HOOGTEVREES OOK GOED TE BESTRIJDEN MET VIRTUELE THERAPIE

Virtuele hoogtevreestherapie, waarbij patiënten in een computergesimuleerde omgeving wennen aan grote hoogten, werkt net zo goed als de standaardtherapie: gewenning in echte hoge situaties. Dat concludeert de onderzoeksgroep `Virtual Reality and Phobia's', een samenwerking tussen computerwetenschappers van de TU Delft en psychologen van de Universiteit van Amsterdam.

De onderzoekers verdeelden een groep van drieëndertig proefpersonen met hoogtevrees over twee ongeveer gelijke groepen. De eerste groep kreeg de standaardtherapie, blootstelling aan de gevreesde situaties. Ze moesten onder begeleiding van een therapeut stapsgewijs wennen aan steeds `engere' plaatsen: het Amsterdamse winkelcentrum Magna Plaza, een brandtrap in Amsterdam en het dakterras van een Amsterdams universiteitsgebouw. Wanneer de angst wat wegebt, wordt de patiënt aangemoedigd een stapje verder te gaan door bijvoorbeeld de diepte in te kijken.

De tweede groep onderging dezelfde situaties, maar dan zo precies mogelijk gekopieerd in een computergesimuleerde omgeving, die ze bekeken door een standaard `Virtual Reality'-bril. De proefpersonen stonden op een metalen rooster en konden een reling vasthouden, om de illusie van een hoge plek te versterken.

Beide therapieën waren effectief, bleek uit vragenlijsten over angstgevoelens die de proefpersonen vóór, na en tussen de sessies door werden voorgelegd. Ook gedragstesten, waarbij proefpersonen een trap op moeten lopen totdat ze zich angstig gaan voelen, wezen erop dat er tussen de methodes geen significante verschillen waren in effectiviteit. Na een half jaar bleven de effecten van de virtuele therapie intact.

De resultaten worden in de loop van het jaar gepubliceerd in het vakblad Behaviour Research & Therapy. Over een pilot-onderzoek met tien proefpersonen publiceerden de onderzoekers afgelopen juni in Cyberpsychology and Behavior.

Een voordeel van de virtuele therapie is de lagere prijs. Een computeropstelling in een centrale gezondheidsinstelling zou veel dure therapeutenreistijd naar hoge locaties kunnen besparen. Daarnaast is naar verwachting van de onderzoekers de virtuele therapie ook laagdrempeliger dan de confrontatie met echte hoogten. Mensen met ernstige hoogtevrees kunnen enorm opzien tegen de therapie, waardoor een deel daarvan zich niet aanmeldt. Dat de drempel voor virtuele therapie lager is, blijkt uit de duidelijke voorkeur van de proefpersonen voor de computerbehandeling. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen of deze therapie ook werkelijk praktisch toegepast gaat worden. De onderzoeksgroep werkt inmiddels ook aan andere fobieën, zoals vliegangst en pleinvrees.

(Bruno van Wayenburg)