Macht en recht

De sfeer had donderdagavond wel iets van de aankomst van Sinterklaas, maar dan midden in de zomer, wat het nog onwezenlijker maakte. Gespannen afwachting: komt-ie wel, komt-ie niet, waar precies, hoe laat? De avond werd volgepraat met de vraag of de overdracht van Miloševic aan het Joegoslavië-tribunaal als een verrassing was gekomen. Correspondenten, verslaggevers, politici, allemaal wilden ze van elkaar weten: ben je erg verrast?

Het antwoord op een dergelijke vraag hangt vooral af van de werking van iemands geheugen. Wie maar één dag terugkeek, was bijzonder verrast. 's Middags hadden de advocaten van Miloševic in Belgrado de champagnekurken nog laten knallen in de overtuiging dat het Constitutionele Hof zijn uitlevering had voorkomen. Wie iets verder terugkeek, tot de machtswisseling in Servië afgelopen najaar, was veel minder verrast. Het politieke einde en de daarop volgende gevangenneming van Miloševic moesten hem, ondanks het tegenspartelen van de nieuwe president Koštunica, wel in Den Haag doen belanden. Het Statuut van het tribunaal bepaalt uitdrukkelijk dat de positie van een (voorheen) staatshoofd geen strafrechtelijke immuniteit biedt. De Veiligheidsraad heeft er met zoveel woorden op aangedrongen de Servische misdaden in Kosovo te onderzoeken en bij de bekendmaking van de aanklacht tegen Miloševic, ruim twee jaar geleden, deelde de aanklager mee dat het vervolgingsbeleid zich hoe dan ook zou richten op de hoogstgeplaatste politieke en militaire leiders.

Zo bezien is de komst van verdachte M. naar Den Haag allerminst verrassend. Als Servië weer als normaal lid van de internationale gemeenschap wil functioneren, kan het niet ontkomen aan de regel dat het internationaal recht boven nationaal recht gaat. Belgrado is volkenrechtelijk gedwongen tot medewerking aan het tribunaal, nu en in de toekomst.

Wie had dat kunnen denken toen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het tribunaal in 1993 oprichtte? Als we het toch hebben over verrassende ontwikkelingen, dan is de echte surprise het ongelijk van de sceptici van toen, al klinkt het woord surprise nogal lichtvoetig en zou ik, zonder vrees in pathos te vervallen, liever willen spreken van niets minder dan een geschenk aan toekomstige generaties.

Denk nog eens terug aan de tijd van de introductie van het tribunaal. Het was, zo luidde toen een wijdverbreide opvatting, niets anders dan een doekje voor het bloeden, een schaamlap voor het onvermogen en de onwil van de internationale gemeenschap om in te grijpen in de conflicten op de Balkan. Het cynisme overheerste. Eerst zien, zeiden de critici, dan geloven. Op zichzelf was dat niet onbegrijpelijk. Het leek het tribunaal te ontbreken aan gezag en effectiviteit. Het regende sceptische vragen.

Wat moest je met het recht uitrichten tegen beulen die anoniem huishielden in een totaal ontwrichte samenleving? Wat kon een tribunaal beginnen dat door de Verenigde Naties zelfs niet was voorzien van voldoende organisatorische en financiële middelen? Maar belangrijker: waar waren de verdachten? Hoe kon het tribunaal die opsporen in het fysiek en politiek ontoegankelijke oorlogsgebied? Hoe zou men ooit de hand op de verantwoordelijken kunnen leggen? Waar zou trouwens het bewijsmateriaal vandaan moeten komen en hoe zou, als men het al kon vergaren uit massagraven en getuigenverklaringen, dat bewijs kunnen worden herleid tot namen van daders?

En zelfs als er dan soms een paar kleine vissen in de fuik zouden zwemmen, dan was het toch zeker ondenkbaar dat de grote bazen, de politieke leiders en militaire commandanten, ooit zelf terecht zouden moeten staan? Waren de voornaamste boosdoeners, Miloševic voorop, maar ook zijn Kroatische evenknie, de inmiddels overleden Tudjman, in 1995 geen gesprekspartners met wie zaken gedaan moesten worden en die zich dus voor onkwetsbaar konden houden? Nog nooit heeft een (voormalig) staatshoofd zich voor een internationaal tribunaal moeten verantwoorden, kon men tot dusver zeggen. Wat niemand meer kan zeggen, is dat het daarom ook onmogelijk was.

Zo kwam ik donderdagavond in een steeds feestelijker stemming. Toegegeven, het cynisme over het gezag en de effectiviteit van het internationale strafrecht is met de overdracht van ex-president Miloševic aan het Haagse tribunaal natuurlijk niet op slag verdwenen. Er zijn wel degelijk bedenkingen tegen en ontsieringen van de rechtsgang. Er speelt de nodige berekenende machtspolitiek mee. Het verband tussen de overdracht en de gisteren in Brussel gehouden donorconferentie die Joegoslavië economisch enigszins uit het slop moet halen, is overduidelijk. De zwaarste pressie op Belgrado om Miloševic uit te leveren kwam van de NAVO-landen die Servië vanuit de lucht op de knieën dwongen in de Kosovo-oorlog. Het verwijt ligt daarmee op de loer dat, zoals eerder in de geschiedenis, de overwinnaars het recht naar hun hand zetten. Macht van wapens en macht van geld gaven opnieuw de doorslag. Het recht staat dus nog zwak.

Toch is de vooruitgang onbetwistbaar. Het zijn niet de overwinnaars, het is een onafhankelijk door de VN opgericht en breed samengesteld tribunaal dat recht spreekt. Tot dusver op een wijze die door volkenrechtgeleerden, op enkele uitzonderingen na, naar omstandigheden onberispelijk wordt gevonden. De grote vissen komen aan de beurt, ook al heeft SFOR tot nu toe Mladic en Karadzic laten lopen. En ook al werd Tudjman nooit aangeklaagd, Servië kan niet waarmaken dat het tribunaal eenzijdig recht spreekt. De hoogste straf tot op heden ging naar de Kroatische generaal Blaskic (45 jaar).

Het belangrijkste van alles - en dat maakte afgelopen donderdagavond tot een feest - is dat genocide daadwerkelijk wordt vervolgd en berecht, dat staatshoofden en legerleiders zich aan het internationale recht onderworpen weten, dat ieder individu verantwoordelijk is voor handhaving van de rechten van de mens, die sinds de oprichting van het Joegoslavië-tribunaal wereldwijd vastere voet aan de grond hebben gekregen.

De volgende stap is het vaste internationale strafhof in Den Haag. Nu maar hopen dat dit hof alsnog universele jurisdictie krijgt en dat ook machtige landen zoals de VS, China en India zich eraan zullen onderwerpen.