WEGGEKOCHT

Wie wil er nog onderzoek doen in Europa op het gebied van de levenswetenschappen? In Amerika is de betaling nu veel hoger geworden. De National Research Service Award gaat de stipendia voor promovendi ophogen naar 25.000 dollar (was $16.500) en die voor postdocs naar 45.000 dollar (was $28.260). Aldus kan meer buitenlands talent worden aangetrokken en zullen minder potentiële onderzoekers in de snel groeiende biotech-industrie gaan werken.

Zal nu de brain drain van wetenschappelijk talent naar de VS nu pas goed op gang komen? Prof.dr. Rob Reneman, president van de KNAW erkent het probleem: ``Onderwijs wordt steeds internationaler. En ja, de aantrekkingskracht van Amerika is licht bedreigend voor Nederland en de rest van Europa. De Akademie heeft daarom telkens gepleit voor het invoeren van een training grant, waarbij je promovendi beter kunt belonen maar vooral ook – en dat is belangrijk – op kwaliteit kunt selecteren.'' Duitsland heeft begin dit jaar het goede voorbeeld gegeven, vindt Reneman, door elf Max Planckinstituten aan te wijzen als trainingscentra voor topopleidingen. Ze kregen de verplichting mee om tenminste 30 procent buitenlandse postdocs aan te trekken.

``Wij kunnen jonge wetenschappers niet altijd de beste aanbieding doen'', meent ook Diederik Zijderveld, hoofd beleid bij NWO. Maar dat gaat binnenkort veranderen, verwacht hij: ``Het gezamenlijke plan van KNAW, universiteiten en NWO, de `vernieuwde vernieuwingsimpuls', ligt nu bij de minister en zal waarschijnlijk heel spoedig groen licht krijgen. In dit programma verdelen de 200 beste postdocs jaarlijks een premie van 150 miljoen gulden. Dat is voldoende om gedurende enkele jaren een eigen onderzoekslijn te bekostigen, inclusief het eigen salaris en eventueel dat van anderen. Het moet een wetenschappelijke carrière in Nederland aantrekkelijker maken. Het budget van de Vernieuwingsimpuls is vijf keer groter dan voorheen.''

Overigens is de nieuwe subsidieregeling volgens Zijderveld geen directe reactie op de Amerikaanse budgetverhogingen, maar mikt het met name op een betere concurrentiepositie ten aanzien van het bedrijfsleven. Vorig jaar september concludeerde de commissie Van Vucht-Tijssen dat deze sector jonge wetenschappers aantrekkelijker perspectieven wist te bieden dan de universiteiten.

Zijderveld: ``Een brain drain is alleen maar vervelend als de mensen in het buitenland blijven. Op zich is buitenlandervaring alleen maar goed. Wij hopen natuurlijk wel dat ze daarna terugkomen, wellicht geholpen door deze speciale programma's.''