Een `onherstelbaar bedorven' protocol

De Verenigde Staten hebben nu ook het protocol over biologische wapens afgewezen. Een vergelijking met de afwijzing van het Kyoto-protocol dringt zich op. Maar dat is niet terecht.

Opnieuw heeft de regering Bush verhinderd dat een internationaal verdrag van kracht werd. Deze maal verwierp zij de tekst van een protocol dat na ruim 25 jaar de VN-conventie tegen biologische wapens praktische bruikbaarheid had moeten geven. De Amerikanen vinden dat het protocol te weinig garanties biedt tegen bedrog door schurken-staten. Bovendien zouden de wederzijdse inspecties die het protocol voorschrijft bedrijfsgeheimen van de Amerikaanse industrie in gevaar brengen.

De regering Bush noemt het protocol, waaraan al vanaf 1994 wordt gewerkt, sinds kort `onherstelbaar bedorven': flawed beyond repair. De vergelijking met het Kyoto-protocol (`fatally flawed') dringt zich op. Toch zijn er belangrijke verschillen, al was het maar omdat wapenverdragen anders functioneren dan milieuverdragen. De conventie tegen biowapens moet een mogelijke ontwikkeling voorkomen, het klimaatverdrag moet een bestaand proces beëindigen.

Van groot belang is dat de Amerikanen nog steeds van harte steun verlenen aan de conventie van 1972 tegen productie en opslag van gevaarlijke bacteriën, virussen en biologische gifstoffen met het doel die als wapen te gebruiken. (Het gebruik van biologische en chemische wapens is al sinds 1925 verboden in het protocol van Genève.) Zij namen daarvoor zelf het initiatief, in de periode waarin ook het non-proliferatieverdrag (de NPT tegen verspreiding van kernwapens) en het het antiraket-raket-verdrag (ABM-verdrag) werden gesloten.

Vast staat ook dat de Amerikanen de geheime ontwikkeling van biologische wapens als een groot gevaar zien, al gaat binnen de VS de laatste jaren de aandacht zeker zo sterk uit naar bedreigingen van de zijde van terreurgroepen: de `non-state actors'. Het probleem is dat biologische wapens die, anders dan chemische wapens (zoals mosterdgas en zenuwgassen), al in minieme hoeveelheden een groot gevaar zijn en dat ook zeer lang blijven, makkelijk zonder al te ingewikkelde apparatuur of bijzondere grondstoffen geproduceerd kunnen worden. Clandestiene productie verraadt zich in feite uitsluitend door de uitgebreide veiligheidsmaatregelen die het personeel treft. Of door een incident.

De Amerikaanse afwijzende houding wordt daarom misschien ook ingegeven door het besef dat aan deze binnenlandse dreiging weinig te doen valt. En dat tegen buitenlandse dreiging al twee mechanismen in stelling zijn te brengen. De ongeveer dertig landen aangesloten bij de informele `Australië-groep' hebben buiten de conventie om sinds 1990 praktische maatregelen tegen verspreiding van biowapens genomen. De Australië-groep van voornamelijk Westerse staten kwam halverwege de jaren tachtig tot stand toen bleek dat in de oorlog Iran-Irak gifgas werd ingezet. Men besloot aan al te gemakkelijke verkrijgbaarheid van grondstoffen voor chemische wapens een einde te maken en stelde een lijst op van chemicaliën waarvoor voortaan een export-vergunning nodig zou zijn. Later kwam daar een lijst van bacteriën, virussen, voedingsstoffen en apparatuur voor productie van biowapens bij. De lijst is opgenomen in de Nederlandse lijst van strategische goederen.

Het is mogelijk dat de VS dit systeem van export-controle willen uitbreiden. Men kan ook proberen vaker een beroep te doen op de bestaande conventie. Ook zonder protocol kan volgens artikel 6 van de conventie de Veiligheidsraad om een inspectie worden verzocht als er voldoende aanwijzingen zijn dat een land, aangesloten bij de conventie, de regels schendt. Tot dusver werd deze stap niet makkelijk genomen. Toen in 1980 het vermoeden rees dat zich in 1979 een zeer verdachte uitbraak van miltvuur (anthrax) had voorgedaan rond de stad Sverdlovsk heeft geen van de partijen bij de conventie om een inspectie door de Veiligheidsraad verzocht. Tot 1988 hebben Westerse veiligheidsdeskundigen en wetenschappers zich door Sovjet-wetenschappers laten wijsmaken dat het hier ging om een voedselvergiftifing. Pas in mei 1992 gaf president Jeltsin toe dat de miltvuur-uitbraak het gevolg was van een ongeluk in een fabriek voor biowapens. Het bleek dat de Sovjet-Unie, ondanks aansluiting bij de conventie, een enorm programma voor productie van biowapens had opgezet. Ook Irak en Zuid-Afrika bleken later biowapens te hebben geproduceerd. Achteraf bezien waren de aanwijzngen daarvoor misschien zo duidelijk dat de Veiligheidsraad had kunnen worden ingeschakeld.

Voorlopig blijft de conventie tegen biowapens nu zonder protocol. Anders dan bij het Kyoto-protocol het geval was, wordt niet serieus overwogen de VS maar te passeren en het protocol zònder Amerikaanse steun te ondertekenen. Theoretisch zou dat kunnen. Steun van de VS is onontbeerlijk en de radicale Amerikaanse afwijzing van het ontwerp-protocol betekent dat dit van geheel nieuwe elementen zal moeten worden voorzien. Ongetwijfeld liggen daarbij inspecties op Amerikaans grondgebied en binnen Amerikaanse fabrieken het gevoeligst. Maar helemaal zonder inspecties zal het toch niet gaan.