Van Os weet het zeker: `Ik ben brandschoon'

Arie van Os houdt zich nog even stil. In belang van de zaak én Ajax, de club waar hij penningmeester van is. Op advies van zijn advocaat gaf Van Os gisteren geen uitgesproken oordeel over de inval die de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst (FIOD) in mei deed bij Ajax. Kort daarna werden ondermeer bestuurslid Van Os en speler Arveladze vastgezet.

Bij de presentatie van de Raad van Toezicht van de KNVB, waarin Van Os zitting heeft, trad hij gisteren in Zeist voor het eerst weer in de openbaarheid. De affaire houdt hem nog elke dag bezig, zei hij. De twee dagen dat hij in hechtenis zat, hebben littekens achtergelaten. Zoals dat ook gebeurde tijdens een eerder FIOD-onderzoek bij Ajax in de jaren tachtig met voorzitter Harmsen, directeur Van Eijden, penningmeesters Brandsteder en Bartels. Brandsteder en Harmsen zijn inmiddels overleden. Na de verhoren ging hun gezondheid achteruit. ,,Ik weet nu wat zij hebben doorgemaakt'', beseft Van Os. ,,Van Eijden had al eens verteld wat voor een impact dit op je heeft. Het grootste goed dat bestaat, word je ontnomen: je vrijheid.''

Van Os legde gisteren uit wat Ajax ten laste wordt gelegd. ,,Er is geld betaald aan clubs voor spelers, in dit geval Shota Arveladze en Michael Laudrup. In totaal spreken we over zes à zeven miljoen gulden transfergeld. Nu gaat het erom welke afspraken de clubs (Dinamo Tbilisi met Arveladze en Kobe met Laudrup, red.) hebben gemaakt over deze bedragen met de spelers. Als zij het hebben uitgekeerd als tekengeld had er loonbelasting over betaald moeten worden. Maar wij kunnen niet controleren wat er met dat geld is gedaan. Sterker nog: als je daarover navraag zou doen zegt de desbetreffende club: `Waar bemoeien jullie je mee?' Wij zijn beschuldigd van valsheid in geschrifte omdat we ons belastingformulier niet goed hebben ingevuld. Dat stuk heb ik niet eens gezien.''

Van Os' benoeming in de Raad van Toezicht stond gisteren niet ter discussie. ,,Als ik het gevoel had dat ik de KNVB schade zou berokkenen, was ik er niet ingestapt. Maar ik ben brandschoon. Ook de andere leden van de Raad van Toezicht zijn er blijkbaar van overtuigd dat ik word vrijgesproken.''