Windenergie 3

In de bijlage W&O van 26 mei heeft Robert van der Veen een poging gedaan de ontwikkeling van windenergie tot een grote zeepbel op te blazen. Zijn stuk bevat tal van onjuistheden, waarvan hier de belangrijkste worden rechtgezet.

1. De waarde van windenergie zou nul zijn. Hoe verzint Van der Veen het. Het is onverklaarbaar dat hij de waarde ontkent van het besparen van kolen en gas in centrales, en van het schoon en hernieuwbaar zijn. Uiteindelijk heeft de consument daar een prijs voor over die alle aspecten – en niet alleen de puur technisch-economische – weerspiegelt. De energiebedrijven krijgen de groene stroom niet aangsleept vanwege de toenemende vraag. De vrije energiemarkt heeft ook negatieve kanten voor windenergie. Zo wordt binnenkort een leverancier van windelektriciteit beboet als hij niet levert wat van te voren overeengekomen is.

2. Windenergie zou te duur zijn. Windturbines aan de kust maken zeer schone elektriciteit. De kosten voor de producent zijn 10-12 ct per kilowattuur. Techniek- en marktontwikkeling leiden tot een jaarlijkse kostendaling van 3 tot 5%. De vergoeding van de elektriciteitsmaatschappij aan de windstroomproducent bestaat uit vermeden brandstofkosten (6-8 ct) plus de ecotax-vrijstelling (4-5 ct). De ecotax komt overeen met de kosten die gemaakt moeten worden om de milieuschade van fossiel opgewekte stroom te compenseren. Door deze ecotax worden deze kosten verhaald op de fossiel opgewekte stroom. De overige maatregelen van de overheid (fiscale voordelen en dergelijke) maken windenergie nu winstgevend met enkele centen per kilowattuur. In de toekomst moet dit zonder deze fiscale maatregelen kunnen. Windenergie zal binnen 10 jaar tot de goedkoopste energiebronnen horen. Er is niets mis met tijdelijke ondersteuning: op die manier is bijvoorbeeld de katalysator in de auto gekomen, die de vervuiling door uitlaatgassen aanzienlijk heeft teruggebracht.

3. Windenergie zou de betrouwbaarheid van de energielevering onderuit halen. In Denemarken en de Duitse deelstaat Schleswig-Holstein wordt ongeveer 15 procent van de elektriciteitsvraag voorzien door windenergie. De levering is daar net zo betrouwbaar als in Nederland. Moderne windturbines (niet die van 20 jaar geleden) voldoen aan hoge eisen wat betreft netkwaliteit. Van der Veen stelt verder dat windenergie structureel onvoorspelbaar is. Dat is evenmin waar. De meteorologische kennis is zover dat windsnelheden redelijk voorspeld kunnen worden op een termijn van enkele uren. Systemen hiervoor zijn al operationeel bij de grote Deense en Duitse elektriciteitsbedrijven. Bovendien is de variatie in windvermogen op korte termijn (minuten, kwartieren) niet groter dan de variatie in de consumptie van elektriciteit. Het systeem kan dit zonder problemen aan, inderdaad dankzij andere centrales. Het staat buiten kijf dat de elektriciteitsvoorziening nooit 100 procent op wind kan draaien. Voor Nederland is 15 procent zonder meer haalbaar. Wil je meer, dan wordt opslag noodzakelijk. Daar wordt aan gewerkt: de eerste windparken met geïntegreerde opslag zijn in Duitsland in aanbouw.

Bij windenergie gaan milieu en economie samen. Wie bakt er nu lucht – journalist Van der Veen, of de SER, Shell, Siemens, Nuon, Eneco, Essent, Kema, de windenergie- en offshore industrie, de financiële wereld, overheid, Greenpeace, Natuur&Milieu en WNF?