Wantrouwen (3)

In 1978 dook Joris Goedbloed voor het eerst op in de kolommen van deze krant. Om zijn malafide praktijken te kunnen uitoefenen heet hij eerst Inspecteur Eerhart, en promoveert al vrij snel tot Hóófdinspecteur Eerhart. Hij slaat zijn slag als de beroemde speurder Bonafiet. Vermomd als kraakdeskundige Quaatbloed weet hij ook nog een aardige duit te verdienen.

Een paar maanden later verdwijnt hij weer uit de krant, uitgedost als baron de Malpertus, heer Bommel berooid, maar tevreden achterlatend: `Hij heeft zijn geld eerlijk verdiend'.

Op 31 mei j.l. dook Joris opeens weer op in de krant, na zich enige jaren schuil gehouden te hebben. Nu probeert hij via de pen van Ian Buruma ons te doen geloven in zijn onschuld en naïviteit: `Iedereen is een Joris Goedbloed. Zelfs de Japanners zijn brave lieden, zonderling maar braaf', schrijft Ian.

Ook Elsbeth Etty moet er aan geloven (Z, 23 juni). Zij schrijft: `Wij zijn te lichtgelovig......Onze naam is Joris Goedbloed. Wij slapen op twee oren.' In 1979 werd de schavuit als het volgt ontmaskerd: `Mooi, sprak de commissaris verheugd. Dat is een zekere Joris Goedbloed, die door de politie in vele landen gezocht wordt. De kunst is nu alleen maar om hem te vinden – en dat zal niet meevallen omdat hij een meester in het vermommen is.'

Heer Bommel zou zeggen: `Een vos verliest wel zijn vermommingen maar niet zijn streken.'