Vliegen

My my, hey hey,

rock'n'roll is here to stay

Hey, hey, my my,

rock'n'roll will never die

(Neil Young)

Het zieke lichaam vloog door de lucht en de vliegen verzamelden zich in zwermen op het lijk en zoemden rond. De vliegen op het lijk van Herman Brood waren de media, want wie voor de media leeft zal in de media vergaan, zijn lijk zal door de media worden bedolven. De arme donder, de pathetische patiënt, de gekwelde ziel werd met zijn sprong van het Hiltonhotel een vaderlandse heros aan wie koninklijke televisie-eer ten deel viel. Op hem is van toepassing wat de Britse pers over de Ierse toneelschrijver Brendan Behan schreef: He was too young to die, he was too drunk to live.

Ik heb een ongemakkelijk gevoel over de romantisering van publieke zelfdestructie en wanhoop, al zag ik woensdagmiddag aankomen wat de televisiekijker woensdagavond onvermijdelijk te wachten stond. Zelf zou ik, als programmamaker of eindredacteur, namelijk niet anders gedaan hebben. Ik veroordeel het dan ook niet, mij beving eenzelfde soort journalistieke opwinding. Ook ik zou ingelaste uitzendingen, herhalingen van documentaires en interviews, reacties van wie maar iets met Brood van doen heeft gehad (vrienden en pseudovrienden) in de lucht hebben geslingerd.

Maar waarom?

Er zijn een paar voor de hand liggende factoren te noemen die niettemin als verklaring tekortschieten. Het is komkommertijd, laten we daar niet omheen draaien. Brood was een bekende Nederlander. Er was een overvloed aan materiaal over en van hem voorhanden. Toch zou als hij na een ziekbed was overleden, of zelfs als hij via een overdosis drugs zijn levenseinde had gevonden, de herdenkingsvloed niet zo hoog zijn gestegen.

De naar mijn smaak wat uitbundige mediabelangstelling vertoont rituele trekken: zo hoort een echte rockster te worden uitgeluid. Het kan hysterischer. In 1998 pleegde de Japanse gitarist Hideto Matsumoto op 33-jarige leeftijd zelfmoord, wat leidde tot een ongekende emotionele uitbarsting. Vijftigduizend fans verdrongen elkaar in Tokio, drie meisjes maakten ook een einde aan hun leven, 25 mensen werden in ziekenhuizen opgenomen, en (ik citeer een oud persbericht) `televisiecamera's draaiden op volle toeren'. Die camera's waren het belangrijkst.

De proportie is zoek. Ongetwijfeld was Herman Brood een interessante performer en een fascinerende figuur, maar of hij een groot en invloedrijk kunstenaar was, durf ik niet te zeggen. Het was de performance de spectaculaire sprong van het hoteldak, Broods finale exploitatie van zijn eigen legende die de vliegen naar het lijk lokte.

Precies zo verwierf Brood de titel van troeteljunk: de verslaafde artiest die in de STER-reclame zo leuk koketteerde met zijn diepe ellende. Zijn exploitanten dragen de publiekslieveling nu ten grave als een relikwie van een tijdperk dat zij verachten. Zelf zijn zij veilig, tevreden, clean, de brave huisvaders van de grootste familie van Nederland.

Hiermee doe ik niets af aan de bewondering van zijn bewonderaars en het verdriet van zijn vele vrienden. De uitingen van adoratie en het rouwbetoon zullen wel authentiek zijn, maar toch klopt er iets niet in de overmatige media-aandacht voor het tragische overlijden van deze doodzieke man. Brood was de personificatie van een voor de omstanders risicoloos nihilisme. Een nihilisme dat niemand meer verontrustte, omdat het al onschadelijk en tandeloos was gemaakt.

Het stardom, de pose, de zelfpromotie maar vooral de dope en het spektakel dicteren de publiciteit en verbinden Brood met de eerdere gesneuvelden op het slagveld van de rock'n'roll. Van de legendarische rockhelden van de jaren zestig en zeventig lieten er te veel jong het leven. Ze stierven in een hotelkamer of op een wc aan een overdosis of aan uitputting. Elvis, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Buddy Holly, Jim Morisson, Marvin Gaye zijn een paar namen die in het geheugen blijven gegrift.

Ze voerden hun dromen uit, ze zochten en overschreden de maatschappelijke grenzen. Janis Joplin zong: Freedom is just another word/ for nothing left to lose. Zij was vrij. En dat is wat nu in alle necrologieën van Herman Brood te lezen is, dat hij zich volledige vrijheid had verworven (maar wel kinderen en vrouw heeft achtergelaten).

Maar in de jaren tachtig en negentig werd `de dood van de rockster' voor het verzadigde publiek, speelbal van de gladde marketing van de muziekindustrie, bijna tot een romantisch cliché. Er kwamen talloze films, boeken, tentoonstellingen, romans en toneelstukken over het verband tussen creativiteit, waanzin en zelfvernietiging. Vorige maand nog ging op het Oerolfestival een stuk over excessief leven op de rand van de dood met als titel Suicide: That's a great rock'n'roll action name.

Inmiddels bestaan er top-hitlijsten van de meest betreurde doden in de popmuziek (Jimi Hendrix staat bovenaan). Het Britse muziekblad New Musical Express stelde een top-honderd op van de meest gedenkwaardige momenten uit de geschiedenis van de rock'n'roll. Op nummer één prijkt niet Woodstock of een onsterfelijke song, maar de zelfmoord van Kurt Cobain, de zanger van Nirvana die zichzelf in 1994 doodschoot. De overeenkomst tussen Brood en Cobain is dat zij allebei net een afkickpoging hadden ondernomen. Ook Cobain liet trouwens een afscheidsbrief achter, die daarna werd afgedrukt op T-shirts waar iemand schatrijk mee is geworden.

They stamped him/ And they labelled him/ Like they do with pants and shirts. Dit is een regel uit een song van Bob Dylan ter nagedachtenis van Lenny Bruce, de komiek die als roeping had zijn publiek te shockeren en te beledigen. Hij is een van de aartsvaders van de beat generation. In 1966 viel Lenny Bruce met een naald in zijn arm van een wc en stierf aan een overdosis drugs. Hij was een vervolgde, in talloze processen wegens `obsceniteit' en bezit van verdovende middelen kapot gemaakte artiest, die zoals bij zijn uitvaart werd gezegd, `probeerde de demonen uit te drijven die het lichaam van een zieke samenleving teisteren'.

Het kan geen toeval zijn dat Herman Brood juist Lenny Bruce als zijn grote voorbeeld beschouwde. Het verschil is dat aan Brood niemand meer aanstoot nam, behalve, uiteindelijk, Brood zelf.