Nieuwe vaarzen na de ruiming

Nederland is deze week vrij van mond- en klauwzeer verklaard. De weilanden rond Olst, waar de eerste MKZ-besmetting werd gevonden, raken weer vol koeien. Terug naar boer Leendert Steendijk, die zojuist zijn eerste nieuwmelkse vaarzen na de ruiming heeft gekocht.

De vorige keren droeg hij een overall en kaplaarzen. Nu oogt Leendert Steendijk, melkveehouder te Olst, als een toerist op eigen erf. Luchtig gekleed in een streepjesshirt en turquoise surfbermuda mijmert hij over ,,de vakantie die voorbij is''. Hij bedoelt: nu de MKZ-crisis is bezworen. Afgelopen week kocht hij zijn eerste 28 melkkoeien om opnieuw te beginnen. Het is even wennen.

De eerste keer op zijn erf, 21 maart, stond 200 meter verderop de verzamelde internationale pers in de sneeuw, omdat die dag in Olst het eerste geval van mond- en klauwzeer was vastgesteld. Even dichtbij was de grens van de eerste cirkel waarbinnen de dieren op alle boerenbedrijven moesten worden geruimd. Leendert, zijn vrouw Toos en zijn zoons Wilco en Leo zaten die dag als versteend in hun woonkamer door het raam naar alle camera's te kijken.

De tweede keer op het erf, 5 april, moesten inderdaad ook alle honderd koeien van Steendijk dood, en ook de schapen en de hobbygeitjes van zoon Leo. Het verdriet van de familie focuste zich op ,,de BMW-geit'', de oudste geit die zo goed wierp. Die werd hevig geknuffeld en nog één keer uitgelachen om haar dikke buik. Om de koeien huilde hij niet. Dat doet een boer als Steendijk nu eenmaal niet. De vrouw, díe huilt (en dat deed Toos).

In plaats daarvan zou Steendijk, omdat er niemand bij mocht zijn, per mobiele telefoon verslag doen van het afmaken van de dieren. Omdat hij vond dat dat ook bij de MKZ-berichtgeving hoorde. ,,De eerste koe gaat nu om'', zei hij toen, op een toon alsof het hem alsnog verbaasde.

Vals sentiment is aan Leendert Steendijk niet besteed. Hoe het ging, de dagen nadat zijn koeien een voor een een kogel kregen en door hun poten zakten? ,,Nou, prima hoor'', glundert hij nu. ,,We konden lekker uitslapen. Er moest nog wat land klaargemaakt worden voor de bieten en het voer moest afgekuild worden. Maar daarna hebben we een makkelijk leven gehad. Erg prettig.'' Steendijk zit op dat moment lekker te zappen voor de televisie. Zoals zoveel middagen, de laatste maanden.

Een kleine twee ton zou hij aan schadevergoeding krijgen. De eerste helft is al binnen, maar de rest nog niet, zegt hij zorgelijk. Dan komt juist de post en ,,verdomd, daar zal je hem net hebben''. Per brief laat het ministerie van Landbouw beloven dat de rest van het geld binnen vijf dagen komt. Leendert Steendijk vindt dus dat alles keurig geregeld is. ,,Tijdens het ruimen was dat ook zo. Toen ze kwamen, hadden ze een hele cateringwagen bij zich. Met eten en drinken voor iedereen, ook voor ons!''

Onder de boeren van Olst en de deelgemeente Wijhe wordt ook nog 100.000 gulden verdeeld, opgehaald door de plaatselijke middenstand, die de boeren vorige week een feestelijke avond aanbood. Met het Wijhes cabaret en conferencier Harm uut Driessen. Steendijk: ,,De stemming was best. En we kregen een koud buffet.''

Rond het eerste besmette bedrijf, 200 meter verder op Fortmond, staan alle weilanden sinds een paar dagen ook weer vol koeien. De boeren uit de buurt maken fietstochtjes. Toch even kijken wat de buurman heeft kunnen kopen.

Boven de bank van de familie Steendijk hangt nu een grote lijst met daarin alle foto's die ze op het laatst van hun dieren maakten, de ochtend dat ze de kogel kregen. Toos en de zoons zijn er niet. Die willen niet ,,alweer'' in de krant, die willen dat alles weer normaal is. Even komt zoon Leo aanrijden in zijn Opel Kadett, maar hij zorgt dat hij snel weer weg is.

Op tafels en kastjes in de huiskamer staan grote bossen bloemen. Veel geluk met het nieuwe begin. Van de leveranciers en van de veehandelaar.

,,Goeiemiddag, welgefeliciteerd met de nieuwe start'', zegt even later Rob Hossink. Hij is van veevoederfabrikant ABCTA. Nog een bloemetje. Leendert zegt: ,,Zullen we maar even kijken, dan?'' En hij loopt voor Hossink uit, naar de nieuwmelkse vaarzen.

Tevreden: ,,Ze zijn allemaal vers afgekalfd''.

Nieuwmelkse vaarzen zijn koeien van een jaar of twee, drie, die net hun eerste kalf hebben geworpen. De melkproductie is net goed op gang en wordt nog niet geremd door uierontstekingen waar oudere koeien last van kunnen hebben. Steendijk kocht twee groepen, ,,koppels'', van twee boeren die ermee ophielden.

,,En de koppels gaan ook goed met elkaar?'', vraagt Rob Hossink.

Steendijk: ,,O ja, dat gaat best.''

Bij hun vorige eigenaar stonden de koeien altijd op stal, aan de ketting. Steendijk heeft een open stal, waar altijd een koel briesje waait en waar de koeien zelf in en uit kunnen lopen, de wei in. ,,Dus dat was lachen de eerste dagen'', zegt hij. ,,Ze waren blij hè. Dat ze naar buiten mogen, dat is natuurlijk feest. Dat was springen en rennen door de stal, d'rin en d'ruit en weer d'rin.''

Nu zijn ze rustig, nummer 10 komt even langs om te snuffelen. ,,Een naam hadden ze al, die staat in hun papieren als je ze koopt'', zegt Steendijk. ,,Maar ik ken ze nog niet van buiten.''

Uitproberen of ze luisteren. Jacoba?

Steendijk komt niet meer bij. ,,Welke koe heet nou nog Jacoba! Tegenwoordig heten ze eerder Star. Of First.'' Wat natuurlijk allemaal op de melkproductie slaat.

Steendijk en Hossink babbelen al gauw weer genoeglijk over rekensommetjes, als vanouds.

Steendijk: ,,Je zit al gauw op 2.300 liter.''

Hossink: ,,Van mij mag je ze wel iets meer geven als zes kilo brok, hoor.''

Natuurlijk komt hij vooral om de klandizie weer op peil te brengen, beaamt Hossink. ,,Tijdens de MKZ moesten we één op één brok afleveren. En dan weer alles ontsmetten, hè. Dat kost handen vol geld.''

Zijn collega rijdt vandaag over de Veluwe. Met honderddertig bloemetjes.