Tien jaar wanbeleid en isolement

Bijna vier miljard dollar heeft Joegoslavië tot eind 2004 nodig om de economie enigszins op orde te brengen. Tien jaar van isolement, de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo, tien jaar zonder internationale leningen, tien jaar van internationale sancties en de schade van de NAVO-bombardementen van 1999 hebben, in combinatie met het wanbeleid van Slobodan Miloševic, van de economie van vroeger weinig over gelaten. Miloševic besteedde driekwart van de hele begroting aan Defensie: geld dat aan de modernisering van de industrie en de verbetering van de infrastructuur had moeten worden besteed, werd uitgegeven aan het leger, de politie en hun bewapening. Het spaargeld van de bevolking (vijf miljard mark) werd haar op vernuftige wijze ontfutseld tijdens een periode van kunstmatig aangewakkerde hyperinflatie in 1993 (de inflatie beliep eind dat jaar 313 miljoen procent per maand). Het verdween naar de particuliere bankrekeningen van Miloševic' medewerkers in het buitenland.

Pas na Miloševic'val in oktober vorig jaar bleek hoe desastreus de situatie is: het land staat op de rand van het absolute niks. Opslagplaatsen voor voedsel bleken leeg te zijn, oliereserves waren op, de valutareserves waren geslonken tot 385 miljoen dollar bij een buitenlandse schuld van 14 miljard dollar). De inflatie beliep 120 procent en de werkloosheid dertig procent. De Serviër moet, als hij al werk heeft, overleven op nog geen honderd mark per maand (bejaarden krijgen dertig mark per maand); voor een bioscoopkaartje moet de gemiddelde Serviër twee uur werken. Velen overleven dankzij familieleden in het buitenland of op het platteland. 65 procent van de Serviërs leeft onder de armoedegrens. De infrastructuur is in 1999 door de NAVO stukgebombardeerd, de banksector is failliet door diefstal van Miloševic' vrienden en de industrie is een ruïne.

Als die situatie niet verandert, komt het tot sociale onrust en een crisis die het overleven van het democratische bewind in gevaar brengt. De levensomstandigheden voor de gewone Serviërs zijn sinds de val van Miloševic in oktober vorig jaar alleen maar verslechterd. In vergelijking met toen is de broodprijs verzesvoudigd en moet een gezin vijftig procent meer voor het dagelijks levensonderhoud uitgeven. De helft van de één miljard dollar internationale steun die sinds oktober is gegeven, is opgegaan aan olie en brandstof.