Verbeelding van het Japans nationalisme

Extreem nationalisme klinkt door in een nieuwe speelfilm waarvoor de omstreden Japanse essayist Hideaki Kase het verhaal leverde. Gesprek over de hunkering naar vroeger.

Nederlanders zouden kunnen schrikken bij het zien van de speelfilm Merdeka. Japanse helden schitteren tegen een decor van Nederlandse slechteriken die na 1945 Indië proberen te heroveren. Nederlandse soldaten draaien hun hand niet om voor het doodmartelen van een gevangene, een Japanse gevangene wel te verstaan. Dit keer zijn Japanners de helden met een menselijk gezicht.

`Merdeka' is de tweede film waarin de Japanse geschiedenis vanuit een nieuw licht wordt bezien en waarvoor de Japanse essayist/criticus Hideaki Kase het verhaal leverde. Enkele jaren terug zat hij achter de film Pride, waarin een nieuw beeld werd geschetst van het Tokio Tribunaal waarin de geallieerden onder anderen generaal Hideki Tojo, premier in oorlogstijd, als oorlogsmisdadiger ter dood veroordeelden.

Kase's kantoor ligt aan een brede weg in het regeringscentrum van Tokio. Het lijkt geen toeval dat precies aan de overkant het grote hoofdkwartier van de regerende Liberaal Democratische Partij (LDP) staat. Binnen de LDP bestaat een sterke stroming die meent dat Japan absoluut geen `foute' oorlog heeft gevoerd. Al kunnen deze politici wegens politieke gevoeligheden hun mening niet al te luid ventileren. Kase is voorzitter van de afdeling Tokio van de conservatieve club Nippon Kaigi (`Japans Congres'), die streeft naar behoud van tradities en meer respect voor het keizershuis. Nippon Kaigi heeft goede connecties met conservatieve krachten in de LDP.

Bewust doel van Kase's films is het aankweken van nationalisme bij de Japanse bevolking, om zeer praktische redenen. Terwijl het gesprek afdwaalt naar de huidige Japanse buitenlandse politiek – bepaald door totale afhankelijkheid van bescherming door het Amerikaanse leger – zegt Kase: ,,Het is natuurlijk uitstekend als jonge Amerikanen niets liever doen dan hun bloed voor ons laten vloeien, terwijl wij slechts toekijken en de rekening betalen.'' Maar deze situatie is absurd, meent Kase en velen in Japan met hem, en dus zal Japan te zijner tijd weer gewoon zelf een volwaardig leger moeten hebben. Om jongeren bereid te vinden het land te dienen is toch minstens enige nationale trots nodig.

Kase behoort tot de aan kracht winnende stroming die een einde wenst te zien aan het `masochistische geschiedbeeld' dat, zo menen deze mensen, kinderen sinds 1945 wordt ingegoten. Het beeld dat de geallieerden in de oorlog goed waren en de Japanners fout. `Merdeka' schetst het leven van Japanse soldaten die zich na de nederlaag in 1945 aansloten bij de troepen van Soekarno om tegen Nederland te vechten voor de vrijheid van Indonesië. De film is fictief, maar naar schatting tweeduizend Japanners hebben destijds deze keus gemaakt. Kase wil laten zien dat er onder de jongere soldaten idealisten waren die werkelijk voor de vrijheid van Azië wilden vechten, ook al was ,,bevrijding van Azië niet het doel van de Japanse regering destijds'', erkent hij.

`Merdeka' is geen kassucces geworden en heeft weinig of geen discussie opgeroepen in Japan. In tegenstelling tot `Pride', die wel veel discussie losmaakte, raakt de film niet aan de kern van de betekenis van de oorlog voor Japan. In `Pride' zette Kase generaal Tojo neer als een man die voor zijn land opkwam, die door de druk van de geallieerden tot oorlog gedwongen werd om het voortbestaan van Japan te verzekeren. De enige fout die Tojo maakte was dat hij de oorlog verloor. In de film pleegt een oorlogsweduwe voor zijn ogen harakiri, omdat niemand verantwoordelijkheid neemt voor de mislukte oorlog. Tojo is schuldig tegenover zijn eigen volk, zo is de boodschap, maar niet tegenover de vijand die hem veroordeelt.

Tojo wordt in `Pride' door een Amerikaanse aangevallen op het totalitaire bewind dat Japan regeerde. Tojo reageert met de opmerking: ,,Ik weet niet wat u met totalitarisme bedoelt.'' Voor Pearl Harbor waren alle politieke partijen gedwongen in één massabeweging opgegaan. Vrijheid van meningsuiting was al in de jaren twintig afgeschaft met een beroep op de communistische dreiging.

Dit antwoord is niet alleen typerend voor Tojo, maar ook voor een conservatief als Kase, die zijn ontevredenheid over de huidige politiek niet onder stoelen of banken steekt. ,,Kijk naar mensen als (de populaire nieuwe premier) Koizumi of Blair, politiek is entertainment geworden'', zegt hij.

Politici zijn in het Japanse bestel altijd weinig relevant geweest. Koizumi en zijn kabinet proberen nu meer greep op het beleid te krijgen. Met grote publieke steun proberen ze de macht van gevestigde instituties als de ambtenarij te ondergraven. In deze ontwikkeling klinken plots waarschuwingen tegen popularisme, alsof Koizumi een gevaar voor stabiliteit is. Deze waarschuwingen tonen een diep gewortelde weerzin tegen democratie. Gevraagd naar zijn ideeën over de meest wenselijke staatsvorm, zegt Kase na enige stilte plots: ,,Eigenlijk is het beter enige vorm van klassenmaatschappij te hebben.'' Dat wil zeggen een klassenmaatschappij naar geboorte, al zou er enige mobiliteit mogen bestaan.

Kase wordt enthousiast als het gesprek afdwaalt naar de Edo-tijd, de periode tot eind negentiende eeuw toen Japan afgesloten was van het buitenland en een rigide ordening kende. Hij heeft een afkeer van vrijhandel en mondialisering die lokale tradities en structuren ondergraven. Kase blijkt een romanticus die terugverlangt naar de overzichtelijke Edo-tijd. Geïmporteerde cultuur staat hem tegen en democratie behoort daartoe. Kase zou het liefst zien dat de keizer terugkeert naar zijn oude paleis in Kyoto om de hele dag slechts poëzie te schrijven. Het staat hem tegen dat Japan in de negentiende eeuw het Westen heeft nageaapt door de keizer als een Pruisische koning in militair uniform op een paard te zetten en in zijn naam een imperium te stichten op het Aziatische vasteland. Maar Japan ,,moest wel'' wegens de opdringende Westerse machten.

`Merdeka' is niet geheel zonder kritiek op de houding van sommige Japanners. Er komt een scène in voor waarin een dronken Japanse officier een Indonesiër tot moes slaat omdat ze nu eenmaal minderwaardig zijn. ,,Op die scène heb ik verschrikkelijk veel kritiek gekregen'', zegt Kase, ,,maar natuurlijk waren er ook ugly Japanese en deze man is symbool daarvoor.''

Een andere film laat deze `ugly Japanese' zelf aan het woord. In de documentaire Riben Guizi (Chinees voor `Japanse duivels', zoals de soldaten in China werden aangeduid) praten veertien Japanse veteranen tweeënhalf uur lang over verkrachting, moord en plundering in China. ,,Ik had Kant's Kritik der Reinen Vernunft gelezen en beschouwde mezelf als humanist'', zegt een van hen. Veteranen gebruikten gevangenen om rekruten te leren doden. Toen voor de spreker het moment kwam dat hij een Chinees moest onthoofden ,,borrelde een vreemd soort zelfvertrouwen in mij op toen het hoofd eraf vloog''.

De bedoeling is dat `Riben Guizi' op 1 december in één bioscoop in Tokio in première gaat, in de hoop dat daarna ook andere bioscopen het werk willen overnemen. De kans is groot dat druk van ultranationalisten dit zal verhinderen. `Riben Guizi' is het werk van een zeer klein productiekantoor, terwijl Merdeka afkomstig is van een van Japans grootste filmmaatschappijen met bijna honderd eigen bioscopen in het hele land.