Poolse Hamlet onthutsend kaal en met pathos

De kop van de Poolse `nobele' Hamlet is kaalgeschoren, hij draagt jacquet noch spijkerbroek, zijn bovenlijf is merendeels ontbloot en, jawel, in een cruciale scène met zijn moeder Gertrude is hij geheel naakt en weerloos als een kind, dat naar zijn mama verlangt. Hij verbergt zijn hoofd in haar schoot, zoals hij dat al eerder bij Ophelia deed.

Zover ik me herinner heb ik de naakte Hamlet nooit eerder gezien. In dit opzicht kun je spreken van een unicum in de Hamlet-traditie. In weinig tot niets lijkt deze enscenering op de vertrouwde tragedie, zich afspelend aan het koningshof van Denemarken. De voorstelling is robuust, rauw. Elk beeld is van begin af aan gedrenkt in een sfeer van ontluistering.

Het koningspaar Claudius en Gertrude toont geen zwier van royalty. Hij is eerder een gevaarlijke Zuid-Amerikaanse generaal en zij een verlepte operadiva. De voorstelling speelt zich op een leeg plateau af, geheel in de stijl van de Engelse theatervernieuwer van dertig jaar terug, Peter Brook. De toeschouwers zijn verdeeld over de zaal en het podium. Het paleis is een arena met hoog opgaande, sinistere wanden.

De Poolse regisseur Kryzstof Warlikowski (1962) heeft, zeker in de eerste bedrijven, een felle intensiteit aan zijn spelers gegeven. Meestal is de titelheld een rusteloos rondjagende jongeman, als beeld van zijn vertwijfeling. In de grote monoloog `Bestaan of niet bestaan' zit acteur Jacek Poniedzialek op een stoel, gevangen in theaterlicht. Roerloos spreekt hij zijn monoloog uit. Als hij daarna Ophelia het klooster in vloekt, blijft hij op die stoel zitten terwijl hij Ophelia keihard van zich afduwt. Waarna zij, gekleed in braaf kostschoolkostuum, op roerende schoentjes naar hem toeschuifelt. En weer trapt hij haar weg. Een aangrijpende scène.

Helaas is Polonius echter geen smiespelende rat, daarvoor is hij te gewoontjes. Een verregaande ingreep is de min of meer geschrapte rol van Fortinbras en de uitbeelding van Hamlets vrienden Rozencrantz en Guildenstern als twee zwart-decadente meisjes. Onmiskenbaar heeft Hamlet met hen seksuele ervaringen achter de rug, zoals blijkt uit de scène met de fluit. Op kruishoogte houdt hij het instrument vast, waarna de actrice erop blaast. Niet fijntjes, wel vernederend, en dat is precies wat Hamlet zijn vriendenpaar wil aandoen.

De voorstelling speelt zich af in het duister. Er klinkt dreigende elektronische muziek, soms een helder tinkelende piano. Warlikowksi's beeldentaal is streng en overrompelend, en soms is hij te dronken van zijn eigen beelden. Nu eens komen we bij Lulu terecht, dan weer in een Oosterse vechtfilm of in de surreële wereld van Kyslowksi's filmreeks Dekalog. Voorkennis van de verhaallijn is absoluut een vereiste.

Warlikowski is het te doen om verregaande anti-identificatie. Dat blijkt uit het slot, dat allesbehalve mededogen of huivering oproept. De doden vallen bij bosjes, zonder emotionaliteit. Claudius zegt: ,,Zo, nu ben ik gewond.'' En gaat aan tafel zitten. Hamlet zelf blijft koel onder dit opzwepende, dramatische hoogtepunt. Terwijl het toneelgif in zijn lijf het vernietigende werk moet doen, blijft hij levend rechtop zitten. Een van de toneelspelers uit de toneelspelersscène geeft aan dat de toeschouwers kunnen applaudisseren. En Fortinbras komt niet. Het is opnieuw bewezen: met Hamlet kun je duizenden kanten op. De Polen maken het toneelstuk onthutsend kaal en ook vol pathos, bij vlagen fascinerend maar uiteindelijk te grauw.

Holland Festival. Voorstelling: Hamlet van Shakespeare door Teatr Rozmaitósci. Gezien 28/6 Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar 30/6. Inl. (020) 6242311.