Vis, plant, ei, Christus

Het AW-laboratorium gaat de rolluiken sluiten. Het wordt warm en het labo heeft geen koeling. Het komt er nu op aan zwerfvuil en etensresten te verwijderen voor ze bederven.

De verleiding is groot hier nog lang en indringend door te gaan op dat rare Amazone-visje dat de afgelopen weken ter sprake kwam. De tot op heden geraadpleegde literatuur geeft nog steeds geen uitsluitsel over de gevaren die het visje oplevert, het lijkt erop dat het wel mee valt, ja zelfs dat het allemaal kwaadsprekerij is, maar zeker is nog niets. Voor een negatief reisadvies lijkt geen reden, maar wie deze zomer in de Amazone of Orinoco uit zwemmen gaat doet er goed aan het urinekanaal gesloten te houden.

Andere zorgen en raadsels die de lezer de afgelopen maanden afleverde graven gelukkig minder diep. Opvallend vaak wordt er getobd over hinderlijke maar niet te traceren geluidsbronnen in de omgeving: gezoem, gebrom. Op afstand valt daar helaas weinig over te zeggen. Een slecht bekende bron van aanhoudend gebrom is de rioolbemaling die hier en daar wordt toegepast. Voor het overige zal het in de meeste gevallen die moderne airconditioning en ventilatie zijn waarvan men langzaam gek wordt. Dat wordt de komende maanden almaar erger. Ga dus weg! Ga naar gebieden waar ze niet aan klimaatregeling doen en laat ze hier kalm doodvallen met al hun elektromotoren.

Maar wat doe ik dan zo gauw met de kamerplanten, vraagt men zich af. Dat is inderdaad een onopgelost technisch probleem, zoals lezer L. Blok in Eindhoven onomstotelijk heeft aangetoond. Theoretici komen jaar in jaar uit met het advies de plantenpotgrond te bevloeien met water dat via wollen draadjes en dergelijke uit flessen wordt aangevoerd. Nu, Blok probeerde het, ook met katoen en bevochtigde veters, maar het werd niets. Na drie dagen is er eigenlijk geen toevoer meer over. Het enige dat helpt is de potten in reusachtige plastic schotels te plaatsen en die flink vol te gieten. Van AW-wege is één zomer geëxperimenteerd met totale verduistering van de verblijfsruimte van de planten. Er was het intuïtieve gevoel dat dat het gewas wat rust zou geven. Doe dat nooit.

Op hetzelfde praktische niveau ligt de vraag die in april per e-mail uit Den Haag werd bezorgd – het lukt niet hier een vloeiende overgang te bedenken. Is het mogelijk een zacht gekookt, afgekoeld ei zodanig op te warmen dat het zacht blijft, vraagt lezer R.J. Ja, dat is mogelijk, het kwam hier vijf jaar geleden al ter sprake. Het eiwiteiwit stolt volgens de literatuur pas bij 63 graden, het eigeeleiwit pas bij 74. In principe is het ei dus in een pannetje water dat niet warmer wordt dan 70 graden opnieuw op temperatuur te brengen zonder dat het eigeel verder verhardt. In de praktijk kan men het het beste bij een graad of 60 laten, dan gaat er niets mis.

Wie even doordenkt realiseert zich dat het dus mogelijk is eieren te pasteuriseren, en van Salmonella te ontdoen zonder dat ze tegelijk stollen. Dat is precies de dienst die de Directeur Pasteurizatie Group van de firma `Heat and control' laatst ongevraagd kwam aanbieden. `Ik hoor graag van u'. Met een goede thermometer heeft men de Directeur Pasteurizatie niet nodig.

Regelmatig kom ik oog in oog met de verbeelding van de gekruisigde Christus, schreef een lezeres in Utrecht in maart. Wat mij in die voorstellingen opvalt is dat het hoofd van Christus bijna altijd naar rechts valt. Is daar een reden voor? Fysiek of uitvoeringstechnisch? Traditie, of nog wat anders? Bij voorbaat dank.

De waarneming stemt overeen met de AW-ervaring. De reiziger die zich in de Belgische bergen waagt vindt daar op bijna alle kruispunten wel een kruis met een gekruisigde. En inderdaad meestal met het hoofd op de rechterschouder. Niet altijd, er zijn ook linkse Jezussen. Altijd is – gedachtenloos – aangenomen dat deze zeldzame afwijking door onnadenkendheid tijdens de fabricage ontstond. Eerst een gipsen beeld gemaakt, dan een spiegelbeeldige vorm voor het gietijzer, enzovoort. En dan vergeten aan het spiegelen te denken, ongeveer zoals op de etsen van Rembrandt en tijdgenoten nogal eens een molen de verkeerde kant op draait. (De Delftse molen hier boven aan de pagina staat goed: die is getekend en niet gegraveerd.) Nu opeens schiet te binnen dat bij het gieten tweemaal een links-rechts verwisseling optreedt. Er zit dus mogelijk meer achter.

Inpandige bijbelkenners, die overigens niet voor de uitpandige onderdoen, wisten geen raad met de vraag. Ze houden het er maar op dat het links van de linkerschouder als ongunstig werd beschouwd, zoals dat nu door het woord sinister wordt uitgedrukt. Wel gaven de kenners nog een aardige Rembrandt-achtige uitbreiding aan de waarneming: dat Jezus toen hij nog zuigeling was steevast met zijn hoofd tegen de linkerschouder van zijn moeder werd gedragen. Althans in die toestand werd afgebeeld: het hoofdje tegen het hart.

Maar op Cyprus vindt men ikonen waarop Jezus over de rechter schouder wordt gedragen. Het zouden kopieën zijn van de ikonen die de evangelist Lucas – tevens schilder – van Maria maakte. Lucas zou Maria uit eerbied en ontzag nooit rechtstreeks maar uitsluitend via een spiegel hebben durven aanschouwen maar realiseerde zich niet dat Jezus aldoende averechts op het doek kwam.