`Alle mensen zijn gelijk'

De Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries werd begin deze maand uitverkoren om het nationale slavernijmonument te vervaardigen. ,,Ik vind dat een monument duidelijk moet zijn, als je er langsloopt moet de bedoeling overkomen.''

,,Een kroon op mijn carrière, dat is het zeker. Het is een opdracht voor een nationaal monument. Het Rijksmuseum vroeg me vandaag of ze mijn maquette in de collectie vaderlandse geschiedenis mogen opnemen. Da's niet slecht voor een jongen waar men niets van verwacht had. Dat heb ik toch maar mooi bereikt.''

Erwin de Vries (Paramaribo, 1929) is trots op zijn nieuwste klus. Op 1 juli maakte minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) bekend dat De Vries is uitverkoren om het Nationaal Monument Slavernijverleden te maken dat volgend voorjaar in het Amsterdamse Oosterpark onthuld zal worden. Het kabinet negeerde twee adviescommissies en liet zich bij de keuze uit negen ontwerpen leiden door de voorkeur van het publiek. Bijna de helft van de vijfduizend publieksstemmen ging naar De Vries, Suriname's bekendste kunstenaar.

De keuze voor De Vries bevestigt de indruk dat het slavernijmonument een Surinaamse aangelegenheid is. ,,Ik heb begrepen dat er bij de selectie van de kunstenaar drie kampen waren: Surinamers, Antillianen en Nederlandse kunstkenners. Bij de keuze voor een Antilliaanse kunstenaar had je de kritiek gehad dat het te Antilliaans zou zijn. Je doet het nooit goed. Mensen zeggen ook dat ik vanwege mijn bekende naam heb gewonnen. Onzin. Die naam heb ik niet bij V&D gehaald, die heb ik opgebouwd, dat is mijn verdienste.''

Mede dankzij `een lekkere stick' op zijn tijd, voelt De Vries zich nog `hartstikke powerful'. Al meer dan vijftig jaar is hij actief als schilder en beeldhouwer. Omdat het op school niet wilde vlotten en een leraar zei dat hij goed kon tekenen, stuurde zijn vader hem in 1950 naar de Koninklijke Academie in Den Haag. Tekenleraar moest hij worden. Maar het lesgeven in Paramaribo beviel niet erg, De Vries ging weer naar Nederland voor een opleiding beeldhouwen aan de Rijksacademie in Amsterdam. Sindsdien vormt hij, samen met zijn generatiegenoten Rudi Getrouw en Stuart Robles de Medina, de voorhoede van de Surinaamse beeldende kunst. Lange tijd woonde hij in Nederland, en sinds 1984 weer in Paramaribo. Als het niet te koud is komt hij naar zijn woning in Buitenveldert.

Erkenning in Nederland was nooit een probleem. In 1966 werd De Vries uitgenodigd voor de manifestatie Sonsbeek in Arnhem, in 1970 had hij zijn eerste solo-expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam. ,,Ach, je moet een beetje brutaal zijn. Ik had toen geëxposeerd in Mexico, Jamaica en Miami en ik zei tegen Edy de Wilde, directeur van het Stedelijk, dat ik ook wel eens in mijn eigen stad wilde exposeren. Een paar weken later kreeg ik een uitnodiging.'' Handig is ook dat De Vries snel werkt. ,,Sommige beeldhouwers doen zes weken over een buste, bij mij hoefde Simon Carmiggelt maar twee keer te komen poseren. Ik ben dynamisch, ik hou niet van die kunstenaars die in het café artistiek niets zitten te doen.''

Het idee voor het slavernijmonument had De Vries snel te pakken. ,,Ik heb een schets gemaakt, en vervolgens in drie uur een model geboetseerd. Ze vroegen in de opdracht om het verbeelden van verleden, heden en toekomst, en daar heb ik me aan gehouden, ik ben niet het type dat zoiets naast zich neerlegt.'' Het ontwerp van De Vries bestaat uit drie delen: onderdrukking in het verleden, bevrijding in het heden, verlangen naar vrijheid in de toekomst. Van mensen die onder een juk gebukt gaan tot een abstracte figuur die zich opricht. Het bronzen beeld wordt vier meter hoog en twaalf meter lang.

Dat alle ontwerpen voor het monument in deze krant als lelijk werden bestempeld, kan De Vries niet deren. Alleen een opmerking over een zwarte curator in dat artikel – ironisch bedoeld, maar niet zo opgevat – leidde bijna tot opzegging van de NRC. De ontwerpen zouden voortkomen uit een beeldende traditie die in Nederland als achterhaald wordt beschouwd. ,,Hoezo andere traditie? Suriname is altijd een stuk van Nederland geweest. Bij een goed werk spelen plaats en tijd geen rol, het gaat om de kracht die het werk uitstraalt en het talent van de kunstenaar. Wat ik nu in het Westen zie is vooral verwarring: iemand gooit een halve afvalbak om in het museum en de critici durven niet te zeggen dat het geen kunst is. Een monument moet duidelijk zijn, als je er langsloopt moet de bedoeling overkomen.''

Die bedoeling reikt voor De Vries verder dan het slavernijverleden. ,,Wat ik met het monument wil benadrukken is de gelijkheid van alle mensen. Heel langzaam wordt de gekleurde mens geaccepteerd door het Westen. Toen Anthony Nesty zijn Olympische medaille haalde was dat heel bijzonder, nu zijn er heel veel zwarte topsporters. Mijn monument is vooral bedoeld voor de blanke Nederlanders die nog niet doordrongen zijn van gelijkwaardigheid. Wij Surinamers weten dat al. Nederlanders hoeven zich van mij niet te schamen voor de slavernij, dat vind ik net zo'n onzin als jonge Duitsers op de oorlog aanspreken. Maar zoals de vermoorde joden een monument verdienen, verdienen de vermoorde slaven dat ook.''