Peugeot moet knopen doorhakken

De koers van PSA Peugeot Citroën is flink gestegen, maar het is nog steeds de goedkoopste Europese autoproducent. Beleggers zijn niet bereid het Franse concern een echte topwaardering te geven, omdat het internationaal gezien niet groot genoeg is. Peugeot heeft nauwelijks een positie opgebouwd op de ontwikkelingslanden, waar veel van de toekomstige groei van de bedrijfstak vandaan zal komen.

Het voorgenomen akkoord tussen Peugeot en Toyota beoogt daar iets aan te doen. De bedrijven gaan samen ieder jaar 300.000 goedkope kleine tweepersoonsauto's bouwen in Oost-Europa. Dat geeft Peugeot een aanwezigheid in dat gebied en zal Toyota helpen de verkopen in Europa met 50 procent te doen stijgen tot een niveau van 800.000 auto's in 2005.

Tot zover is alles in orde. Maar Peugeot zal verder moeten gaan. Op de lange termijn loopt het bedrijf het risico opgesloten te worden in Europa en te klein te blijven om te kunnen profiteren van de schaalvoordelen die bijvoorbeeld Nissan en Renault genieten. Het kan moeilijk worden om al zijn allianties te blijven overzien als de consolidatie in de bedrijfstak doorzet. Te hopen valt dat de deal met Toyota bedoeld is om het water te testen en dat het niet de zoveelste alliantie is in de rij van overeenkomsten met Ford, Fiat en Renault.

Vroeg of laat moet Peugeot – en de familie-Peugeort die de controle heeft – met een of andere autoproducent een verdergaand verbond sluiten. Toyota, zelf van origine een familiebedrijf en minuscuul in Europa, kan heel goed de beste keus blijken.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld