snel mogelijk richting Parijs of Oostende/Zeebrugge wilde maar voor een paar dagen Zuidwest-België heeft gekozen. De provincies Oost- en West-Vlaanderen, dus ten noorden van Frankrijk en van de diagonale taallijn die het land van onze zuiderburen zo eigensoortig verdeelt én van oost naar west ordent tussen, zeg, Hasselt en De Panne en tussen zijn zielen. Daar waar, om het nog anders te zeggen, de Ronde van Vlaanderen op venijnige heuvels met wrede kinderkoppen pas spannend wordt. En waar dat roemruchte zinnetje uit de Guldensporenslag (1302) ,,wat wals is vals is, en slaat dat dood'' weliswaar overlevering is, maar nog niet helemaal overleefd.

Kortom: de schijn is waar, maar bedriegt tegelijkertijd natuurlijk ook. Wie onderweg om zich heen kijkt, kan zien dat zich in deze uiterste zuidpunt van Vlaanderenland minder dan een eeuw geleden in de vierhoek Ieper-Langemark-Diksmuide-Veurne een langdurige ramp heeft afgespeeld. Een reis naar het einde van de nacht die de aarde bloedrood kleurde. Namelijk de loopgravenoorlog The Great War die in zijn gruwelijk-fatale onbeweeglijkheid alleen hier al aan vele honderdduizenden Britten, Fransen en Duitsers het leven kostte, en ook aan tienduizenden Belgen, Canadezen, Ieren en ga zo maar door. Langs de wegen, als bij Verdun en door een historische boog daarmee nauw verbonden, liggen de militaire kerkhoven in het landschap. Zwijgend illustreren zij waarom dat Europa van vandaag, dat Europa van de Europese Unie, zo moeilijk en tegelijkertijd zo nodig is en liever niet alleen aan moderne boekhouders moet worden overgelaten. Nee. Frits, Jozias, Wim, Dick, Ad (Hail Margareth, we also want our money back), namen noemen we niet.

Stuk voor stuk zijn die erevelden prachtig onderhouden, de Britse wat minder sober dan de Duitse. Eindstations voor geweldige aantallen jonge doden, nu eens 30.000, dan weer 40.000, soms zelfs 50.000. Voor een groot deel bergen zij ongeïdentificeerden, die vaak met 40 of 50 man onder één steen liggen. Hier en daar liggen ze soms ook met een paar honderd op een inderhaast gemaakt veld tussen of achter woonhuizen, je kan erheen over een paadje langs het bleekveld of de moestuin van de bewoners die je als kleinzoon inschatten en vriendelijk knikken. De stadjes zijn, met het destijds geheel platgeschoten Ieper als mooiste voorbeeld, vaak geheel gerestaureerd. Soms ook zijn zij, je ziet het als je naar oude foto's kijkt, bijna geheel in nieuwbouw herschapen. Dat valt op nabij Passendale, waar een Brits-Frans-Belgisch offensief in 1917 geheel vastliep en de Britten in honderd dagen 300.000 mensen verloren, en in Langemark-Poelkapelle, waar 44.000 Duitse doden liggen (die in 1940 bezoek kregen van de gewezen korporaal A. Hitler, toen al geavanceerd tot Grösster Feldherr aller Zeiten). Daar zijn die stille dodenakkers mooi op afstand gebracht door de vooruitgang per nieuwbouwplan. ,,Wablief'', zei de oude autochtoon, ,,dat kerkhof? Dat ligt daarbuiten.'' En wees ons met zijn vinger naar eergisteren.

Overmorgen is het 87 jaar geleden dat koning Albert I der Belgen weigerde te voldoen aan de Duitse eis van vrije militaire doortocht richting Duinkerken. Conform het al in 1900/01 gemaakte plan van de Duitse chef generale staf Von Schlieffen had de Reichswehr door Nederland en België snel met een 3,8 miljoen man sterke macht via Noordwest-Frankrijk naar Parijs moeten doorstoten om, na een Franse capitulatie binnen acht weken, de handen vrij te hebben voor de oorlog met Rusland. Dat liep heel anders, Schlieffens opvolger Von Moltke had al in 1909 het neutrale Nederland uit het opmarsplan gehaald, misschien wel omdat Kaiser Wilhelm II een zwak had voor koningin Wilhelmina en omdat Berlijn bang was om Londen te provoceren. En die acht weken aan het Westfront werden vier jaar. De Belgen zelf verdedigden zich zo goed mogelijk maar moesten in twee maanden toch via Antwerpen terug naar de laatste verdedigingslinie in Vlaanderen, waar zij zich, geleid door hun koning, en met Britten en Fransen, ingroeven en een deel van het front onder water zetten. Waarmee de Reichswehr tot staan kwam en het doek voor de loopgravenoorlog aan de IJzer opging.

Er gebeurde nog wat anders. De Vlaamse beweging, gericht op emancipatie tegen de Waalse overheersing op politiek, cultureel en sociaal gebied, kreeg in die oorlogsjaren een enorme impuls. Wie daarover meer wil weten moet gaan kijken in de IJzertoren in Diksmuide, waar over 22 etages de `Geschiedenis van de Vlaamse Ontvoogding' in de beide afgelopen eeuwen in eigen perspectief wordt weergegeven en waarvandaan binnenkort (26 augustus) de 74ste IJzerbedevaart wordt gehouden. En waar je als Hollander pas goed beseft hoe ingewikkeld het Koninkrijk der aardige Belgen in elkaar zit. Dat smakelijke pintje zit soms in een stevige klauw van de Vlaamse Leeuw, zeker en vast.