Buskaping in buurt van Tsjetsjenië

Een onbekend aantal kapers heeft vanochtend in Zuid-Rusland een bus met tientallen passagiers gekaapt en naar het vliegveld van Mineralnje Vody gereden, even ten noorden van Tsjetsjenië.

De lijnbus tussen de steden Nevinomissk en Stavropol werd vanochtend vroeg gekaapt. Tijdens een schietpartij bij een politiepost raakten een agent en een passagier gewond, daarna reed het voertuig naar het vliegveld van kuuroord Mineralnje Vody (Mineraalwater). Tot dusver zijn veertien gijzelaars vrijgelaten, meest vrouwen, kinderen en bejaarden. Minister van Binnenlandse Zaken Boris Grizlov gelooft dat de kapers de vrijlating van Tsjetsjenen zullen eisen. Grizlov: ,,We doen geen concessies aan misdadigers.''

Het aantal kapers is nog onbekend. Russische bronnen meldden achtereenvolgens vier, twee of één kaper, bewapend met handgranaten, explosieven, automatische geweren dan wel een rookbom. Volgens persbureau Interfax betreft het één kaper die zichzelf met explosieven heeft omhangen. De veiligheidsdienst FSB leidt de onderhandelingen, een speciale FSB-eenheid is op het vliegveld gearriveerd. Een FSB-woordvoerder zei vanochtend dat nog niet is besloten de bus te bestormen, maar dat de kaper met wie de FSB onderhandelt agressief klinkt.

De buskaping lijkt een nieuw voorbeeld van heroplevend Tsjetsjeens terrorisme. In maart kaapten drie Tsjetsjenen een Russisch toestel dat van Saoedi-Arabië naar Moskou vloog. Bij een bestorming door Saoedische commando's kwam een passagier en een stewardess om het leven. Op 24 maart maakten drie autobommen in Zuid-Rusland 21 slachtoffers.

Het kapen van bussen in Zuid-Rusland was in 1994 een populaire tactiek van Tsjetsjeense bendes. Na een geslaagde buskaping in 1992 kaapten vier Tsjetsjenen in mei 1994 een schoolbus. Ze kregen geld en wapens en mochten met vier gijzelaars per helikopter uit Mineralnje Vody vertrekken. Russische legerhelikopters volgden de kapers tot in Tsjetsjenië. Drie kapers werden opgepakt, een vierde gedood. Een buskaping in juni liep eveneens goed af, een derde eindigde in juli 1994 in een bloedbad. Bij de bestorming van een helikopter waarin de kapers zaten, explodeerde een granaat: vijf doden.

Na het begin van de Tsjetsjeense oorlog in 1995 werden de aanvallen grootschaliger. In juni 1995 gijzelde krijgsheer Sjamil Basajev 1.200 mensen in Boedjonnovsk en ontsnapte. Die actie eiste 166 levens. In januari 1995 nam Salman Radoejev 3.000 mensen in gijzeling bij het dorpje Pervomaiskoje. Er vielen talloze doden; Radoejev ontkwam.