Crisis Kroatië gaat over méér dan tribunaal

Carla Del Ponte sticht verwarring in vele hoofdsteden. Maar de crisis in Kroatië heeft met meer te maken dan alleen haar eisen.

Onrust, Onrust! En het Joegoslavië-tribunaal is de reden! In Joegoslavië breekt de regering zich nog het hoofd over de kapitale crisis na de uitlevering van Slobodan Miloševic aan het tribunaal. En in Kroatië dreigt de regering nu ook in een crisis te belanden na een bezoek van hoofdaanklager Carla Del Ponte aan de Kroatische hoofdstad.

Carla del Ponte heeft het druk dezer dagen. Dinsdag stond ze in Den Haag tegenover de ex-president van Joegoslavië, Slobodan Miloševic. Vrijdag arriveerde ze in Zagreb. Ze drong bij premier Ivica Racan aan op de uitlevering van twee generaals, die worden verdacht van oorlogsmisdaden. Hun namen worden geheim gehouden, maar `anonieme bronnen' spreken al dagenlang over Ante Gotovina en Rahim Ademi.

Met de komst van Miloševic naar Den Haag wordt de roep om de arrestatie van andere oorlogsmisdadigers luider. De duimschroeven worden aangedraaid; in Bosnië zoekt men naar de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic, en zwellen de geruchten aan over een op handen zijnde arrestatie van Naser Oric, moslim-commandant tijdens het beleg van de enclave Srebrenica. In Kroatië zoekt men naar een handvol generaals.

Maar net als in Servië en Montenegro heeft Kroatië weerzin tegen de uitlevering van oorlogsmisdadigers. Met Bosnische Kroaten, in het verleden overhandigd aan het tribunaal, heeft men weinig moeite. Maar de uitlevering van Kroaten uit Kroatië zelf ligt wel gevoelig. Die heten in Kroatië geen oorlogsmisdadigers maar oorlogshelden. Ze hebben het land immers verdedigd tegen de agressie van de Serviërs, redeneren de meeste Kroaten, en verdienen daarom een lintje – geen gevangenisstraf.

Het is een van de redenen waarom de op een na grootste van de vijf regeringspartijen, de sociaal-liberale HSLS, grote moeite heeft met de uitlevering van de twee generaals. Een van de redenen want het lijfsbehoud speelt ook een rol.

Juniorpartner HSLS kwam begin vorig jaar aan de macht, samen met de sociaal-democraten van premier Racan en enkele kleinere partijen. Kroatië stond aan de vooravond van een nieuw tijdperk. Enige weken eerder was president Franjo Tudjman overleden - wiens rol werd onderzocht door het Joegoslavië-tribunaal. De leider van de sociaal-democraten, Ivica Racan, werd premier. Zijn running mate Drazen Budiša van de sociaal-liberalen zou bij de presidentsverkiezingen president worden. Het volk verstoorde dat feestje. Het koos de vrolijke, nuchtere Stipe Mesic van de Kroatische Boerenpartij tot president.

Inmiddels is Kroatië achttien maanden verder. De internationale gemeenschap heeft het land in de armen gesloten, de Wereldbank verstrekt volop leningen en de samenwerking met het tribunaal komt langzaam op gang. Wijlen president Tudjman wilde nooit samenwerken met het tribunaal.

Maar van harte gaat het niet altijd. De arrestatie van generaal Mirko Norac, 33 jaar en reeds gepensioneerd, leidde tot veel onrust. Norac gaf zichzelf in februari aan. Tweehonderdduizend mensen protesteerden daartegen. `Blijf met je handen van onze helden af', luidde de boodschap.

De Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ), de partij van wijlen Franjo Tujdman die bij de laatste parlementsverkiezigen een knauw kreeg, profiteert ervan. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van enkele weken geleden maakte ze haar comeback. In diezelfde verkiezingen scoorden Drazen Budiša en zijn HSLS bedroevend laag. Het was het sein voor Budiša om de bakens te verzetten. De tegenwerping van zijn partij en het onslag van zijn vier ministers uit protest tegen het besluit om de twee generaals uit te leveren aan het tribunaal, moet dan ook mede in dat licht worden gezien.

De internationale gemeenschap ziet het met lede ogen aan. Wil Kroatië meedoen met Europa of wil het terug, naar haar nationalistische verleden? Het antwoord: de Kroaten willen vooruit, richting Europa, maar liever niet door hun oorlogshelden af te leveren bij de gevangenis van Scheveningen.