Token niggerism

In de zomer van 1982 bracht ik op uitnodiging van mijn toenmalige bovenbuurvrouw, Tara Oedayraj Singh Varma, mijn vakantie in Suriname door. Ik woonde in die tijd in een pand waar de meeste woningen in verband met een komende renovatie een jaar leeg stonden. Omdat Tara, die ik vaag kende uit feministische kringen, woonruimte zocht, had ik een etage voor haar gekraakt.

Tijdens die Surinaamse vakantie bleek al dat mijn bovenbuurvrouw in een fantasiewereld leefde. Ik had geaarzeld of ik haar aanbod om bij haar moeder in Paramaribo te logeren wel aan kon nemen. Was dat niet te veel overlast? Zou ik niet als een soort indringer... Welnee! zei Tara. We hebben een kast van een huis. Meer dan genoeg ruimte. Eenmaal in Suriname bleek dat Tara niet alleen mij, maar nog drie vriendinnen en haar Hollandse vriend, dezelfde uitnodiging had verstrekt. Het draaide uit op een brutale blanke invasie in het bescheiden huisje van Tara's moeder in de wijk Zorg en Hoop. De andere leden van het gezin moesten hun bedden afstaan en namen ons dat zacht gezegd niet in dank af. Met het schaamrood op mijn kaken ben ik het huis ontvlucht.

Alles wat Tara me ooit verteld had – over haar achtergrond, haar opleiding, haar vlucht naar Nederland voor een dreigende uithuwelijking – bleek van a tot z te zijn verzonnen. Het was een pijnlijke en genante ervaring. Ik besloot mijn verstandhouding met haar te beëindigen en nooit meer iets van haar te geloven.

Van een afstandje volgde ik haar politieke loopbaan die bezaaid leek te zijn met perikelen en schandaaltjes, telkens het gevolg van grootspraak, megalomane fantasieën en een deerniswekkend onvermogen. Telkens leek zij boven haar macht te grijpen. Het gebrek aan de capaciteiten die nodig waren om zich als politica waar te maken, compenseerde ze met sterke verhalen over extreem-rechtse bedreigingen, blanke complotten, discriminatie en andere vormen van slachtofferschap.

Toen Oedayraj Singh Varma bekendmaakte aan een terminale ziekte te lijden en maanden wegbleef uit de Tweede Kamer, aanvankelijk zonder haar lidmaatschap daarvan te beëindigen, overheerste ongeloof mijn geschoktheid. De twijfel werd tot bijna-zekerheid toen Singh Varma in een groot afscheidsinterview in Trouw van 10 februari jl. meedeelde dat zij overleg voerde met haar notaris over euthanasie. Sinds wanneer valt vrijwillige levensbeëindiging onder verantwoordelijkheid van een notaris? De Trouw-verslaggever had deze onzin met droge ogen opgetekend zonder uitleg te vragen.

,,Ik voorspel een wonderbaarlijke genezing door een pandit in Suriname of India'', zei ik een paar maanden geleden tegen de parlementair redacteur van De Telegraaf toen het geval-Tara ter sprake kwam. Maar hoe ik ook twijfelde aan het waarheidsgehalte van het tragische verhaal, ik gaf daar alleen uiting aan tegenover collega-journalisten en in besloten kring. Eerlijk gezegd zat ik met een journalistiek dilemma tussen de beroepsneiging om erover te schrijven en de ijzeren wet dat vermoedens geen grond voor publicatie mogen zijn. Een journalistiek onderzoek leek onhaalbaar: het medisch ambtsgeheim hoort onschendbaar te zijn en te blijven.

Zelfs nu GroenLinks naar buiten heeft gebracht dat Tara haar partijgenoten aangaande haar ziekte heeft misleid, houd ik mijn twijfels over de vraag of er voldoende feitelijke basis is gelegd voor deze beschuldiging. Het Tros-programma waarin schuldeisers en persoonlijke vijanden hun wantrouwen in het bestaan van de ziekte kenbaar maakten, voldeed niet aan de journalistieke norm dat aantijgingen pas publicabel zijn als ze kunnen worden hardgemaakt. Zoiets vereist in dit geval dat je de beschikking hebt over de uitkomsten van medisch onderzoek. De Tros steunde alleen op partijdige bronnen. Vervolgens liet GroenLinks, na eerst verontwaardigd te hebben verklaard dat Tara wel degelijk stervende was en zienderogen achteruit ging, haar vallen met een beroep op verklaringen van door Tara genoemde artsen. Maar ik betwijfel of zij werkelijk medici gemachtigd heeft Rosenmöller vertrouwelijke informatie te verschaffen.

Daarmee blijft het raadsel bestaan en is de vraag aan welke terminale ziekte Singh Varma lijdt, opgegaan in een andere kwestie, namelijk de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van GroenLinks. Als ik op grond van een kortstondige ervaring van bijna twintig jaar geleden al genoodzaakt was te denken dat de ex-politica een pathologische fantaste is, hoe kan het dan dat mensen die jarenlang dag in, dag uit met haar gewerkt hebben dat niet zouden hebben vastgesteld? Zelfs als je, geen arts zijnde, onmogelijk met zekerheid kunt zeggen wat er aan de hand is, dan nog is er geen enkele reden om iemand met de reputatie van Singh Varma te overladen met eerbewijzen en van haar afscheid een pathetisch spektakel te maken. Met het zweet in mijn handen heb ik de taferelen aangezien. Heeft dan werkelijk niemand in GroenLinks iets doorgehad? Zoveel goedgelovigheid en naïviteit moet voor onbestaanbaar worden gehouden. Bovendien zit er een arts in de fractie.

Ik veronderstel dat hier eerder sprake is geweest van verregaande onverschilligheid dan van mededogen. Niemand in GroenLinks is op het idee gekomen Tara tegen zichzelf in bescherming te nemen. Op z'n minst getuigt dat van gebrek aan beoordelingsvermogen en mensenkennis, maar er zijn ook politieke verklaringen denkbaar. Tara is in de politiek een specimen geweest van wat men in de Verenigde Staten aanduidt als token niggerism. GroenLinks wilde goede sier maken met een etnische excuustruus die als uithangbord werd gekandideerd en niet op grond van capaciteit of verdienste.

`Token niggerism' is een vorm van racisme. Het is een uiting van neerbuigendheid. Hoeveel dédain steekt er niet achter de door GroenLinks aangenomen houding: van een zwarte vrouw mag je kennelijk niet verwachten dat zij integer te werk gaat en het cliëntelisme dat Singh Varma in de politiek bedreef hoort nu eenmaal bij de Surinaamse cultuur. Daarbij kwam ongetwijfeld de laffe angst om door cliënten van Singh Varma (de Surinaamse achterban waar ze steeds mee schermde) voor racist te worden uitgemaakt. Zowel in menselijk als in politiek opzicht heeft GroenLinks zich in deze affaire gediskwalificeerd door Tara in haar slachtofferrol te bevestigen en die zelfs lange tijd ongegeneerd te exploiteren.

Ach Tara, arme Tara.