Gier

Op vakantie kom je vaak enge dieren tegen. Tenminste, dat overkomt Isabella Lanz regelmatig. En zomerserie over bijtgrage en andere boze dieren.

'S ZOMERS GA IK vaak lopen, liefst in de bergen. Simpelweg de ene voet voor de andere zetten en genieten van het landschap. Behalve gezond voor lijf en leden is dat avontuurlijk. Je maakt altijd wel iets mee: een donderslag bij heldere hemel, het pad loopt uit in een ravijn, een beest kruist je weg. Dat laatste gebeurt zelfs regelmatig. Zo liep ik over een Lange Afstand Pad door de Pyreneeën - in mijn eentje, wat nogal stom is. Ik had net een lastig parcours achter de rug, werd verwonderd nagestaard door wat berggeiten en begon vol goede moed aan de beklimming van een kale helling, toen ik hoog boven me een roofvogel zag vliegen: een gier. Hij draaide in achten en cirkelde langzaam maar zeker op me toe. Het sierlijke patroon van zijn vlucht kon me op dat moment gestolen worden. Want ook zonder gedegen vogelkennis snapte ik dat cirkelen betekende dat hij prooi in 't vizier had: mij aanzag voor een bergmarmot of knapperig geitenjong.

Nu had ik eens eerder meegemaakt dat een vogel, een huis-tuin-en-keuken beo me aanviel. Ik herinnerde me levendig de klauwen in mijn schouders en de snavel die naar mijn ogen pikte. Het werd tijd om maatregelen te treffen. Ik dook ineen onder mijn rugzak zoals een pad onder zijn schild en hield mijn bergstok in de aanslag. Als de gier aanviel, zou ik hem een fikse mep verkopen. Zover kwam het niet. De gier vertrok vanzelf en ik kon mijn pad vervolgen.

Niet lang geleden zag ik in de Pyreneeën een stel gieren. Deze keer stond ik hoog en droog op een berg en keek op hen neer. Dat gaf me eerlijk gezegd een behoorlijk goed gevoel.

Kwam jij ook enge dieren tegen op vakantie? Schrijf erover of teken erover. Stuur aan NRC Kinderpagina, Postbus 3372, 1001 AD Amsterdam. Zet ENG op enveloppe, en altijd naam, leeftijd en adres op je brief.