Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

De slag om de Koersk

Hollands Glorie op de Barentszzee? Of een nacht- merrie? Deze week begonnen Nederlandse bergers aan een moeilijke opgave: het boven water halen van de gezonken Rus- sische onderzeeër Koersk. Hoe twee bergers vochten om een opdracht, en de derde ermee heen ging. `Zorg dat je vannacht in Helsinki bent als je mee wilt doen.'

Zijn er nog overlevenden? Dat is wat heel de wereld zich dagenlang afvraagt nadat de Russische onderzeeboot Koersk op 12 augustus 2000 is gezonken. Aan boord 118 man. Terwijl de wereld op klopsignalen hoopt, naar later blijkt tevergeefs, pakt bestuursvoorzitter Nico Buis van Smit Internationale zijn telefoon. ,,Ik heb meteen mijn netwerk gebeld'', zegt Buis: ,,Voor een grote berger is dit een opportunity.''

Wat heet. Het lichten van de Koersk is de droom van elke berger: een wereldberoemde boot, tientallen miljoenen dollars aan omzet en een stroom van free publicity. Nederland en België spelen de hoofdrol in de slag om de Koersk-order. Niet alleen hijs- en bergingsbedrijven, maar ook de Nederlandse regering, een stichting (de Kursk Foundation) en een lobby-bureau. Om de order naar Nederland te halen worden voormalige ministers ingezet, Europese subsidieverstrekkers aangesproken, en veel mooie beloften gedaan.

Het wordt een zware slag, met een onverwachte winnaar. Niet het Nederlandse consortium Heerema-Smit krijgt de opdracht. En niet het Belgische Scaldis. Maar een ander Nederlands bedrijf wint: Mammoet. Dat zal de onderzeeboot in september bergen, samen, dat wel, met Smit Internationale. Deze week zijn de eerste duikers naar het wrak afgedaald. Hollands Glorie in de Barentszzee die is vernoemd naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz. Zijn reis eindigde op Nova Zembla in een catastrofe. En ook de bergersdroom vertoont trekken van een nachtmerrie: een zwaar beschadigde boot met kernreactoren en 22 granietraketten en een onbekend aantal torpedo's in een zee waar het zwaar kan spoken. Safety first dus, beklemtonen betrokkenen. Maar een reconstructie leert dat `de slag om de Koersk' heeft geleid tot een vertraging van de berging. Daardoor begint Mammoet in september onder minder ideale weersomstandigheden, met grotere risico's.

Onderzeeër

Net als Nico Buis van Smit Internationale broedt de Nederlandse lobbyist Rio Praaning op zijn rol bij de berging van de Koersk. De voormalige diplomaat runt een pr- en lobbybureau met als specialisme internationale betrekkingen en defensie. Als oud-directeur van de Atlantische Commissie heeft Praaning in die wereld een groot netwerk opgebouwd.

Bovendien heeft Praaning eerder te maken gehad met een gezonken onderzeeër. In zijn kantoor in Brussel hangt een ingelijste, ietwat vergeelde vlag die afkomstig is van de Russische Komsomolets. Voor de berging van deze in 1989 gezonken atoomonderzeeboot richtte Praaning indertijd de Komsomolets Foundation op. Het plan om daarna Smit Internationale de boot te laten bergen met de Leidse hijsspecialist Heerema mislukte door geldgebrek. Alleen de gaten in het schip werden gedicht.

De lobbyist vraagt het ministerie van Buitenlandse Zaken of hij langs mag komen om over de Koersk te praten. Informeel heeft hij tevoren met ambtenaren even de geschiedenis met de Komsomolets opgehaald. Samen met twee medewerkers van Smit Internationale meldt Praaning zich op 23 augustus, dezelfde dag dat de Russische ambassadeur bij minister Van Aartsen op bezoek is. Nederland heeft meteen na de ramp aangeboden te helpen. Van Aartsen biedt de ambassadeur ,,Nederlandse expertise'' aan en een half miljoen gulden voor een `haalbaarheidsstudie' – een ideetje van Smit. Dat onderzoek moet in kaart brengen wat er nodig is om de Koersk boven water te halen.

Het overleg leidt ertoe dat Praaning een `Kursk Foundation' opzet. De Foundation verdeelt in eerste instantie het halve miljoen onderzoeksgeld. Na de studie wil de stichting fondsen werven voor de bergingskosten. Rusland is immers armlastig. Het bureau van Praaning hoopt op twee manieren te verdienen aan de hulpoperatie. Het ontvangt een (onbekend) percentage van de hulpgelden die hij weet te werven. En het wil de mediarechten van de berging te gelde maken. Praaning vervult een spilfunctie tijdens de slag, het ministerie van Buitenlandse Zaken draagt de coördinatie van de Nederlandse hulp aan hem over. Hij was een logische keuze, zegt een woordvoerder van departement. ,,We kennen de heer Praaning. Hij is geen ridder uit de nacht.''

De Kursk Foundation kent een moeilijke start. Het wachten is op een formele aanvaarding van de Nederlandse hulp door Moskou – en die blijft vooralsnog uit.

Belgen

Terwijl de Nederlanders zitten te wachten, toont de concurrentie in de Antwerpse haven zich zeer slagvaardig. De directeuren Dave Bakx en Gerald Criel van Scaldis Salvage hebben kort na de ramp met de Koersk ook een eerste plan voor de berging gemaakt. Een voortvarend plan. Op 22 augustus, amper tien dagen na de ramp, houden ze een presentatie op de Russische ambassade in Brussel. Bakx: ,.Diezelfde dag nog kregen we een telefoontje of we naar Sint Petersburg wilden komen.''

Dat telefoontje kwam van Roebin, het Russische bedrijf dat de Koersk heeft ontworpen en wordt geleid door ingenieur Igor Spasski. Als Bakx en Criel op 8 september Spasski in het Roebin-hoofdkwartier de plannen van Scaldis voorhouden, toont de Rus zich erg enthousiast. Op 11 september tekenen Spasski en Scaldis volgens Bakx en Criel een `protocol of intentions'. De berging zal in de zomer van 2001 beginnen. Wanneer een Belgische delegatie een maand later opnieuw in Sint Petersburg is met in de achterzak een financieringsregeling (via Fortis), zou Spasski hebben gezegd: ,,Jullie zijn nummer één.''

Het is inmiddels half oktober als de Belgen een beslissende voorsprong lijken te hebben genomen. Zij hebben de voorkeur van de Russen. Ze krijgen een subsidie van 4 miljoen franken (ruim 200.000 gulden) van de Belgische regering. En, niet onbelangrijk: hun methode van bergen is veel goedkoper. Scaldis vraagt 50 miljoen dollar voor de operatie. Smit-Heerema denkt aan circa 80 miljoen, later verlaagd tot 70 miljoen.

Maar ondanks dit prijsverschil kunnen de Russen toch goedkoper uit zijn met de Nederlandse bergers. De Kursk Foundation maakt dat verschil. Die trekt samen met het Nederlandse consortium op en belooft fondsen te werven voor de berging.Als dat lukt hoeven de Russen niet alles zelf te betalen.

De Russen lijken niet ongevoelig voor financiële argumenten. Roebin-baas Spasski doet Scaldis daarom een suggestie: in Nederland is een stichting die Westers geld gaat werven en samenwerkt met een consortium rond de Nederlandse berger Smit. Ga daar eens mee praten en kijk of er een samenwerking mogelijk is. De Scaldis-directie wil dat wel doen, in ruil voor een duidelijke uitspraak van de Russen dat het Belgische bedrijf de eerste keuze is. Op 18 oktober stuurt de Russische Scheepsbouwdienst, gelieerd aan Roebin, een brief naar Scaldis dat de ,,Russische specialisten de voorkeur geven aan de technische faciliteiten en bergingsplannen van Scaldis.'' Bij een gesprek op het hoofdkantoor van Smit in Rotterdam, waarbij Praaning ook aanwezig is, vangt Scaldis echter bot.

,,Commercieel stonden de Belgen sterk'', erkent Fabrizio Giordano, projectleider bij Heerema. ,,Maar technisch zat het niet goed in elkaar.'' En ook belangrijk: Praaning en Smit kennen elkaar goed, en ook het ministerie van Buitenlandse Zaken vaart op Smitkoers.

Inmiddels komt de Kursk Foundation van de grond. De Russische vice-premier Klebanov heeft op 12 oktober een brief gestuurd aan minister Van Aartsen waarin Rusland de Nederlandse hulp aanvaardt. Praaning gaat snel aan de slag om de stichting te voorzien van een bestuur. Hijzelf wordt secretaris-generaal.Roebin-topman Spasski, die Praaning nog kent van de Komsomolets, moet er ook bij. Vice-admiraal Michail Barskov van de Russische marine en de Nederlandse duikbotenbouwer Carel Prins treden toe, terwijl de Russische oud-minister van Buitenlandse Zaken Bessmertnych het co-voorzitterschap op zich neemt. Alleen een politiek boegbeeld uit Nederland ontbreekt nog.

Op 16 november gaat om half vijf de wekker bij oud-minister Wim van Eekelen (Defensie). Even later haalt projectleider Fabrizio Giordano van Heerema de co-voorzitter van de Kursk Foundation met de auto op. Op vliegveld Zestienhoven staat het bedrijfsvliegtuig van Heerema al warm te draaien. Twee weken eerder had Van Eekelen een telefoontje van Praaning gekregen. `Kun je dan en dan naar Sint Petersburg?' En meteen daarna: `Kun je voorzitter worden van de Foundation?' Van Eekelen stemde toe.

Op het Rotterdamse vliegveld ontmoet Van Eekelen zijn medereizigers: behalve Giordano, ook Preston van Heerema, Koffeman en Dutilh van Smit, Smith van Halliburton (de Noors-Amerikaanse duikfirma die meedoet), Praaning en een medewerker. Onderweg wordt Van Eekelen snel bijgepraat over de plannen van het consortium Heerema-Smit en de bekostiging door de Foundation. Van Eekelen kan zich er goed in vinden.

Ze vliegen naar Sint Petersburg. Daar wordt vrijwel alleen gesproken over het geld dat de bezoekers kunnen bijdragen aan de berging van de Koersk. ,,De Russen gingen ervan uit dat wij bereid waren het gehele bergingsbedrag op te hoesten. Wij hebben gezegd: dat kunnen wij niet'', vertelt Van Eekelen. De gesprekken verlopen uiterst stroef. Na drie schorsingen waarbij Praaning bemiddelt en Spasski met andere bergers (Scaldis) dreigt, worden de partijen het eens over een verdeling: de Russen betalen de helft en de Foundation heeft de ,,inspanningsverplichting'' de rest van het bedrag bij elkaar te krijgen.

Een dag later, op 17 november, wordt de overeenkomst getekend. Nu lijken niet de Belgen maar de Nederlanders een beslissende voorsprong te hebben genomen. Heerema-Smit is nu dé partij voor de berging van de Koersk, terwijl de Foundation met Westerse fondsen de financiering zal rondmaken. De samenwerking tussen Heerema-Smit en de Foundation was onontbeerlijk, zegt Van Eekelen. ,,Als ik er niet bij was geweest, was het Heerema-Smit niet gelukt. Misschien hadden ze er wel gezeten, maar dan hadden ze niets met de Russen klaargespeeld.''

Brieven

De Kursk Foundation wordt eind november gepresenteerd op de Klimaatconferentie in Den Haag. Het is een onafhankelijke organisatie, zeggen de woordvoerders, die openstaat voor iedere berger met goede plannen. De haalbaarheidsstudie van Smit Internationale beloven ze te laten toetsen door technici en milieu-organisaties. Anders dan bij de Komsomolets zit Smit niet in het stichtingsbestuur, om de onafhankelijkheid van de Foundation te benadrukken – ,,al was het maar voor de buitenwereld'' zoals Praaning het uitdrukt. Maar hoe onafhankelijk is de Kursk Foundation? De Nederlandse berger Wijsmüller Salvage, die zich inmiddels heeft aangesloten bij het Belgische Scaldis, krijgt maandenlang geen reactie op brieven aan de Foundation. En Buitenlandse Zaken zegt het achteraf onomwonden: ,,De expertise die we aanboden, was de expertise van Smit.''

Intussen wordt het halve miljoen onderzoeksgeld van minister Van Aartsen verdeeld tussen Smit, Heerema en het Russische Roebin. Van Eekelen weet niet hoe dat zit. ,,Dat moet je aan Praaning vragen.'' Praaning verwijst naar een financiële verantwoording die hij heeft afgelegd aan Buitenlandse Zaken. In december had Wijsmüller nog van het ministerie gehoord dat de subsidie geen ministeriële controle behoeft, omdat die onder `het normbedrag' valt: ,,Dat vond ik ook als belastingbetaler een interessante opmerking'', zegt manager Kornneef van Wijsmüller.

Als het vooronderzoek begin januari klaar is, meldt Spasski dat binnen een maand een contract kan worden getekend. De berging is technisch haalbaar, zonder milieuschade. De actiegroepen Greenpeace en het Noorse Bellona hebben tot de dag van vandaag geen uitnodiging ontvangen voor de geplande milieuwerkgroep. Bellona: ,,We hebben vier persberichten en een animatiefilmpje gekregen.''

Het is 12 januari als voor het consortium van Heerema-Smit en de Kursk Foundation de grote dag aanbreekt. De wereldpers is verzameld in Brussel voor een presentatie van het vooronderzoek: de politieke kick off voor de fondsenwerving in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Daar moet het geld vandaan komen waarmee Rusland de Nederlanders kan betalen. ,,Als we de Koersk niet boven halen, zal vroeg of laat allerlei kernafval in het zeewater komen en de visstand bederven. Dan krijgen we een soort BSE-crisis in het water'', zegt Van Eekelen.

Een dag eerder, op 11 januari, heeft de Foundation een forse tegenslag te verwerken gekregen. De Europese Commissie wil de gevraagde 30 miljoen gulden, belangrijk om afzonderlijke lidstaten over streep te trekken, niet geven. Patrick Child, lid van het kabinet van Eurocommissaris Patten (Buitenlandse Betrekkingen), trekt een harde lijn. Hij wil dat de Russen eerst het verdrag tekenen over het opruimen van nucleaire rommel in het Russische poolgebied. Daarover onderhandelt de EU al lange tijd met Rusland. ,,Toen ik dat hoorde, dacht ik: oeps nu wordt het moeilijk'', zegt Giordano van Heerema. De Nederlandse fondsenwervers hadden het verdrag juist gebruikt als argument om geldschieters in Brussel te overtuigen.

De fondsenwerving door de Foundation, het verwachte ei van Columbus bij de financiering, verandert in een loden last bij de onderhandelingen tussen Heerema-Smit en de Russische regering. De Foundation probeert zowel Patten als de Russen te bewegen, maar succes blijft uit. Daardoor blijkt het ook moelijk de Foundation zelf verder op te tuigen. Een voor één trekken grote namen zoals Michel Rocard, Sir Geoffrey Howe en Hans-Dittrich Genscher hun toezegging voor een bestuursfunctie in. ,,De Foundation was een luchtbel'', concludeert Bakx van concurrent Scaldis achteraf.

Achter de rug van Van Eekelen brokkelt ook de politieke steun in Den Haag af. Door de vertraging gelooft de Nederlandse regering niet langer dat de Russen de Koersk echt willen bergen. Economische Zaken wil niet meewerken aan de kredietverzekering voor Heerema-Smit. En als op 11 april de Russische minister Ivanov (Buitenlandse Zaken) in Den Haag aan Van Aartsen laat weten dat de Koersk voor de Russen een lage prioriteit heeft, haakt Nederland af.

Vervolg op pagina Z2 (28)

De slag om de Koersk

Vervolg van pagina Z1 (27)

Van Aartsen ziet ervan af een brief te schrijven aan zijn Europese collega's, om steun te vragen voor de berging.

Door het gebakkelei over geld begint de tijd te dringen. Heerema-Smit wil uiterlijk in augustus bergen, dat is de optimale maand. In september kan het weer in de Barentszzee ook prachtig zijn, maar voor hetzelfde geld ,,waaien dan de vellen van je oren'', zegt Bakx van Scaldis. De `weather window', de periode waarvoor je het weer kunt voorspellen, bedraagt in september maar 48 uur. Terwijl het hijsen en het transport in totaal vier tot vijf dagen duren. Een kapotte kernonderzeeër hangend aan een ponton, die halverwege Moermansk in een storm terecht komt, is geen geruststellend vooruitzicht.

Op 4 april laat Smit per intern memo aan Heerema weten niet meer op tijd klaar te kunnen zijn. Het bedrijf kan de Koersk dit jaar niet meer bergen. Ook duikbedrijf Halliburton heeft grote twijfels. De spanningen in het consortium lopen op. Eind april besluiten de drie bedrijven dat de operatie in tweeën moet worden gesplitst: de voorbereidingen in 2001 en het hijsen in 2002.

Vlak voor Pasen, het is 12 april, lijkt de berging van de Koersk verder weg dan ooit. Dan rinkelt bij Frans van Seumeren thuis de telefoon. Igor Spasski. Hij vraagt de baas van de Nederlandse firma Mammoet, 's werelds grootste hijser van onder meer bruggen en stadiondaken, langs te komen. De twee spraken elkaar al in februari. Met de nachttrein was Van Seumeren `op de gok' van Moskou naar Sint Petersburg gereisd om ,,wat schetsen'' te laten zien voor een bergingsoperatie. Spasski vond het een aardig plan. Maar Van Seumeren was te laat, zo luidde toen de boodschap.

Dit keer loopt het anders: ,,Heerema-Smit heeft problemen. Ze kunnen het niet meer dit jaar'', zegt Spasski als Van Seumeren op paasmaandag – 16 april – op het kantoor van Rubin zit. ,,Kun jij het wel?'' De Russen realiseren zich dat het geld van de Foundation voorlopig niet komt. Later, in maart, verklaart vice-admiraal Barskov dat de Russen hebben besloten het project dan maar helemaal zelf te financieren. President Poetin wil per se dat de Koersk dit jaar wordt geborgen.

,,Ja, ik kan het'', luidt het antwoord van Van Seumeren als hij een paar dagen met een groep Mammoet-technici om tafel heeft gezeten. Zijn plan is simpeler, veel van het materiaal is meteen beschikbaar, en lijkt sprekend op dat van het Belgische Scaldis. De technici reizen de maandag daarop naar Sint Petersburg. Op 18 mei ondertekenen de Russische regering en Mammoet een contract. De berging van de Koersk staat in september van dit jaar op het programma.

,,Smerig goed gedaan'', complimenteert verliezer Buis van Smit. Op 15 mei, drie dagen voor de ondertekening van het contract, had hij informeel van Spasski gehoord dat het consortium eruit lag. Onmiddellijk belt Buis Van Seumeren, omdat hij vermoedt dat het bedrijf Mammoet de order dreigt te kapen. Directeur Van Seumeren ligt op een Grieks strand. ,,Maak je geen zorgen, Nico, de Russen snuffelen alleen een beetje aan me.'' En dan houdt hij zijn mobiel richting de zee: ,,Hoor je de golven?''

Buis belt met `wederzijdse vrindjes' om Van Seumeren te bewerken. De hijser heeft speciale hefcilinders besteld bij een bedrijf in Delft, zo blijkt op 16 mei. ,,Als je nog wat wilt, zorg dan dat je vannacht om één uur in Helsinki bent'', zegt Van Seumeren als Buis hem opnieuw belt. Buis spoedt zich richting Schiphol, maar krijgt daar net op tijd te horen dat het vliegtuig van Van Seumeren is vertraagd.

Zodoende vertrekt hij de volgende ochtend, op 17 mei, om zeven uur naar het hoofdkantoor van Mammoet in De Meern. Terwijl Van Seumeren in Sint Petersburg onderhandelt over het contract, tekent Buis in De Meern na een dag een intentieverklaring. Smit ruilt met één handtekening Heerema in voor Mammoet. ,,Een consortium is geen huwelijk'', reageert Giordano van het benadeelde Heerema. ,,Smit zoekt kennelijk zijn eigen uitdagingen.''

De switch van de Russen naar een relatief onbekende speler wekt in de weken erna wereldwijd verbazing. Officieel wordt het tijdschema als reden opgegeven. Maar nauw daarmee verbonden is het uitblijven van de financiering door de Kursk Foundation. De Russische autoriteiten uitten diverse malen hun teleurstelling. En dat is begrijpelijk: als de 35 miljoen dollar van de Kursk Foundation niet komt, moeten de Russen de rekening van 70 miljoen dollar zelf betalen. En dat is veel meer geld dan de 55 miljoen die Mammoet naar verluidt voor de berging in rekening brengt.

Komt de Koersk nog dit jaar boven water? Mammoet zit met een krap tijdschema en moet bergen in een maand die wat betreft weersomstandigheden verre van ideaal is. September is riskanter dan augustus, zeggen bergers als Scaldis, Wijsmuller en Heerema. Het weerrapport dat Roebin heeft opgesteld voor het Heerema-Smit-consortium spreekt boekdelen: ,,In het algemeen wordt de periode van juni tot half september beschouwd als acceptabel met betrekking tot de omstandigheden in de Barentszzee.'' Mammoet en Smit beginnen half september met hijsen, als het weer goed is.

Is er nog een rol voor de Kursk Foundation? Praaning en Van Eekelen hopen nog steeds op Europese fondsen. Daarvoor willen ze het nieuwe bergingsplan toetsen aan een `veiligheidsstudie' waarover maandag is overlegd in Moskou. Maar Van Seumeren die de order gekregen heeft, hecht niet aan die veiligheidsstudie. Hij heeft daarvoor zijn eigen experts ingehuurd, alleen al voor de verzekering. ,,Wij kijken wel of er nog een rol voor de Foundation is. Misschien dat ze een stukje pr kunnen verzorgen.'' Later laat hij weten met Praaning te hebben gesproken en voegt toe: ,,Mogelijk kunnen ze voor de Russen nog Europese fondsen werven.''