Ik kan een wiel verwisselen

Een lekke band komt onverwachts. Soms is het een spectaculaire klapband, met als gevolg een onmiskenbare knal, een slingerende auto en enkele benauwende momenten. Maar ook komt het voor dat je geleidelijk aan het gevoel krijgt dat er iets met het stuurgedrag van de auto aan de hand is. Op een parkeerplaats blijkt een van de banden langzaam aan het leeglopen. Wat nu?

In Nederland kun je de Wegenwacht bellen. De gemiddelde wachttijd is een half uur, al zal dat in de spits wat hoger liggen. Je kunt daar dus op wachten, zodat je schone handen houdt. Ook krijg je eindelijk na zoveel jaren iets terug voor al dat lidmaatschapsgeld.

Maar je kunt natuurlijk ook zelf je wiel verwisselen. Ga om te beginnen op een goede plek staan. Op de vluchtstrook langs de snelweg is bepaald geen raadzame plaats: heel wat mensen worden op de vluchtstrook geschept door zwalkende vrachtwagens. Bovendien is het niet prettig werken, zo op je knieën met een halve meter achter je het voortrazend verkeer. Rij dus als het even kan naar een rustiger plek. De band en eventueel de velg heeft daarvan te lijden, maar de eigen veiligheid staat toch voorop. Als het niet anders kan en je moet op de vluchtstrook blijven, denk dan aan de gevarendriehoek. Zet die een flink eind, zo'n honderd meter, achter de auto en leg er een steen op om wegwaaien te voorkomen.

Zet de auto op een stabiele ondergrond. Niet alleen de plaats waar de krik moet komen, maar ook de wielen aan de overzijde moeten op stevige grond staan en zeker niet in de modder – als de auto opgekrikt wordt, kan hij in zijn geheel wegglijden.

Wie nu een autopomp bij zich heeft kan een hoop tijd besparen. Een klapband valt natuurlijk niet bij te pompen, maar vaak kun je een half leeggelopen band weer goed op spanning krijgen. Je kunt nu zonder wiel te verwisselen thuiskomen, of beter nog: gelijk naar een bandenbedrijf rijden om de band te laten vernieuwen. De bijgepompte band is natuurlijk niet meer te vertrouwen. Vaak ontstaan dergelijke leeglopers doordat de band tegen een stoeprand werd geparkeerd.

Maar vaak is er geen ontkomen aan, het wiel zal gewisseld moeten worden. Zet om te beginnen de auto op de handrem en zet hem in de eerste versnelling of de achteruit, zodat alle wielen geblokkeerd worden. Dat is om te voorkomen dat de auto van zijn krik rijdt als hij opgekrikt is.

Kijk of het reservewiel voldoende spanning heeft, anders moet alsnog de Wegenwacht gebeld worden. (Ook hier zou een eigen voetpomp uitkomst bieden.) Het reservewiel zit soms weggewerkt onder beplating en bekleding. Het is vaak even zoeken. Ook kan het wiel – dat komt veel minder voor – onder de auto hangen. Meestal zit bij het reservewiel ook het `boordgereedschap', zoals de krik, de moersleutel en enkele elementaire gereedschappen, zoals een schroevendraaier en een tang. Kijk in het instructieboekje op welke plaats de krik moet worden bevestigd. De fabrikant heeft daarvoor speciale versterkte plekken bij de auto aangebracht.

Wie schoon wil blijven, moet nu (plastic) handschoenen aantrekken en enkele automatjes bij de lekke band leggen, waarop je met je knieën kunt gaan zitten. Vaak zit er een sierdop op de velg geklikt. Die kun je met een schroevendraaier loswrikken. Leg hem opzij: dat is een mooie plaats om de velgmoeren straks op te leggen.

Draai nu de velgmoeren een halve slag los. Met een echte kruissleutel (zoals op het plaatje) is dat een fluitje van een cent. Maar het losdraaien met een te korte moersleutel kan nog wel eens tegenvallen. Verleng de moersleutel eventueel met een stuk pijp.

Plaats nu de krik en draai de auto omhoog. Nu kun je de moeren helemaal losdraaien en het wiel losnemen. Plaats het reservewiel en draai de moeren weer een beetje vast. Krik de auto omlaag en draai de moeren nu echt vast. Druk de sierdop weer op zijn plaats. Let op de uitsparing van het ventiel.

Soms valt de omvang van het nieuwe wiel tegen. Het is een stuk kleiner dan de andere wielen. Dan heeft de auto als reservewiel een zogeheten `thuiskomer', een wiel waarop je met beperkte snelheid (zie instructieboekje) thuis kunt komen of de garage bereiken. En doe zoals Youp van 't Hek, laat zo gauw mogelijk de kapotte band herstellen of vernieuwen.

Wie een caravan of aanhangwagen trekt, moet zorgen voor een passend reservewiel, passende krik en moersleutel. Vaak is er niets hetzelfde als bij de auto.