Vakkenvullers

Van de dertien docenten in het voortgezet onderwijs staat er één onbevoegd voor de klas. Het is: of een onbevoegde of helemaal geen les.

Van de 63.000 docenten in het voortgezet onderwijs zijn 4.800 niet bevoegd voor het vak dat ze geven: één op de dertien, zo meldt desgevraagd na veel berekeningen de Inspectie van het Onderwijs. Sommige onbevoegden zijn onderbevoegd: zij hebben een bevoegdheid voor een ander vak, of mogen wel lesgeven aan de onderbouw, maar eigenlijk niet aan de hoogste klassen. Anderen zijn (nog) onbevoegd, of zullen het altijd blijven: ``Neem me maar zoals ik ben, anders ben ik zo weg.''

Hoevéél van de 4.800 echt helemaal onbevoegd zijn is niet bekend bij de Inspectie. Wel is duidelijk dat de situatie ernstig is. Want onder deze 4.800 vallen niet de zogenaamde lio's, de leraren in opleiding die in het kader van hun studie al dan niet betaald stage lopen. En naast deze 4.800 zijn er in het voortgezet onderwijs nog eens 3 à 4.000 vacatures, aldus hoofdinspecteur H.P. Meijerink van het voortgezet onderwijs. ``Het lesuitval neemt schrikbarend toe. Op een gemiddelde week van 32 uur vallen telkens twee, drie uren uit. Je kunt je afvragen: is dat ernstig? Ik vind dat heel ernstig, vooral als je bedenkt dat dezelfde vakken stelselmatig de dupe zijn.'' Die vakken zijn economie, de exacte vakken, Duits en sinds kort Latijn en Grieks. Voor deze probleemgebieden worden vrij gemakkelijk dispensaties verleend.

Criteria

Voordat de inspectie toestaat dat een onbevoegde voor de klas komt te staan, moet de school aan een aantal criteria hebben voldaan. De school moet aanwijsbaar moeite hebben gedaan om bevoegde docenten te vinden, door te adverteren en contact te houden met de lerarenopleidingen. Voor deze hardnekkige vacatures is adverteren vaak zinloos. Een ander vereiste is dat de leraar bevoegd moet willen worden. Daarom bestaat bij de inspectie een sterke voorkeur voor docenten die al ergens een bevoegdheid voor hebben. Met avondstudie of een aangepast traject aan de lerarenopleiding is dan een extra vak of een `eerste graad' (de bevoegdheid voor de hogere klassen van havo en vwo) redelijk snel binnen handbereik – wanneer deze docent tenminste niet full time (26 uur) ingezet wordt.

Soms geven studenten les, zonder ook maar de minste ambitie tot het leraarschap. Meijerink: ``Die glippen er wel eens door.'' Want studenten aan de universiteit kunnen altijd zeggen het nog niet te weten, want zij kiezen pas na hun afstuderen voor de lerarenopleiding. ``Ik vind ook eigenlijk dat het zo wel kán, in deze tijd van lerarentekorten'', zegt Meijerink. ``Het is de keuze: of geen les, of een onbevoegde voor de klas. Dat zouden eens wat meer mensen moeten beseffen.''

Het is dus kiezen tussen twee kwaden. De ene keer pakt dit gunstiger uit dan de andere. Voor Sophie Midden, 24 jaar en tweedejaars Klassieke Talen in Leiden, waren een paar weken lesgeven op een scholengemeenschap in Rotterdam een slechte ervaring. Zij had een bijbaantje nodig en les geven leek haar een goede mogelijkheid om tegelijk wat met haar studie te doen. Midden had al een jaar pabo gedaan, maar haar leservaring beperkte zich tot kleuters en groep zes. ``Ik kreeg in Rotterdam twee grote derde klassen Latijn, die net twee bevoegde docenten hadden weggepest. Dat ging helemaal niet. Ik kreeg nauwelijks begeleiding en ben na een paar weken vertrokken. Maar de school was geloof ik wel tevreden.''

Haar studiegenoot Nino Tumminaro (22) geeft al drie jaar les aan het Aloysius College in Den Haag, maar geen haar op zijn hoofd die eraan denkt de lerarenopleiding te gaan volgen. ``Dat kost me veel te veel tijd. Je moet daar veel praktische opdrachten maken en overal verslagen van schrijven. Ik weet wel dat ik het waarschijnlijk ooit zal moeten doen, want nu kan ik geen vaste aanstelling krijgen. Wel een vast contract, en ik heb ook de mondelinge toezegging dat ik zo lang kan blijven als ik wil. Dus ik blijf gewoon lesgeven zolang ik het leuk vind. Het is toch absurd dat er zo'n lerarentekort is en je zoveel moeite moet doen om leraar te worden.''

Tumminaro moet nog een aantal tentamens halen en zijn scriptie schrijven voor hij afstudeert in zijn specialisatie `klassieke archeologie'. Maar tegelijk heeft hij een bijna volle baan, 22 uur, en is hij zelfs voorzitter van de sectie klassieken. Is hij een goede leraar? ``Ik krijg geen klachten! Je moet gewoon een beetje aanvoelen hoe het moet en je niet al te druk maken over alles.'' Van de begeleiding heeft ook hij het niet moeten hebben. Er is twee keer iemand bij hem in de klas komen zitten, en dat was het. ``Een uur bij de vijfde en een uur bij de zesde, groepjes van vijf, zes man. Dat was gewoon gezellig! Maar als je echt wilt weten hoe ik lesgeef, moet je kijken hoe ik een tweede klas met dertig leerlingen Latijn geef. Je leert het het beste door gewoon in het diepe gegooid te worden. En ik krijg erg veel vertrouwen van de school, dat werkt heel prettig.''

De begeleiding lijkt op veel scholen een ondergeschoven kindje. Conrector Van Drunen van het Caland Lyceum in Rotterdam, waar overigens geen volledig onbevoegde docenten werken, geeft toe dat de lio's op zijn school niet de begeleiding krijgen die ze nodig hebben. Daar is eenvoudigweg geen tijd voor. ``Ik zou geen docent op onze school kunnen noemen die maar 26 uur lesgeeft'', zegt hij. Zo groot zijn de tekorten.

Flexibiliteit, creativiteit en een flinke dosis geluk zijn voor een school onontbeerljke eigenschappen om vacatures te kunnen vullen. Toen een docent economie van het Aloysius College in de lente met onbetaald verlof ging, werd hij vervangen door twee oud-leerlingen: tweedejaars studenten economie. Caspar van der Geest en een vriend namen elk tien uur voor hun rekening, en de overige zes uren werden 'zelfwerkzaamheid'. Van der Geest gaf zelfs vijf uur aan eindexamenklassen, wat naar zijn idee erg goed ging. Hij was maar een jaar ouder dan sommige leerlingen, dus doceren ging op vriendschappelijke basis. Lesgeven aan de onderbouw lijkt hem veel lastiger: ``Daar moet je meer politieagent spelen.''

Voordelen

Jonge, al dan niet bevoegde docenten bieden ook voordelen. ``Liever onbevoegd dan onbekwaam'', zegt Herno Gijsman, locatieleider van Het Loo in Voorburg. ``Geef mij maar een onbevoegde die hartstikke goed is in plaats van iemand met de juiste papieren die er niks van bakt.'' Op deze school, met 45 leraren, werken twee docenten volledig onbevoegd, een student klassieke talen en een student elektrotechniek die wiskunde geeft. Daarnaast geven zes of zeven een ander vak dan waarvoor ze geleerd hebben. ``Jonge docenten zijn vaak heel enthousiast, dat werkt goed op leerlingen. Bovendien weten zij meestal meer van computers en internet. Het is leuk als er wat jonge mensen bijkomen. Voor wat zij dan nog missen aan pedagogische en didactische vaardigheden, kunnen ze altijd terecht bij oudere collega's. Dat is juist een goede mix.''

De grootste problemen doen zich voor in de vier grote steden. Maar ook buiten de randstad ontkomen veel scholen niet aan het goochelen met vacatures en dispensaties. Op het Gomarus College, een scholengemeenschap van 3150 leerlingen met vestigingen in Groningen, Leeuwarden, Drachten, Zuidhorn en Assen, zijn 15 van de 260 docenten onbevoegd. Vier daarvan zijn studenten. Daarnaast telt de school elf docenten die in aanmerking komen voor de regeling voor zij-instromers. Die is bedoeld voor mensen uit het bedrijfsleven met minimaal een afgeronde hbo-opleiding, die getest worden of zij in staat zijn binnen twee jaar hun bevoegdheid te halen. Op het Gomarus College werkt bijvoorbeeld iemand die een eigen bedrijf had dat failliet is gegaan. Na een tijdelijke baan als touringcarchauffeur geeft hij nu handel, economie èn godsdienst. Hij gaat waarschijnlijk een aangepaste opleiding volgen om leraar te worden.

Deze zij-instroom is één manier om de tekorten te lijf te gaan. Maar voorlopig zijn echter bijna alle scholen aangewezen op het aannemen van onbevoegde docenten, zeker voor vakken als Duits, wiskunde en economie. ``Voor Duits kunnen we zelfs geen onbevoegde mensen vinden!'', zegt personeelsconsulent Ybema van het Gomarus College. ``Als jij nog iemand weet?''