Recessie... ...of voortekenen?

KIJK NAAR BUITEN en de zomerse zorgeloosheid straalt Nederland tegemoet. Niets wijst op het einde van een onafgebroken periode van jarenlange economische groei. Recessie, hoezo? De laatste echte recessie – ten minste twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei – in Nederland was volgens het Centraal Planbureau in 1980-81. Een generatie geleden. In 1993 dreigde de Nederlandse economie even in een dip te raken, maar uiteindelijk viel het mee. Op dit moment is sprake van een fikse vertraging van de groei en dat is gezien de oververhitte economie niet zo'n ramp. Maar toch. De omslag gaat hard en geruststellende woorden worden dagelijks door de werkelijkheid achterhaald.

Niemand heeft een verklaring voor de plotselinge heftigheid van de terugslag in de internationale economie. Eind vorig jaar nog dachten de Amerikanen dat het allemaal reuze meeviel. In januari sloeg de Amerikaanse centrale bank alarm. De Federal Reserve overrompelde de markten met een renteverlaging. Sindsdien heeft de Fed van Alan Greenspan zes keer de rente verlaagd, eergisteren nog met een kwart procentpunt. De VS balanceren nu op de rand van een recessie. In Europa spraken politici en beleidsmakers sussend dat de Amerikaanse terugslag nauwelijks effecten zou hebben in euroland. Zes maanden later: de Duitse en Italiaanse economie staan stil, de Franse en de Britse vertragen. De Europese Centrale Bank heeft vooralsnog behoedzaam gereageerd met een kwart procentpunt rentedaling.

WANNEER IS HET begonnen? In 1998 sloeg menigeen alarm naar aanleiding van de Azië-crisis en het bankroet van Rusland. Paniek op Wall Street; president Clinton waarschuwde voor een herhaling van 1929 en The great depression. Niets van dat alles. De reële economie gaf geen krimp en de beurzen veerden op voor een spectaculaire rally. Vervolgens kwam het einde van de euforie als een volslagen verrassing. De neergang die na het eerste kwartaal van 2000 inzette, gebeurde terwijl economische mooi-weervoorspellers jubelden over de productiviteitsverhogingen door het internet en het `definitieve einde' (sic) van de conjunctuurgolf.

Eind vorig jaar begonnen de banken, eerst in de VS, later ook in Europa, de kredietlijnen van ondernemingen af te knijpen. Zo'n bancaire wurggreep werkt abrupt, verspreidt zich als een olievlek en laat zich niet direct keren door renteverlagingen van de centrale banken. Zorgwekkend is dat er geen uitzicht is op een spoedige omslag. De verwachtingen over herstel van de Amerikaanse economie worden steeds verder vooruitgeschoven. De Europese groei blijft achter omdat de traditionele locomotief van het continent, Duitsland, maar niet in beweging wil komen. Japan gaat gebukt onder schulden en stagnatie. De drie blokken van de geïndustrialiseerde wereld bevinden zich gelijktijdig in de wachtstand. Dat is lange tijd niet voorgekomen.

DE ECONOMISCHE situatie moet niet worden gedramatiseerd. Een scherpe terugval van de groei en een aantal kwartalen economische rust hoeven niet te duiden op de komst van een wereldwijde depressie. Maar er zijn geen gemakkelijke oplossingen en het zal tijd kosten om de overdaad aan productie, investeringen en schulden terug te dringen. Jaren van betrekkelijke zorgeloosheid hebben de rauwe kanten van de economie vervaagd, maar niet verdreven.

HET BEDRIJFSLEVEN geeft de belangrijkste signalen af over de stand van zaken in de economie. Niet de overheid, de planbureaus of de economen, zelfs niet de beurs. Die reageren doorgaans op wat ondernemingen presteren. De huidige signalen stemmen niet tot optimisme. Het voorjaar van 2001 was de tijd van de winstwaarschuwingen. Het ene na het andere bedrijf liet weten dat de winst- en omzetverwachtingen voor de komende boekperiode naar beneden moeten. Zoiets kan snel gaan. Veel ondernemingen zeiden aan het begin van dit jaar nog rekening te houden met toprendementen. Verzadigde markten, afnemend consumentenvertrouwen en teruglopende investeringen leidden ertoe dat het optimisme plaatsmaakte voor neerwaartse bijstellingen en een tempering van de enthousiaste toon.

DAT LAATSTE is als signaal veelzeggend. De periode 1995-2001 was een aaneenschakeling van vette jaren waarin veel ondernemingen record op record boekten. Het was de tijd van de explosief stijgende beurskoersen, de nieuwe markten, ja zelfs de proclamatie van een geheel `nieuwe economie'. De toonzetting was er een van groot vertrouwen in de markt. Koersen konden niet meer stuk. Een generatie managers en werknemers trad aan die nog nimmer een conjunctuurval – laat staan een recessie – had meegemaakt. Het was de ICT-sector die het voor het zeggen had, ondernemingen die handelden in informatie, communicatie en technologie. Hun domein was het internet. Iedereen liep met ze weg, of het nu de aandeelhouders waren, de beurs, de overheid of de zakengoeroes. Uiteindelijk sloeg hun pioniersmoed om in overmoed.

Zo is er veel lucht in dit deel van het bedrijfsleven gepompt en ging het van euforie zweven. Vrij plotseling is de luchtbel doorgeprikt. Voor velen is de landing die zich nu voltrekt hard en schokkend. Voorbeelden genoeg, hoewel lang niet alles is uitgekristalliseerd en er nog heel wat te reconstrueren valt over het hoe en waarom van de miskleunen bij World Online, UPC en KPN, om enkele binnenlandse getroffenen te noemen. Het gelijk komt altijd achteraf. Op het moment zelf leek iedere aankoop en ieder bod van een bedrijf als KPN, waardoor het nu zo in problemen is gekomen, logisch en te rechtvaardigen. Sterker nog: schaars waren de stemmen die waarschuwingen lieten horen. De groei kon niet op. De ICT-sector kende zijn eigen, nieuwe wetten.

HELAAS. De afgelopen maanden toonden het tegenovergestelde aan. Steeds hogere verliezen zijn niet langer een voorwaarde voor succes op de beurs; bij slechte kwartaalcijfers en winstwaarschuwingen stort het aandeel zoals het hoort gewoon in. Dit geeft de fixatie van veel bedrijven op beurskoers en kortetermijngewin een dimensie die tot zelfonderzoek noopt. Verder zijn schulden ineens weer wat ze voorheen ook waren: bergen geleend geld met een rentelast waar de bank wekelijks over komt zeuren. Bij wanbetaling dreigt faillissement. Het stemt tot nadenken. De nieuwe economie is als het nieuwe wasmiddel: het is nieuw omdat er nieuw op de verpakking staat. Maar overigens gelden onverkort de oude wetten. Dat is behalve een geruststelling vooral een zorg. Het betekent dat we pas aan het begin van een grote sanering staan.