Maas

Het artikel `Bergen van Water. Hoe de Maas binnen haar oevers te houden' (W&O, 26 mei) behoeft enige aanvulling dan wel correctie.

Het blijkt telkens weer, en ervaringen met andere grote rivieren waar ook ter wereld bevestigen dat beeld, dat extreem hoge afvoeren op een grote rivier niet het gevolg zijn van het voorkomen van één geïsoleerd geval van zware neerslag. Een betrekkelijk groot deel van de gevallen neerslag zou dan inderdaad geborgen kunnen worden in de bodem en in allerlei natuurlijke depressies die zich in het stroomgebied bevinden; op die wijze wordt het deel van de neerslag dat tot afvoer komt inderdaad beperkt.

Echter, extreem hoge afvoeren komen als regel tot stand als er zware regen valt terwijl de aanwezige berging in het gebied niet (volledig) beschikbaar is, òf als gevolg van vorst òf doordat deze reeds geheel of grotendeels is gevuld als gevolg van voorafgaande zware en/of langdurige regenval. Onder die omstandigheden kan neerslag van beperkte intensiteit reeds leiden tot een grote afvoer in de rivier.

De in het artikel beschreven pogingen tot het scheppen van extra berging in het stroomgebied van de Maas zullen geen of nauwelijks invloed hebben op een extreme afvoer op deze rivier. Bovendien heeft Venlo natuurlijk gelijk met de constatering dat er nog heel wat water door de Maas zal stromen voordat er van een effectief internationaal beheer van de rivier sprake zal zijn.

Het is naïef om te denken dat het door Venlo aangehangen plan Maascorridor een duurzame oplossing zal geven. Men moet zich realiseren dat een rivier, ook de Maas, een mengsel van water en sediment afvoert. In de regel komt een groot deel van het jaarlijkse sedimenttransport tot stand tijdens perioden van hoge afvoer; een deel van het sediment zal dan buiten het zomerbed worden afgevoerd, ook via de in het artikel genoemde natuurvriendelijke nevengeulen. Welnu, dergelijke geulen zijn er niet op ontworpen om dit sediment door te voeren. Met andere woorden, een oplossing, zoals het plan Maascorridor, zal regelmatig en intensief onderhoud vergen, teneinde de gewenste afvoercapaciteit in stand te houden. In tegenstelling tot natuurvriendelijke nevengeulen zijn de door mij eerder voorgestelde stroomgeulen er wèl op ontworpen om op stabiele wijze deel te nemen aan het afvoeren van water en sediment. Mogelijk dat deze ook voor de Maas kunnen bijdragen tot het vinden van een duurzame oplossing voor het hoogwaterprobleem.