Singh Varma

HALF NEDERLAND, voorzover niet op vakantie, mocht de afgelopen dagen even voor dokter spelen en een oordeel vellen over de gezondheid van het voormalige Tweede-Kamerlid voor GroenLinks, mevrouw Singh Varma. Zij heeft dit jaar haar werk als parlementariër beëindigd, naar eigen zeggen omdat ze aan een ongeneeslijke vorm van kanker lijdt. Singh Varma genoot als Kamerlid een zekere populariteit. Ze bedreef een vorm van emotioneel beladen cliëntèlepolitiek die in Nederland ongebruikelijk is, maar die wel appelleert aan bepaalde kiezerswensen. Kiezers en collega's reageerden dan ook geschokt op het nieuws over haar ziekte en aangekondigde vertrek. Oude geruchten over financiële schandaaltjes waarin zij verwikkeld zou zijn, werden terzijde geschoven. Een stervend mens val je niet lastig met de onbeduidendheden van het leven.

Maar na een televisie-uitzending waarin kennissen van Singh Varma verklaarden dat zij helemaal niet ziek is sterker nog: ze zou ziekte voorwenden om de aandacht van haar schuldeisers af te leiden begon de twijfel te knagen. Partijleider Rosenmöller van GroenLinks liet de zaak uitzoeken, na zich tot het laatste moment achter Singh Varma te hebben opgesteld. Zijn partij en hijzelf kwamen door deze trieste affaire en de dynamiek die zoiets veroorzaakt, onder politieke druk te staan. Navraag bij twee artsen bracht Rosenmöller tot de conclusie dat Singh Varma niet lichamelijk ziek is, maar geestelijk in een ,,zeer verwarde toestand'' verkeert. Dat inzicht is bij de partij vrij laat en alleen onder druk van de publiciteit doorgebroken.

HOE ZIEK MEVROUW Singh Varma precies is, is ter beoordeling aan deskundigen. Feit is dat ze nu geen Kamerlid meer is, maar een privé-persoon die het recht heeft om met rust te worden gelaten. Een grondige evaluatie van deze zaak door de leiding van GroenLinks is echter wel op zijn plaats. Singh Varma was geen onomstreden lid van de Tweede Kamer. In de loop der jaren waren er signalen genoeg waaruit te concluderen viel dat nadere inspectie van haar handel en wandel nodig was. Het screenen van politici, het aan een nader onderzoek onderwerpen van hun achtergrond, ligt gevoelig. Dat neemt niet weg dat politieke partijen zichzelf en de kiezer een dienst bewijzen als zij problemen met (kandidaat-)Kamerleden tijdig onderkennen en vervolgens niet verhullen of wegwuiven. Adequate crisisbeheersing en -afhandeling op dit gebied behoort ook, en juist in deze tijd, tot politieke transparantie.