Vandaag zetten we oma uit haar datsja

,,Wat doet ze nu?'' ,,Ze staat voor het schuurtje en zet haar tas op de grond. Wacht, ze pakt hem op. Nu zet ze hem weer op de grond. Nee, ze pakt hem weer op.''

Dat het zover met ons moet komen. Dat we een omaatje van 71 jaar met zacht geweld uit haar datsja moeten zetten. Dat ik mijn neefje Alef naar de achtertuin stuur om haar te bespioneren. Hij voelt de stemming prima aan. ,,Oma moet opzouten'', roept hij vrolijk.

Rosa Aleksandrovna kan geen afscheid nemen van haar datsja, het houten buitenhuisje in de naaldbossen van Kratova waar ze 33 zomers doorbracht. Eind april huurden wij samen met vrienden haar datsja voor 600 dollar per maand. Een fors bedrag, maar niet ongewoon. Een eerdere gegadigde zag van huur af door Rosa's manier van zakendoen, die onzekerheid over de markteconomie verraadde. Eerst bood zij de datsja aan voor 1.500 dollar. Toen de kandidaat prompt toehapte, blonk paniek in Rosa's ogen. Had ze te weinig gevraagd? Tien minuten later bleek de prijs 2.000 dollar. Nou, vooruit dan maar. Toen was het plots 2.400 dollar. Daar haakte de kandidaat af. ,,Een Sovjetprinses aan lager wal'', concludeerde hij.

Maar wij moesten en zouden een datsja hebben. Uit conformisme, vermoed ik. Een beetje correspondent heeft namelijk een datsja. In de zomermaanden voegt hij zich vrijdagavond in de eindeloze file die vanuit Moskou de naaldwouden inslingert. Daar wacht een weekend lezen, boswandelen, hout hakken, vuurtje stoken, sjasliek grillen, wijn drinken. 's Avonds naar de sterren kijken, naar de honden luisteren, naar de muggen slaan. Slapen in een stoffig houten huis met piepende planken en zondag weer in file terug naar Moskou. Zo voelt de correspondent zich een heuse Moskoviet, want de hartstocht voor de datsja zit hier diep.

Terug naar Rosa Aleksandrovna, een dubbelgevouwen vrouwtje met ravenzwart geverfd haar. Vroeger een schoonheid, dat kon je zien. Wij gingen wel met haar in zee. Althans, dat dachten we. Na ons voorschot van 1.000 dollar besloot ze haar datsja toch maar niet te verhuren. Daarna wel. Toen weer niet. Toen wel, maar eerst moest ze de zaak opknappen. De weken gleden voorbij. Als we aandrongen, dreigde Rosa met andere gegadigden die veel meer wilden betalen. Anderhalve week geleden was mijn geduld op. Het begon me te dagen dat Rosa gewoon geen afscheid kon nemen van haar buitenhuisje. Ik belde. Als ze vanavond de sleutels niet bracht, kwam ik morgen ons voorschot terughalen. Die avond stond Rosa met sleutelbos voor onze deur, een en al glimlach.

Tijdens ons eerste weekeinde in de datsja zat Rosa er nog steeds. Er viel nog zoveel op te ruimen, zo kon ze het huisje toch niet achterlaten? Ze hing een kerststukje aan de muur en haalde het weer weg. Ze zette een plastic replica van de Ostankina televisietoren op het koffietafeltje en dan weer op de commode. Als een spook waarde ze 's nachts rond, we hoorden de vloer kraken. Rosa begon ons op de zenuwen te werken. Toen we zondag weer naar Moskou vertrokken, beloofde ze plechtig dat ze nu echt vertrok. Dinsdag belde ze. Wanneer we weer eens langskwamen? Ze had het een leuk weekeinde gevonden, we waren altijd welkom op haar datsja.

Buurvrouw Lena waarschuwde ons al: Rosa is een beetje gek. Nu hebben we haar dus uit haar buitenhuisje gezet. ,,Nog één nacht?'' smeekte ze. Nee Rosa. Toen ze rond acht uur 's avonds in haar slaapkamer nog steeds morsige prullen van het ene naar het andere hoopje verlegde, sloeg ik een arm om haar schouders en duwde haar het huis uit. Ik deed de deur op slot en sjouwde haar rommeltjes naar de schuur. Vanaf de veranda zag ik haar gebogen gestalte nog twee uur lang in de schemering door de tuin rondscharrelen. Rond tien uur vroeg ze of ze de badkamer mocht gebruiken. Even was ik bang dat ze zich daar zou opsluiten, haar laatste bastion. Maar met schone kleren, natte haren en verse lipstick nam ze even later afscheid. Met een dappere glimlach.

En daar zitten we nu, tussen 33 jaar herinneringen. Vader Aleksander, de luchtmachtgeneraal, kijkt ons vanaf een olieverfschilderij in de woonkamer een beetje droevig aan. Een plastic vliegtuigje en een formica-tafeltje uit een Toepolev herinneren aan haar man Joeri, een stuntpiloot die in de jaren zeventig tragisch omkwam tijdens een vliegshow op Le Bourget. Ik blader wat door vergeelde vakbladen ('De Yak-100 in de schaduw van de concurrentie'). Er liggen ook buitenlandse kranten; het was een reisgrage, bevoorrechte familie. `Andropov, strijder voor de vrede, overleden', lees ik in het Spaans.

,,Waarom heb ik een datsja?'' vroeg een collega me vorig week in een filosofisch moment. Geen comfort, muggen en in ons geval ook nog een tuin vol half-verpulverde asbestplaten en een veranda met twee nesten gemene bijen. Maar we zien in Kratova wel hoe de oude elite het veld ruimt voor de nieuwe. Achter onze datsja staat een monsterlijk wit kasteel van drie verdiepingen, met een hoog hek, ramen als schietgaten en valse waakhonden. ,,Maffia'', mopperde Rosa. Zij heeft dapper gestreden, maar nu heeft ook zij het gevecht met de dollar verloren.