Aids in Afrika

IN AFRIKA gaat Coca-Cola zijn netwerk, dat de verste uithoeken van het continent bereikt, gebruiken om condooms te distribueren. Op de reclameborden van Coca-Cola zullen campagnes van aidspreventie verschijnen. In Zuid-Afrika stelt mijnbouwgigant Anglo American goedkope aids-remmende geneesmiddelen uit India beschikbaar aan personeel dat besmet is met hiv. Dit zijn twee voorbeelden van ondernemingen die zo gealarmeerd zijn door de opmars van aids in Afrika dat ze tot actie overgaan. Coca-Cola is de grootste werkgever van het continent en Anglo-American dreigt 20 procent van zijn mijnwerkers aan aids te verliezen.

Vorige week hielden de Verenigde Naties in New York een speciale zitting gewijd aan aids in ontwikkelingslanden. Er kwam een verklaring waarin aids een `wereldwijde noodtoestand' werd genoemd, er werden ambitieuze doelstellingen en streefbedragen vastgesteld. De donorgemeenschap kwam met geld over de brug, het bedrijfsleven werd aangespoord financieel bij te dragen en de farmaceutische industrie om betaalbare geneesmiddelen beschikbaar te stellen. Belangwekkende maatregelen, maar volstrekt tekortschietend – met name in Afrika waar driekwart van de 36 miljoen bekende hiv-positieven woont.

DE TREURIGHEID van aids in Afrika is dat behandeling grotere aandacht krijgt dan preventie. Enkele maanden geleden werd in Zuid-Afrika triomfantelijk gevierd dat de grote farmaceutische industrie onder druk van overheden en niet-gouvernementele organisaties door de bocht was gegaan met de handhaving van octrooirechten en de verkoop van goedkope aids-remmende middelen. Aids werd in de anti-Westerse retoriek getrokken, alsof de farmaceutische multinationals de bron van de besmetting zouden zijn.

Het probleem is dat Afrikanen zo arm zijn dat goedkope aids-remmende middelen (500 dollar per kuur per jaar) voor kapitaalkrachtige slachtoffers wellicht betaalbaar zijn, maar niet voor de massa's in de shantytowns of op het platteland. Intussen blijft de Zuid-Afrikaanse regering beweren dat aids een kwestie van armoede en onderontwikkeling is, en blijft ze alternatieve therapieën propageren.

Maar aids, dat in Afrika niet hoofdzakelijk een epidemie onder homoseksuelen of drugsgebruikers is en zich zowel onder mannen als vrouwen verspreidt, is een seksueel overdraagbare aandoening. De oorzaken van de verspreiding liggen in gebrek aan voorlichting en afwezigheid van voorbehoedsmiddelen, maar evenzeer in promiscuïteit en prostitutie. Deze verschijnselen worden bevorderd door de concentraties van mannen in mijnbouwenclaves en door de niet-aflatende burgeroorlogen en daarmee gepaard gaande volksverhuizingen. Het is ook een kwestie van seksueel gedrag. Des te pijnlijker dat op de VN-conferentie in New York onder druk van Afrikaanse en moslimlanden alle expliciete verwijzingen naar seksueel gedrag van risicogroepen, homoseksualiteit en prostitutie geschrapt werden. In de verklaring wordt slechts in algemene termen melding gemaakt van `seksuele praktijken'.

DE BESTRIJDING van aids vraagt in de eerste plaats om een strategie van preventie om toekomstige generaties te behoeden voor besmetting. Daarbij zijn erkenning van de omvang van het vraagstuk en voorlichting over voorkoming van besmetting essentieel. Druk op het Westen, meer donorgeld of beschuldigingen richting farmaceutische industrie hebben minder effect dan grootschalige verspreiding van condooms en bevordering van aangepast seksueel gedrag. Dat hebben de Afrikaanse overheden – met steun van bedrijven werkzaam in hun landen – zelf in de hand.