In India krijg je `ja' ook als het eigenlijk `nee' is

In Nederland geldt het ja-woord als bindend. Hoe anders is dat in India. Wie daar iemand iets vraagt, het kan niet schelen wat, krijgt als antwoord nooit en te nimmer nee. Een kwestie van welwillendheid.

In de zomer valt de stroom in New Delhi twee tot drie keer per dag uit. Meestal voor een uur per keer, soms langer. Als je op dat moment in een winkel staat, zie je de portier loom uit zijn stoel komen, naar buiten kuieren en een generator starten. Het geeft een hels kabaal en een wolk van roet en stank, maar dan gaan tenminste weer drie lampjes gloeien.

In overheidskantoren zijn er geen generatoren. Als de stroom uitvalt, reageert geen ambtenaar. Goed, het is donker, de ventilator draait niet meer en de computer floept uit – het leven is niet anders.

Als je het de eerste keer meemaakt, sta je verwonderd te kijken. Niet zozeer om het feit dat de stroom uitvalt in de hoofdstad van een land dat raketten de ruimte in kan schieten en over atoomwapens beschikt, alswel wegens de gemoedelijkheid waarmee iedereen het accepteert. Natuurlijk is men het gewend, de stroomvoorziening in Delhi deugt al tien jaar niet, maar toch: geen spoor van ergernis, een en al aanvaarding.

Een tijd geleden gingen de posterijen in staking. Veel bedrijven konden drie weken niet op normale wijze functioneren en leden flinke verliezen. Maar niet één bedrijf klaagde het staatsbedrijf aan. Als de straatweg die een hele poos goed was, op een dag wordt opengebroken wegens de aanleg van rioleringen en vervolgens maanden in die staat wordt achtergelaten, is er ook geen teken van protest.

Indiërs zijn een berustend volk, zegt men, maar de verklaring zou ook ergens anders kunnen liggen. Als je in India iemand iets vraagt, het kan niet schelen wat, is het antwoord nooit en te nimmer nee. Kan ik ergens een auto huren voor een tientje per dag? Het zou kunnen, is het doodkalme antwoord, al weet iedereen dat de prijs tien keer zo hoog ligt. Maar ach, je weet maar nooit, en waarom zou je iemands blije stemming verpesten?

Kan ik je staat nu in een kledingzaak dit jasje vermaakt krijgen? Ja natuurlijk, is de reactie. Kunt u de jas dan wat ruimer voor me maken? Je weet dat het onmogelijk is, maar probeer het als test. Antwoord: zeer zeker. Als `Nee heb je, ja kun je krijgen' in Nederland de stelregel is, is het in India precies omgekeerd. `Ja' is een veel aangenamer antwoord, en wat is er op tegen om een ander zich fijn te laten voelen? Al is het maar voor een ogenblik en is de teleurstelling wanneer het toch `nee' blijkt te zijn des te groter. Maar dat zien we dan wel weer.

Het heeft misschien te maken met de opvatting die men in India koestert over de waarde van de belofte. Indiërs gaan er meestal niet van uit dat de ander woord houdt. In een land met een protestantse ethiek als Nederland belooft men zo min mogelijk, omdat men zich verplicht voelt zich aan elke gedane belofte te houden. Een man een man, een woord een woord. Een ja-woord wordt als bindend ervaren, en anders is er het tergende schuldgevoel dat je iemand bedrogen hebt. In India belooft men juist heel veel, omdat men ervan uitgaat dat de ander wel snapt dat de belofte eigenlijk loos is, en vooral als gebaar is bedoeld, van vriendelijkheid, van welwillendheid.

Daarom zou in Nederland oproer losbreken als dag in dag uit de stroom voor drie of vier uur uitviel: de energiemaatschappij heeft beloofd ons van elektriciteit te voorzien, en men zal zich aan die belofte houden ook. Maar als je, als Indiër, er in feite van uitgaat dat ook de staat en alle nutsbedrijven loze beloften doen? Dan is het een prettige verrassing als er even wel stroom is.

De posterijen hebben ons de bezorging van onze post beloofd, de gemeente heeft ons goede wegen toegezegd, maar ja, dat zijn zulke algemene beloften, als die niet kunnen worden ingelost heeft men er alle begrip voor. Omdat men zelf in het dagelijkse leven steeds maar beloften doet waarvan men weet dat ze niet zullen worden nagekomen.