Een ieder zijn eigen raadsel

Er gebeurt niets, en toch zijn het spannende romans. Je moet ze langzaam lezen, zin voor zin proeven en alinea voor alinea. Het zijn boeken die gedragen worden door stijl. Een schrijver als Patrick Modiano beheerst dit genre van de stilstand op sublieme wijze, evenals Cesare Pavese en Peter Handke. Zijn boek Die Lehre der Sainte-Victoire (1980) is een grandioze evocatie van de beroemde schildersberg van Paul Cézanne. Deze Mont Sainte Victoire inspireerde de schilder tot het kubisme en Peter Handke op zijn beurt tot beschouwend proza, vol overwegingen en sensitieve beschrijvingen, van bijvoorbeeld de lichtval door het raam, de rotsblokken op die bergflank. Het is minimaal en tegelijk sensationeel proza.

Een definitie van stijl bestaat niet. Toch is één ding zeker: de stijl van een boek verandert iemands blik op de wereld. Neem de derde en vierde zin uit de korte roman Dukla van de Poolse schrijver Andrzej Stasiuk: `Het is zondag en de mensen slapen nog, daarom dient dit verhaal geen verwikkeling te hebben, want de dingen kunnen elkaar niet in het licht staan als we afgaan op het niets, op de vaststelling dat de wereld slechts een kortstondige onderbreking is in de vrije doorstroom van licht. Lutcza, Barycz, Harta, Maly Dol, Tatarska Góra, vaalgroene wegwijzers geven de richting aan, maar daar gebeurt niets, alles wat beweegt zijn dromen die als katten of vleermuizen kunnen zien in het duister en dolen, dolen, strijken langs wanden, heiligenbeelden, spinnenwebben en wat iemand door de jaren heen al niet heeft weten te verzamelen.'

De ondertitel van Dukla luidt `roman over het licht'. Stasiuk, van wie eerder de fenomenale roman De witte raaf verscheen, dwingt de verteller in hem tot een sereen-meditatieve houding. Feitelijk gebeurt er niets in dit boek: de ik-persoon reist op een zondagochtend door het Poolse berglandschap naar het schamele dorp Dukla. Minutieus beschrijft Stasiuk de duizenderlei gradaties van het licht, vanaf het vroege uur tot de late avond. De aanvankelijk uitgestorven straten vullen zich geleidelijk met mensen, die bij de ik-figuur herinneringen en associaties oproepen met gebeurtenissen van vroeger. Prachtig beschrijft hij een verhaal uit zijn kindertijd waarin hij als kleine jongen naar een zwembad gaat en zich in een badhokje omkleedt.

Majeur

De tocht eindigt in het religieuze licht van de Maria Magdalena Kerk van het plaatsje. Het weemoedige, melancholieke proza van Stasiuk transformeert langzaam tot majeur; de hoofdpersoon ervaart in de beslotenheid van de kerk een extase, die hem verlost van de klemmende, aardse banden. Al is het handelingsverloop van Dukla in een enkele zin samen te vatten, de thematiek is verreikend. Op gevaar af dat het al te ijl klinkt, zou ik kunnen zeggen dat Stasiuk een zoektocht heeft geschreven naar het inzicht in de eigen identiteit,in het bewustzijn van zijn hoofdpersoon. Deze moet erkennen dat er een God bestaat die over ons heerst, een God die het licht over de aarde zendt. Fraai toont hij dat aan in het slotbeeld. Een rugzakmeisje is vermoeid en wil in de kerk overnachten, die de ikfiguur juist verlaat. Hij komt de pastoor tegen en zegt hem dat er niemand in de kerk is, waarna de laatste de sleutel omdraait. Het meisje blijft achter. Hoe het haar vergaat, onthult de vertelling niet.

Het lijkt een bizarre daad. Dat is nu juist het knappe van het boek: de peinzende, wat doelloze hoofdpersoon geeft de reizigster onderdak in een kerk, waar ze niet uit kan. Wat wil hij? Haar dwingen tot dezelfde meditatie als hij onderging? Stasiuk zwijgt.

Ook de Pools-Italiaanse schrijver Gustav Herling laat in zijn korte `theatrale roman' Een witte nacht van liefde het slot open. Deze roman gaat over een oude toneelregisseur die, na een oogoperatie in Venetië, blind wordt. Hij deelt zijn leven met zijn halfzus en geliefde Ursula. Het theater speelt een vooraanstaande rol in dit boek, vooral de toneelbewerking van Dostojevski's verhaal Witte nachten. Het is de kunst die hier geleidelijk de plaats van het leven inneemt. Die `witte nacht' staat symbool voor een allesverterend liefdesavontuur, waarin passie en dood aan elkaar grenzen. Als een even volmaakte als onzichtbare toneelman houdt Herling het verhaal schitterend in handen, zonder te veel te verraden. De blindheid van de regisseur verhindert hem zijn werk te voltooien, zodat de verlossing van de dood hem en zijn geliefde Ursula het zoetst lijkt.

Herdenkingsmis

Toch houdt Herlin de spanning gaande. Het past bij het genre van deze `stille romans' de suggestie en fantasie te laten prevaleren boven de afwikkeling van het verhaal. Pas op de allerlaatste bladzijde, wanneer sprake is van een herdenkingsmis, komt de lezer achter de doodsoorzaak van de hoofdpersonen: dubbele zelfmoord. Bij nader inzien blijkt Herling een prachtige parafrase geschreven te hebben over de zelfdoding van Heinrich von Kleist en Henriette Vogel.

Net als Stasiuk en Herling voelt de Zweedse schrijver Torgny Lindgren zich verwant met een vorm van schrijverschap die iets wegheeft van de metafysica van de waarneming. Niet voor niets is Herlings regisseur blind en bezit de ik-figuur in Dukla alziende ogen. Lindgren, wiens eerder verschenen roman Het licht overeenkomst vertoont met de lichtzoeker van Stasiuk, voert in zijn nieuwe bundel vertellingen In het water van Bonte Bladen archetypische oerfiguren op uit het hoge noorden van Zweden. De titel verwijst naar een kunstschilder die ergens in de provincie woonachtig is. Hij maakt schilderingen van water, landschappen en licht (alweer het licht!) en probeert die aan de man te brengen. Lindgren introduceert een wonderlijk gezelschap van schrijvers en boeren, bijbelse vrouwen en zelfs een koninklijke kunstschilder die zich, geïnspireerd door Bonte Bladen, verder wil bekwamen.

Zoetigheid

Voor al deze personages bevat het leven tal van mysteries. Zo is de kunstschilder op zoek naar het ultieme kunstwerk en probeert de ikfiguur, die zelf schrijver is, de complexe verhoudingen te duiden tussen componist Gustav Mahler, Alma Mahler en Thomas Mann. Kunst speelt in dit boek de hoofdrol. Lindgren schrijft: `En we waren eensgezind van mening dat zoetigheid en de slappe houding tegenover de verlokkingen van de zoetigheid de grote ellende van Alma Mahlers leven waren geweest. Noga en muziek en poëzie en likeur en Wagner en gebakjes en zelfmedelijden en geschiedvervalsing en slagroom. Het strakke, beheerste karakter, het afstand doen van grote passies en ongetemde lusten, het gediscplineerd afwijzen van allerlei verleidingen, kortom, de matigheid, die was het vaste fundament onder Thomas Manns levenswerk geweest.' Hier geeft Lindgren en passant twee uitersten in het kunstenaarstype weer: de beheerste en de mateloze, het dionysische en het apollinische karakter.

Ik heb grote bewondering voor deze boeken, die bovendien zo stijlvol in het Nederlands vertaald zijn. De personages willen onveranderd een raadsel oplossen: de ik-figuur van Stasiuk onderzoekt de betekenis van het licht in zijn leven, de regisseur speurt naar de grens tussen leven en toneelkunst en de schilder Bonte Bladen is op zoek naar het ultieme schilderij dat de rijkdom van de wereld vergroot en de mensen een nieuw bewustzijn geeft. En dat nieuwe bewustzijn, die kijk op de wereld die iemands denken verandert, dat doen deze boeken dankzij de soevereine, superieure mengeling van stijl en waarneming.

Gustav Herling: Een witte nacht van liefde. Theatrale Roman. Uit het Pools vertaald door Lisetta Stembor. De Geus, 128 blz. ƒ29,90 Torgny Lindgren: In het water van Bonte Bladen. Vertellingen. Uit het Zweeds vertaald door Bertie van der Meij. De Bezige Bij, 240 blz. ƒ42,50 Andrzej Stasiuk: Dukla. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman. De Geus, 158 blz. ƒ29,90