Reis naar de parallelle wereld

Wonen, werken en recreëren zijn niet meer aan een plek gebonden. Een bedrijfsterrein wordt een kinderparadijs, een camping een woonwijk. Gevolg: een toenemende uniformiteit en inwisselbaarheid van ruimte. `Er is een nieuw soort Nederland aan het ontstaan.'

Als bedrijfsleider Hans Zeggelink 's avonds zijn hoofd op zijn kussen legt, spoelt opnieuw de herrie in golven over hem heen. ,,Het went maar niet, de hele dag dat gegil van opgewonden kinderen.'' Maar het bedrijf waar hij werkt, heeft succes, en succes werkt verslavend. Het is donderdagochtend en nu al bomvol in Kids Playground, een nieuw kinderparadijs op een bedrijventerrein aan de rand van Duiven, bij Arnhem. Dit is in ruim drie jaar tijd alweer de vijfde vestiging, en Kids Playground wil een `landelijke dekking' van twintig vestigingen – en dan naar de beurs. Een groeimarkt.

Inderdaad is het een ontzaglijke herrie. De uitgelaten kinderen, verdeeld over een afdeling voor de peuters en een voor kleuters-en-ouder, springen en rennen en kruipen en gillen en schreeuwen daarbij hard en niet aflatend. Hun schoenen staan keurig in vakjes opgeborgen in grote kasten bij de ingang. Ze kunnen zich helemaal laten gaan, want de springkussens en de ballenbak zijn van zichzelf al zacht en de stellingen waar ze op en in en over kruipen zijn omzwachteld en van netten voorzien. Zachte materialen, harde kleuren en onbarmhartig licht.

Kinderlol op een bedrijventerrein? Logisch, legt Zeggelink uit. Je bent als bedrijf goed bereikbaar met de auto, en de kinderen amuseren zich terwijl de ouders in de omgeving hun boodschappen doen. Bij de nieuwste Ikea-vestiging van Nederland bijvoorbeeld, of bij de Makro of Beter Bed, en als de kinderen niet al vol patat zitten kun je met z'n allen naar de McDonald's. De uitgang is beveiligd, geen kind kan zelf het hekje openmaken. Bij de vestiging in Den Haag, in het winkelcentrum Megastores, hebben de ouders het nóg makkelijker: ze krijgen een buzzer mee en als hun kroost is uitgespeeld dan buzzt de dienstdoende clown of cowboy ze even op. Ouders kunnen de auto kwijt, en de kinderen binnen zal het worst wezen hoe het er buiten uitziet. De vestiging in Enschede zit in een voormalige sporthal, deze in Duiven heeft een loods van Ikea overgenomen toen die hiernaast ging uitbreiden. En dat die locaties aan de stadsrand wel handig zijn, blijkt uit de plannen om in Enschede een skatebaan erbij te doen, in Helmond tennisbanen en in Apeldoorn een kartbaan.

Spelen voor je huis op straat is echt iets van heel vroeger en lang geleden, constateren we gelaten als we weer buiten op de parkeerplaats staan, naast onze touringcar. We zijn vandaag te gast bij P-reizen, een initiatief van de Arnhemse kunstenaars Hans Jungerius, Rob Groot Severt, Melle Smeets en Jur van Diggele, verenigd in de stichting G.A.N.G. Onze bestemming is wat zij noemen de parallelle wereld. ,,Er is een nieuw soort Nederland aan het ontstaan'', zegt Jungerius. ,,Daarin staan de dingen die we doen helemaal los van de plek waar we ze doen. Je kunt je als kind prima vermaken op een bedrijventerrein, je kunt mooi wandelen in een natuurgebied waaronder een vuilstort ligt, of zelfs een pretpark maken in een oude kernreactor. Wonen, werken en recreëren zijn door de mobiliteit over een groot oppervlak verspreid en niet meer aan bepaalde locaties verbonden. De stad is dun geworden.''

De sfeer in de bus, vol ambtenaren, architecten, filmers, vrienden en vooral kunstenaars, is niet zozeer `maatschappijkrities' alswel een beetje camp. Want het is niet zozeer de bedoeling om de parallelle wereld te verketteren, alswel die te laten zien, om de aandacht te vestigen op plekken waar je oog anders achteloos langs glijdt. De kunstenaars van P-reizen schrijven dan ook in de folder die ze vandaag op hun maiden voyage uitreiken, dat zij ons ,,laten beleven waar andere touroperators liever over zwijgen''. Merkwaardige toeristen zijn wij. Melle Smeets: ,, Natuurlijk zijn wij kunstenaars en geen uitbaters van een commercieel reisbureau. Wij vroegen ons af: wat is de beste manier om deze parallelle wereld bloot te leggen? Door er naartoe te reizen, als een legitieme bestemming van een dagtocht, misschien zelfs van een meerdaagse survivaltocht. De reis is een middel om ons verhaal te vertellen.''

Ploap's

Jungerius trekt een Center Parcs-tas op wielen achter hem aan waar panfluitmuziek uitkomt, en gewillig gaan we mee. Langs een meubelpaleis en een verlaten kwekerij het bedrijventerrein af, de natuur in. Daar lijkt het tenminste op, maar de flinke heuvel links is manmade: een vuilstort, bekend in de buurt als `de bult van Putman'. Over een met keutels bedekte dijk van het Waterschap Rijn en IJssel lopen we recht op de A12 af. Daarachter zien we de Afvalverbranding Rijnmond (AVR)liggen die ervoor heeft gezorgd dat de huizen niet meer bewoond mochten worden. Het enige huis dat nog overeind staat, is een hondentrainingscentrum geworden.

,,Weet je waar wij zijn'', vraagt op retorische toon mijn buurvrouw uit de bus. Ze heet Lies Holstein, ex-wethouder en is nu ruimtelijk vormgever van onder andere een veelomvattend plan voor de Gelderse vallei. In het schemergebied van de A12, opper ik. Nee, zegt ze, ,,dit is een ploap, een place left over after planning.'' De planning is vooral defensief: een snelweg moet een hinderzone van zeshonderd meter hebben, een vuilverbranding van achthonderd meter. Hinderzones hebben wél een onverwachts groot voordeel: zij zijn de enige open ruimtes in het landschap die gegarandeerd open blijven. Maar de ploap's zijn vrij, daar gebeuren onverwachte dingen buiten de regels om.

Zoals op camping De Mars in Giesbeek. De familie Groenewoud zette in 1967 hun boerderij om in een camping, toen ze hoorden dat hier zand gewonnen zou worden en dat het gat daarna een recreatieplas zou worden. Nu ligt de zandzuiger er weer, om de plas te vergroten: honderd ligplaatsen is niet meer genoeg, het moeten er 450 worden. Volgens de regels zouden er alleen tijdelijke of mobiele bouwsels mogen staan, zoals caravans, maar intussen is dit een dichtgeweven tapijt van huisvlijt, met houten afdakjes en hekjes en een schotel op het dak en kabouters in de tuin en soms zelfs een wél mobiele caravan voor de deur. In een nieuwbouwwijk zou deze dichtheid van bewoning ondraaglijk worden bevonden, maar in deze minimanifestatie van het Wilde Wonen – of zoals Lies Holstein zegt ,,een flat op z'n kant'' – is het knus als een hondenmand.

Hoe anders is het aan de andere kant van de plas, in Riverparc, of zoals dat bij P-reizen heet: `Leisureland'. Achter de slagboom en de camera liggen 350 royale witte vakantiewoningen van tussen de 3,7 en de 8 ton zachtjes te braden in hun welvaartsvet. `Vijftig gulden borg voor de sleutel van de tennisbaan', meldt de lichtkrant bij de ingang. De huizen, de straten, de paden, de uiterst verzorgde tuinen – alles is om door een ringetje te halen. ,,De prijzen zijn in twee jaar tijd verdubbeld'', weet onze begeleider van het makelaarskantoor. ,,Maar mensen zijn er graag toe bereid vanwege de unieke locatie.'' Dat geld kun je deels terugverdienen door – via dezelfde makelaar – je huis te verhuren voor een bedrag tussen de 2.300 en de 4.000 gulden per maand, vooral aan buitenlandse werknemers van bedrijven in de omgeving. Bezit van een huis in Riverparc geeft bovendien voorrang bij het krijgen van een ligplaats. Het doet hier sterk denken aan de volstrekte privatisering van de openbare ruimte in Amerikaanse gated communities. ,,Achter de slagboom doet de gemeente niets'', meldt onze gids. Hier is alles de verantwoordelijkheid van de Stichting Woonbelangen Rhedermeer, van het ophalen van de vuilnis tot het schoonmaken van de vijver en het maaien in de zomer en het strooien in de winter.

Opmerkelijke overeenkomst tussen de dorpachtige camping en het luxekamp: beide krijgen hun klanten uit de naaste omgeving. Opmerkelijk verschil: Riverparc ziet er aanzienlijk gereguleerder uit, maar distantieert zich juist meer van bedilzieke instanties als de gemeente. Terwijl camping De Mars een ploap is, is Riverparc meer een wak waar de planners geen vat op hebben.

Turbines

Over de ruggegraat van de parallelle wereld, de snelweg, rijden we Duitsland in, langs de in onbruik geraakte grensgebouwen. Buiten het plaatsje Kalkar ligt wat ooit de kerncentrale Kalkar had zullen worden, een samenwerkingsverband van Nederland, België en Duitsland dat zo door budgetoverschrijdingen en protesten werd geplaagd, dat het in 1991 werd gesloten voordat het ooit goed en wel in bedrijf was genomen. Wat een hypermoderne Schnellbrutreaktor had moeten worden, is nu het pretpark Kernwasser Wunderland. Al uit de verte steekt de kenmerkende vorm van de koeltoren af tegen de lucht, sierlijk en dreigend tegelijk. Van dichtbij blijkt die nu een klimwand te zijn, beschilderd met een berglandschap vol priemende besneeuwde toppen. Twee meer parallelle werelden zijn nauwelijks denkbaar.

,,Ik zeg het niet mooier dan het is'', verzekert gids Maarten Geysberts, ,,het is hier groot, grijs en lomp. Maar Hennie van der Most heeft wél wat tot stand gebracht.'' Hennie van der Most is de oud-ijzerhandelaar die in 1995 de afgedankte centrale kocht voor één mark. Volgens Geysberts heeft hij er nu al tachtig miljoen in geïnvesteerd en als het klaar is zal dat zeker tweehonderd miljoen zijn, want hergebruik van deze betonnen bunkers is niet eenvoudig. Alles gaat hier in superlatieven: de oppervlakte is verdubbeld tot tachtig voetbalvelden, er kunnen 1.200 mensen tegelijkertijd eten en met straks drieduizend kamers moet dit het grootste hotel van Duitsland worden. Het gebouw van de verdampers wordt een familiehotel, de bunker voor dieselaggregaten een disco, en op het dak van het machinehuis wordt het doorlopend Oktoberfest – niet alleen in oktober, maar altijd, elk weekend.

Behalve de buitenkant is ook de binnenkant van de koeltoren een attractie. Hier zullen binnenkort heteluchtballonnen tot een hoogte van zo'n 150 meter opstijgen en weer terugzakken, met betalende passagiers in de rieten mand. Maar nog steeds is het leeg – op de echo na. Elke voetstap in deze ontzagwekkende koker, elke klap of roep weerkaatst eindeloos tussen de hoge, gebogen betonnen wanden. Wanden die aan zware gordijnen doen denken, of aan de machtige caissons van de Deltawerken, of een hedendaagse kathedraal – of eigenlijk ook helemaal niet, want een koeltoren lijkt op niets anders en al helemaal niet van de binnenkant.

In de parallelle wereld schuiven functie en plaats over elkaar heen zonder elkaar te raken. Was een bioscoop of een winkel iets wat je van oudsher in het centrum zocht, nu staan de megabioscopen in de weilanden en de megastores en factory outlet centers langs de snelweg. Oude stadscentra zijn geografisch inwisselbaar geworden, de winkelstraten van Heerenveen, Haarlem en Heerlen lijken sprekend op elkaar, en aan de nieuwe bedrijventerreinen en Vinex-wijken kun je niet aflezen waar je bent. En omgekeerd zijn de functies footloose geworden: je kunt in het bergloze Nederland skiën en bergbeklimmen, een aardappelakker ondergaat een gedaanteverwisseling tot amfibieënmoeras. Alles is maakbaar - mits er een markt voor is - en kan overal worden neergezet. Het gevolg is een toenemende uniformiteit en inwisselbaarheid.

Beduusd gaan de expeditieleden weer richting zweefmolen, om onder het genot van onbeperkt friet en ijs na te denken over zoveel dubbelzinnigheid. Uit luidsprekers op palen komt onaangedaan muzak die over de lege tennisbanen buiten het hek verwaait.

P-reizen, www.p-reizen.nl, info@p-reizen.nl.