De ANWB, de fietser en de bordjes

Doe eens een test. Laat in het bijzijn van een ervaren fietser de naam `Nijkerk' vallen. Dikke kans dat hij wit wegtrekt en er kippenvel in zijn nek verschijnt. Nijkerk is een fietsersnachtmerrie.

Op de kaart lijkt Nijkerk, de poort naar de Veluwe, een gemakkelijk te nemen hindernis. Maar de bebouwde kom is nog amper begonnen of het begint al te spoken. De rode fietsbordjes sturen me de rondweg op. Volledig de verkeerde richting. Rondwegen zijn bedoeld om het centrum te ontlasten van autoverkeer. Waarom de fietser die omweg ook moet maken is me een raadsel. Bij de kerktoren staat wel een fietsbordje, maar in de eerstvolgende nieuwbouwwijk houdt die route op.

Welke route ik daarna ook kies, steeds loopt die dood in een straat die als een lus om de nieuwbouwwijk loopt.

Zo'n dorp is net een veelkoppige draak: er komen steeds meer nieuwbouwwijken bij. Dan wil ik alleen het dorp nog uit – maakt niet uit waar naar toe. Terwijl ik in mijn radeloosheid steeds sneller fiets, kom ik op drie routes tegelijkertijd. Alle aanwijsborden en paddestoelen flitsen onder en boven me langs en wijzen alle windrichtingen op. Na een half uur sta ik weer op hetzelfde kruispunt voor de rondweg.

Na meer van dit soort ervaringen (Alphen aan den Rijn, Houten, Purmerend) besloot ik voortaan altijd met een gedetailleerde kaart op pad te gaan. In de meeste gevallen zijn de ANWB-fietsroutes (met uitzondering van de fietsroutes van het Landelijk Fietsplatform) incompleet of volgen de autoroutes. Soms (wanneer de kaarten elkaar niet overlappen of verouderd zijn) ontkom je toch niet aan deze aanwijsborden.

Laatst moest ik door Almere, richting Amsterdam. Meteen na het Centraal Station wordt de fietser hier het Koningin Beatrixpark ingestuurd. De fietser zonder richtingsgevoel zal hier blijven dwalen. Na twee kilometer loopt de route vast op een zwart-wit gestreepte barricade en twee `verboden voor fietsers'-bordjes aan weerskanten. Het enige wat rest is precies dezelfde weg terugfietsen. Straatnamen als Specerijpoort, Piccolostraat of Divertimentolaan maken de omweg nog enigszins dragelijk.

Terug bij het CS kom ik tot de ontdekking dat het fietspad bij het Centraal Station, waar de route begon, als een rode loper naar Amsterdam loopt. Wat heeft de ANWB hier bezield?

Aangezet door de Kafkaiaanse Almere-ervaring test ik steekproefsgewijs enkele fietsroutes. Ik kruip in de huid van een willekeurige toerist, laten we hem Charles noemen, die afkomt op de reputatie van Nederland-Fietsland en bij het Centraal Station van Amsterdam een fiets huurt om naar Ransdorp (Waterland) te fietsen: het prachtige natte weidelandschap ten noorden van Amsterdam. De route volgt een zigzagkoers door de troosteloze straten van Amsterdam-Noord. Maar dan, aan het eind van de Beemsterstraat, ziet Charles dan toch het groen opdoemen. Eindelijk the real Dutch experience. Op dat moment wordt Charles in een hoek van negentig graden de andere kant opgestuurd om de saaiste straat van Nederland met lage flats uit de jaren zeventig te bewonderen. Genot moet uitgesteld worden.

Het eind van het verhaal is dat Charles vier kilometer in een rondje fietst. Het blijkt een bezuinigingsoperatie. De route naar Ransdorp volgt zo lang mogelijk andere richtingen (Landsmeer, Purmerend). Op de lange en kaarsrechte Markengouw is dan maar één extra bordje nodig om bij de stompe toren van Ransdorp te komen.

Of het nou het traject Delft-Rotterdam, Den Helder-Alkmaar of Amsterdam-Hilversum is, steeds stuit ik op een vreemd verschijnsel. De mooie routes liggen hier voor het oprapen, maar de ANWB weet steeds de lelijkste optie te vinden.

Tussen Delft en Rotterdam liggen prachtige, zeer Hollandse polders. Tussen Hilversum en Amsterdam de Ankeveense plassen, het toppunt van fietsgenot. Louter voor het aangenaam verpozen van de fietser is hier een smalle strook met hoge populieren op het water uitgespaard. Laat deze strook dan ook nog de kortste weg naar Hilversum vormen! Maar neen, op elke punt langs deze routes wordt de fietser linea recta naar de snelweg geleid. Dat scheelt geld want daar hangen de autobordjes al.

Zo ontaardt zorgeloos fietsen vaak in een dagje ergernis. Aangezet door de ritmische cadans van het stampen op de pedalen wordt het woord ANWB dan een soort mantra van vervloeking. Waarom kan de nationale wielerbond niet zelf twee punten op de kaart met elkaar verbinden volgens de kortste route, een vaardigheid die een kleuter al onder de knie heeft. De bewegwijzering, die is aangelegd om de fietser door het landschap te gidsen, is vooral een kompas voor verdwalen.

Dat bij meer mensen de autofocus van de ANWB hoog zit, blijkt als ik op de internetsite van de Verontruste ANWB'ers vraag naar ervaringen bij het volgen van fietsroutes (zie www.antenna.nl/vanwbl). Op de eerste dag komen er al zes reacties binnen. Vooral voorbeelden van routes die plompverloren stoppen.

Wie wil kan uit de slechte bewegwijzering natuurlijk ook profijt trekken. Bijvoorbeeld door het als basis te gebruiken voor een soort dropping voor volwassenen. Laat kompas en kaart thuis. Op de heenweg laat je je leiden door de borden van de ANWB. Het gevolg is eindeloos dolen in een labyrint van wegen en fietspaden, terwijl je omgeleid wordt via industrieterreinen en langs snelwegen.

Wanneer het hoofd suist van verwarring en decibellen, koop je een landkaart en fietst terug via een zelf gekozen route. Gegarandeerd dat het genot optimaal is. Alsof je het Nederlands landschap voor de eerste keer ziet.