Baskenland en Madrid twisten over aanpak ETA

De Spaanse premier José María Aznar en de Baskische regio-president Juan José Ibarretxe zijn gistermiddag voor het eerst in ruim een jaar bijeengekomen om de situatie in Baskenland te bespreken. Hoewel beiden na afloop de noodzaak van dialoog en toenadering onderstreepten, leidde de bijeenkomst verder niet tot enige overstemming.

De Spaanse premier toonde zich teleurgesteld dat de Baskische regering pas in september overleg wil voeren over een betere coördinatie bij de aanpak van de Baskische terreurbeweging ETA. Aznar verwierp het voorstel van Ibarretxe om een speciale commissie `op het hoogste niveau' in te stellen die de verdere ontwikkeling van autonomie van Baskenland zou moeten gaan bestuderen.

De regerende Partido Popular in Madrid en de Baskisch-nationalistische partij PNV raakten twee jaar geleden verwikkeld in heftige ruzies, nadat de PNV een akkoord had gesloten met de ETA en haar aanhang over politieke samenwerking in ruil voor een `voorlopige wapenstilstand' van de terroristen. De PNV werd daarbij een tweeslachtige houding tegenover het ETA-geweld verweten. De regionale Baskische politie trad onvoldoende op tegen de aanhoudende terreur gericht tegen niet-nationalistische politici, intellectuelen, kunstenaars en vredesactivisten.

Het akkoord tussen de PNV en de ETA liep uit op een mislukking, nadat de terroristen anderhalf jaar geleden hun moordaanslagen hervatten. Sindsdien zijn 35 mensen om het leven gebracht (dit jaar inmiddels 12), onder wie voornamelijk regionale politici, maar ook militairen en magistraten. De in mei gehouden regionale verkiezingen in Baskenland resulteerden in een flinke winst voor de PNV, doordat veel kiezers die de vorige keer op de ETA-partij Herri Batasuna stemden dit keer de voorkeur gaven aan de meer gematigde nationalisten van de PNV.

Tijdens het gesprek gisteren kwam de mogelijkheid van een afscheiding van Baskenland niet aan de orde. Bij de afgelopen verkiezingen noemde de PNV meer regionale autonomie prominent in haar verkiezingsprogramma als stemmentrekker voor de meer radicaal-nationalistische aanhang. Hoewel de partij er vervolgens nauwelijks aandacht aan besteedde, bleef de kwestie voor de centrale regering in Madrid een belangrijke steen des aanstoots.

Ibarretxe beklemtoonde na afloop van de ontmoeting met Aznar de noodzaak van een open dialoog over zaken als zelfbestuur en `de wil van het Baskische volk'. In het gesprek onderstreepte premier Aznar het belang van een efficiëntere samenwerking bij de vervolging van de ETA. Daartoe had de regering een lijst met een aantal concrete punten opgesteld, waaronder een hardere aanpak van de straatterreur door de ETA-jeugd. Maar het overleg hierover werd door de Baskische regioleider uitgesteld tot september.