IN EEN VEESTAPEL DOOR FRANKRIJK

Theo de Rooy (44) leidt de wielerploeg van Rabobank. Het Nederlands kampioenschap morgen in Nijmegen is een eerste krachtproef voor de Tour de France. Over spanning, het runnen van een bed & breakfast in Zuid-Europa. En, onvermijdelijk, doping. ,,Dat de zaak na de Giro gigantisch op scherp staat, dat is wel duidelijk.''

Theo de Rooy is een man die het wielerjargon doorgaans schuwt. Aan de vooravond van het Nederlands kampioenschap op de weg maakt de ploegleider van Rabobank een uitzondering. ,,Ik heb tegen de jongens gezegd, `zondag zetten we de patatten op het vuur en zetten we de vlam eronder'.''

Na een relatief rustige periode vormt het NK de opmaat naar de 88ste Tour de France, die volgende week zaterdag in Duinkerken van start gaat. Wie morgen de rood-wit-blauwe trui om z'n schouders krijgt verschijnt daarmee, mits geselecteerd, aan de start van de Ronde van Frankrijk; geen mooier toneel om de Nederlandse kampioenstrui te tonen. Sinds 1997 is dat het exclusieve recht van de ploeg die sinds '96 wordt gesponsord door Rabobank: Michael Boogerd in 1997 en '98, Maarten den Bakker in '99 en Leon van Bon een jaar geleden.

,,Verwacht wordt dat wij de kampioen afleveren'', zegt De Rooy. ,,Als we winnen zal dat als vanzelfsprekend worden beschouwd, als we verliezen krijgen we alles en iedereen over ons heen. Het is een parkoers waar je moeilijk weg kunt rijden. De concurrentie is sterk, vooral de jongens van Batavus.'' Op het terras achter zijn woning in Holten, in de tuin waar een bries het groen in beweging houdt: ,,Als er een beetje wind staat, is dat in ons voordeel.''

Donderdagmiddag. De Rooy is net terug van weggeweest. Tussen de 180 en 200 dagen en nachten is hij van huis om zijn ongeveer vijftig mensen tellende kleinbedrijf te leiden. ,,De keren dat ik op zaterdag thuis de krant kan lezen of op zondag met m'n gezin kan ontbijten, zijn op de vingers van één hand te tellen.'' Zijn laatste bestemming was de Route du Sud, een etappekoers in Zuid-Frankrijk die dinsdag eindigde. Nog een paar dagen slaapt hij thuis en verkeert hij in het gezelschap van zijn vrouw Marian, dochter Doris (18) en de tweeling Paul en Vienna (16).

Vanmiddag stelt De Rooy met assistent-ploegleider Adri van Houwelingen de definitieve ploeg voor de Tour samen. De formatie die straks vooral gaat jagen op dagsuccessen wordt gereduceerd van elf naar negen renners. Woensdag verzamelen de Rabo's zich in Antwerpen. 's Avonds is er in Calais een vergadering met de collega-ploegleiders, over `actuele zaken', zoals de gevolgen van de dopingaffaire in de Ronde van Italië. Donderdagochtend wacht de renners een bloedcontrole, vrijdag volgt de uitslag, zaterdag wordt het drie weken durende circus op wielen weggeschoten.

Over de komende Tour hangt de inktzwarte schaduw van de Giro. Een grootschalige politie-actie tijdens die etappekoers leverde vorige maand een waslijst aan verdenkingen van dopinggebruik op, met als belangrijkste slachtoffer Dario Frigo. Bij de man die in de slotdagen tweede in het algemeen klassement stond, zou een bloedprodukt zijn aangetroffen dat nog in de ontwikkelingsfase verkeert. Door zijn ploeg werd de Italiaan op staande voet ontslagen. Volgens justitie zouden slechts twee van de twintig ploegen in Giro vrijuit gaan, bij de overige ploegen zou men zich schuldig maken aan het gebruik van verboden middelen.

,,Ik moet het allemaal nog zien'', zegt De Rooy sceptisch over de hoeveelheid strafbare feiten die zou zijn gepleegd. ,,Na de Tour werd vorig jaar ook gezegd dat veertig renners positief zouden zijn bevonden. Dat nieuws komt harder aan dan het bericht dat het uiteindelijk wel meevalt. Maar de schade is dan wel aangericht. En wat Frigo betreft, ik heb al opgevangen dat het bij hem niet om een bloedprodukt zou gaan, maar om gedestilleerd water. Hij zou zich knollen voor citroenen hebben laten verkopen. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat zulke middelen al verhandeld worden. In dat geval moet de georganiseerde misdaad ermee gemoeid zijn. Als die actie van die driehonderd carabinieri als resultaat heeft dat er een misdaadsyndicaat wordt opgerold, dan zeg ik chapeau, maar het lijkt me sterk.

De Tourdirectie maakte deze week bekend dat renners of ploegen die door de Italianen worden vervolgd, zonder pardon uit de Tour zullen worden gezet. En dan is er nog kans op nieuwe justitiële acties. De Rooy: ,,Het is wel duidelijk dat de zaak na de Giro nu gigantisch op scherp staat. Ik denk dat de wielrennerij justitie geen enkele aanleiding moet geven om in te grijpen.''

Onlangs belde een journalist van Eurosport De Rooy op. Het ging eens een keer niet over doping, maar over omkoping. Of Erik Dekker de overwinning in de Amstel Gold Race van Lance Armstrong had gekocht. In de sprint legde de Amerikaan het af tegen de Nederlander die vorig jaar in de Tour drie etappes won en ook de wereldbekerwedstrijd Clásica San Sebastian op zijn naam schreef. ,,Ik vroeg hem of hij wist wat Armstrong verdiende. Vijf miljoen gulden, tien miljoen, ik weet het niet precies, maar dacht je nou dat die op geld van Dekker zit te wachten? Ik denk dat hij Dekker recht in z'n smoel had uitgelachen als die over geld was begonnen.''

Verontwaardigd bladert De Rooy naar bladzijde 42 van de Tourspecial van het Franse blad Vélo. Wijst naar een foto met Dekker en Armstrong, in de laatste Amstel Gold Race. De Rooy plant z'n wijsvinger bij het tendentieuze fotobijschrift: `Uiteindelijk won Dekker, zonder dat duidelijk werd of het hier een cadeautje van de Amerikaan betrof'. ,,Schandalig!''

Gespannen was De Rooy in de finale van de Amstel Gold Race, zoals vaak in de slotkilometers van een wedstrijd waarin één of meer Rabo's in de kopgroep een rol spelen. Achter het stuur van de ploegleiderswagen communiceerde hij met Dekker zichtbaar opgewonden over de te voeren tactiek terwijl de renner met Armstrong op weg ging naar de eindstreep. De Rooy nu: ,,Er was geen sprake van een meningsverschil, het negeren van stalorders of muiterij. Dekker was de kopman en die had het recht met Armstrong naar de eindstreep te gaan. Hij nam zijn verantwoordelijkheid en daar was geen discussie over. Tegen jongens als Jan Boven of Marc Lotz had ik kunnen zeggen, `als je nou niet in zijn wiel gaat zitten, dan rijd ik je van de weg af'. Die stalorder kan ik niet aan Dekker geven. Toen Dekker zei dat Armstrong niet meer wilde rijden, zei ik dat ze dan allebei maar minder moesten rijden. Met z'n hand aan z'n mond riep Erik naar me: `tweede worden is toch ook mooi?' en dan weet hij dat hij bij mij een gevoelige snaar raakt en dat ik bijna uit de auto spring. Ik was me ervan bewust dat er een motor met tv-camera naast ons reed. Ik dacht, to hell with the tv, ik ben met Dekker bezig. 'En je legt hem erop', riep ik.'' Met glimlach: ,,Wat ik verder zei zal ik niet zeggen. Hier in Holten geldt een vloekverbod.'' En Dekker legde Armstrong `erop': in de sprint à deux was hij de snelste.

,,Natuurlijk was ik gespannen. Gelukkig heb ik dat nog, of het nou in de Ronde van Rijnland-Palts is of in de Tour.'' Hoe De Rooy dat afreageert? ,,Door tijdens de koers in mezelf te praten of tegen de mechanicien achterin de auto. Ik mag ook zelf graag een stukje fietsen. Ik hou van de natuur en rust. Lekker alleen. Het fietsen heeft me nooit losgelaten. Of ik m'n zoon nog bijhoudt? Alleen als ik een paar weekjes train.'' De wielercarrière van Paul de Rooy bevindt zich in een dal. Zijn racefiets, een oud exemplaar van vader Theo, komt nauwelijks meer uit de schuur. ,,Sinds een half jaar heeft hij verkering. Het heeft alles met de leeftijd te maken. Hij is helemaal gek van Colnago (de fiets waar de Rabo's op rijden, red.) en het is voor mij een koud kunstje om een Colnago onder z'n kont te schuiven, maar als je graag wil fietsen kruip je overal op.''

Acht keer reed De Rooy de Tour; bij Capri Sonne, TI Raleigh en Panasonic. Zijn eerste in 1981, zijn laatste in '89. Slechts één keer haalde hij Parijs niet. ,,De Tour, als renner, dat is de ontdekking van jezelf. De eerste keer dat ik de Tour reed, dat was met niks te vergelijken. Dat gevoel heb ik nog wel eens, dat je deel uitmaakt van een veestapel. Als een kudde word je elke dag bij elkaar gedreven en naar de volgende plaats gestuurd. Soms hadden we twee ritten op één dag, we zaten wel eens met tien ploegen in één hotel, slecht eten – spaghetti met suiker, als je geluk had met een sausje – we werden blootgesteld aan extreem weer, kou en hitte, over wegen met gesmolten asfalt. En dan had je vroeger ook nog kasseien in de Tour. Wat is dit voor waanzin, dacht ik toen we over de kasseistroken waren gereden. En dan moesten we nog tweeënhalve week. Die momenten van zwakheid, daar moet je overheen zien te komen. Alles in de Tour is beter geworden, maar het blijft een veestapel.''

De zwartste dag die hij als renner in de Tour beleefde, staat De Rooy nog helder voor de geest. ,,Het was in de afdaling van de Joux Plane en daar stak een vrouw over'', schetst hij de hoofdlijnen van het drama dat zich in de Alpen voltrok. ,,Ik had een redelijke achterstand en deed het rustig aan. Het was een gevaarlijke afdaling. Als je daar je fiets laat lopen zonder te remmen, ga je nog wel met 80, 90 per uur naar beneden. Terwijl ik uit een bocht kom, zie ik twee mensen oversteken. Een man en een vrouw. Het bleken een vrouw van in de zestig en haar zoon te zijn. Ik probeerde haar nog te ontwijken, gooide m'n fiets opzij, maar met m'n rechterschouder klapte ik tegen haar aan. Ze lag daar bewegingloos op de weg en ze bloedde. Die jongen was in shock en ik ook. Maar je zit vol stress en je wil meteen die fiets weer op. M'n arm was uit de kom maar die schoot er even later weer in, ik had een gat in m'n hoofd en schaafwonden. Ik zat aan de kant van de weg, tussen de scherpe stenen, te tieren naar die twee mensen: `kijk toch uit'. De ploegleiderswagen kwam, ik kreeg een andere fiets en hup, ik ging de Tour weer in. In een kliniek hebben ze m'n kop weer dichtgenaaid. De volgende dag was ik zo stijf. Als het peloton 41 reed, kon ik niet meer volgen. Bij 38 kwam ik weer bij. Zo ben ik naar Parijs gesukkeld.''

Hoe het met die vrouw is afgelopen weet De Rooy niet. ,,Dat wilden ze me niet vertellen.'' Peinzend: ,,Ze had misschien nog nooit van de Tour gehoord, en dan komt er zo'n mafkees op een fiets langs.''

,,Er zijn twee dingen waar je als renner 's nachts zwetend van wakker wordt. Dat je achterop een stilstaande auto rijdt, maar dat is tenminste nog een dood object, of tegen een mens.''

De Tour heeft onmiskenbaar z'n mooie kanten, zegt De Rooy. De bergen, het enthousiasme van het publiek. ,,De Tour, daar moet je bij zijn. Zolang ik in deze sport zit zal de Tour daar een belangrijke plaats in blijven innemen.''

Zijn vrouw ziet het wel zitten om na Theo's wielerloopbaan in Frankrijk of Italië samen een bed & breakfast te beginnen. Voorlopig hoopt De Rooy tot en met 2005 de Raboploeg te leiden. De sponsor heeft zich tot en met 2003 aan de ploeg verbonden, de verwachting is dat er voor twee extra seizoenen wordt bijgetekend. De gedachte aan een eigen stek in Frankrijk brengt een glimlach op z'n gezicht. Rond die tijd zijn waarschijnlijk de drie kinderen het huis uit, realiseert hij zich. Doris vertrekt binnenkort. Ze gaat studeren in Rotterdam. ,,Laat ik eerst dit maar eens afmaken. Het zou het mooiste zijn om na de lichting Boogerd-Dekker in 2005 een nieuwe generatie af te leveren. Maar de gedrevenheid van Boogerd ben ik bij nog geen andere renner tegengekomen.''