Boycot van herdenking in Jedwabne

Diverse grote joodse organisaties hebben geweigerd deel te nemen aan de plechtigheid waarmee vandaag in het Poolse Jedwabne de moord op 1600 joden in 1941 is herdacht. Bij die plechtigheid vroeg president Aleksander Kwasniewski van Polen vergiffenis voor wat de joden is aangedaan.

Het Europees Joods Congres, het Simon Wiesenthal Center en Yad Vashem kwamen niet naar Jedwabne uit protest tegen de tekst op een gedenkteken dat vandaag is onthuld. Die tekst - in het Pools, Hebreeuws en Jiddisch - luidt: ,,Ter herinnering aan de joden van Jedwabne en de regio, mannen, vrouwen en kinderen die deze aarde bewoonden en werden vermoord en levend verbrand op deze plaats, op 10 juli 1941''. Met hun protest hekelen de joodse organisaties het feit dat is nagelaten op het monument te onthullen wie de daders van de massamord waren.

Het monument is opgericht op de plek waar vandaag precies zestig jaar geleden vrijwel alle joden uit Jedwabne en omgeving werden samengedreven in een schuur, die in brand werd gestoken. Tot nu toe werd de plaats gemarkeerd door een monument waarop de nazi's als dader werden geïdentificeerd. De recente, geruchtmakende studie `Buren' van de historicus Jan Tomasz Gross komt tot de conclusie dat de joden niet door Duitsers, maar door hun eigen Poolse buren zijn vermoord - een conclusie die in Polen een psychologische schok heeft teweeggebracht en die door velen wordt bestreden. Veel Polen zien het eigen volk als belangrijkste slachtoffer van de nazi's en zijn niet bereid te accepteren dat de nazi's bij de massamoord op de joden werden geholpen door Poolse collaborateurs. Ook het aantal van 1600 slachtoffers is omstreden. De slotconclusies van een Poolse commissie van onderzoek over de zaak zijn nog niet bekendgemaakt.