Kamer akkoord met eerder subsidiedebat

De Tweede Kamer is het eens met het voornemen van staatssecretaris R. van der Ploeg (Cultuur) om de Wet op het specifiek cultuurbeleid te wijzigen. Dat bleek gisteren bij een overleg over de Cultuurnota-procedure. Van der Ploeg wil dat het politieke debat over de verdeling van kunstsubsidies voortaan eerder gevoerd wordt dan gebruikelijk. Nu heeft dat kunstsubsidie-debat plaats naar aanleiding van de invoering van de Cultuurnota. Dat zorgde afgelopen jaar voor veel ophef in de kunstsector en de politiek.

Gisteren bleek dat de politieke partijen het in feite eens zijn met Van der Ploegs voorstel om het subsidiedebat te voeren naar aanleiding van de zogenoemde Uitgangspuntenbrief.

Van der Ploeg wil dat in de wet vastleggen. In de Uitgangspuntenbrief stelt de staatssecretaris in grote lijnen vast op welke gronden de kunstssubsidies verdeeld worden. Op basis daarvan behandelt het adviesorgaan de Raad voor Cultuur de subsidieaanvragen van kunstinstellingen.

De politieke partijen zagen tijdens het debat aanvankelijk weinig in Van der Ploegs plan. Zij vreesden dat door die wijziging een te zwaar stempel van de politiek op subsidietoewijzigingen gedrukt zou worden, ten koste van de Raad voor Cultuur. Maar na een toezegging van Van der Ploeg dat het Vooradvies van de Raad voor Cultuur ook belangrijk zal blijven, staakten de Kamerleden hun verzet.

Toen vorig jaar de Cultuurnota 2001-2004 ingevoerd werd, ontstond er veel rumoer. Toneelgroepen en orkesten protesteerden tegen vermindering of stopzetting van subsidies. De Raad voor Cultuur, die de regering adviseert over de kunstsubsidies, zou teveel subsidie-aanvragen moeten beoordelen, was de mening van betrokkenen, en de politiek. Van der Ploeg verloor het vertrouwen van de culturele sector, zo leek het, en het Kamerdebat verzandde in gelobby voor bepaalde instellingen. Bij het ministerie van OCenW werden 88 bezwaarschriften tegen verminderde of opgeheven subsidies ingediend, waarvan er op dit moment 65 zijn behandeld.

Het debat spitste zich gisteren toe op een aantal door Van der Ploeg voorgestelde verbeteringen van het huidige systeem. Net zo min als hij wil de Kamer het stelsel van vierjarige subsidiëring, met inhoudelijke advisering door de Raad voor Cultuur, afschaffen. Wel moet het gezag van de Raad voor Cultuur worden versterkt. De Kamer stemde in met Van der Ploegs plan om het aantal raadsleden terug te brengen tot vijftien, met vijf algemene leden en tien voorzitters van discipline-gebonden commissies. Het aantal commissieleden moet juist worden uitgebreid, van 35 naar 60.

Langdurig werd gesproken over de invoering van een tussentijdse beoordeling, om al te onverwachte stopzetting van subsidie te voorkomen. De term `gele kaart' bleek niet bedacht door de staatssecretaris: ,,Dan moet je toch van het veld af?''.

De Kamer ging akkoord met tussentijdse beoordeling, maar wil voorkomen dat instellingen zich vier jaar lang moeten verantwoorden. Ook vreest men toenemende bureaucratisering en `juridisering'. Volgens Femke Halsema van GroenLinks is het onvermijdelijk dat instellingen bij een tussentijdse waarschuwing, die overigens niet openbaar zal worden gemaakt, in beroep zullen gaan. Op verzoek van de Kamer zal Van der Ploeg de standaard-verslaggeving voor dergelijke beoordelingen vastleggen.

Een voorstel om een overgangsjaar tussen twee Cultuurnota-periodes in te lassen, zodat negatief beoordeelde instellingen minder snel moeten verdwijnen, werd door Van der Ploeg afgewezen.