`IK HEB WEINIG ANGSTEN'

Aan het slot van een serie gesprekken met politieke onderwijswoordvoerders maakt onderwijsminister Hermans (vvd) de balans op. `De volgende minister moet weer een liberaal zijn. En dat wil ik best zelf weer zijn.'

Twee kinderen heeft hij in het Studiehuis, minister Loek Hermans (50) van Onderwijs. ``Vertel mij niks over de Tweede Fase! Het valt wel mee met die enorme vrijheid, hoor.'' En als je hem vraagt naar de verschoolsing van de universiteit, verwijst Hermans naar een studerend kind van hem. ``Het is echt een voordeel als je vier kinderen hebt!'' Volgens de familie Hermans wordt aan de universiteiten nog altijd veel zelfwerkzaamheid geëist, ``anders kom je er niet''.

Maar of de hogere opleidingen altijd zwaar genoeg zijn is een ander verhaal. ``Dat zullen we merken als het nieuwe accreditatieorgaan internationaal gaat vergelijken'', zegt de minister. ``Een opleiding is dan niet langer `wetenschappelijk' alleen maar omdat een universiteit hem aanbiedt.''

Wat vindt u van de kwaliteit van het onderwijsdebat de laatste jaren?

Hermans: ``Dat is verbeterd. Vroeger ging het vaak over details en specifieke schoolsituaties. Nu gaat het over de hoofdlijnen.

``Een van die hoofdlijnen is variëteit in het onderwijs. Daar ben ik blij mee. Er is namelijk niet één model dat het beste werkt in het Nederlandse onderwijs. Ik vind daarom dat de overheid meer ruimte moet geven aan scholen en leraren om op de behoeften van individuele leerlingen in te spelen. Niet altijd maar één leraar voor één klas, maar ook ruimte voor onderwijsassistenten, klassenassistenten en ict-assistenten. Essentieel is dat de overheid bepaalt wat er bereikt moet worden en dat controleert via de centrale eindexamens en de toetsen aan het einde van de basisschool. Een ander ankerpunt is dat je bekwaamheidseisen aan het personeel stelt. Maar hoe dat niveau bereikt wordt is zaak van de school. Of dat niveau nou in lessen van 45 minuten of van 90 minuten of lessen van een hele ochtend, met klassikaal werken, in groepen werken, individueel werken, of met teamteaching wordt bereikt.''

Maar wat wilt u dan veranderen? Sinds 1917 is er al vrijheid van de inrichting van het onderwijs.

``Ja, was dat maar zo. We hebben dat curriculum natuurlijk helemaal dichtgeregeld.''

Maar is dat niet juist dichtgeregeld door al die kerndoelen en de andere eisen aan het eindresultaat van het onderwijsproces? Uw partijgenoot Cornielje pleit nu zelfs voor nog veel specifiekere einddoelen.

``Nee, nee. We stellen doelen, maar hoe de scholen daartoe komen is hun eigen zaak. Dat moet je natuurlijk niet dichtregelen. En verder: de kerndoelen moet wel strakker gedefinieerd worden, maar scholen moeten ook meer eigen ruimte krijgen. Bijvoorbeeld 20 procent vrij. Je krijgt dan andere exameneisen.''

Welke regels wilt u dan afschaffen? Of heeft u die al afgeschaft?

``Volgende week komen we met een nota over het funderend onderwijs en daarin staat wat er uitkan en wat er niet uitkan. Daar kan ik nu nog niks over zeggen. Wel kan ik zeggen dat ik in de afgelopen drie jaar een paar grote prioriteiten heb gehad. Ik heb een meer open onderwijsarbeidsmarkt gecreëerd met meer ruimte voor zij-instromers, herintreders en allerlei variaties in de opleiding. In het ict-beleid heb ik het geld aan de scholen gegeven, zonder hen voor te schrijven wat ze moesten doen. En ten derde: ik heb gewerkt aan eigen budgetten voor scholen. Er is nu ruim een miljard gulden per jaar beschikbaar voor extra competentiebeloning van leraren, voor eigen personeelsbeleid van de scholen.``Kijk, fundamentele veranderingen zijn niet ons doel. Het gaat niet om systeemwijzigingen. Er is al zoveel veranderd in de laatste jaren. We hebben bij ons aantreden niet gezegd: `ach dit is allemaal niks, we gaan wat nieuws bedenken'. Die houding was nu juist het probleem waar het onderwijs de laatste jaren mee te maken had. Ik wil niemand iets verwijten, maar het was wel zo. Onze inzet is: verbeter de werking van het bestaande stelsel. En meer rust in het onderwijs.''

Maar bent u niet bang dat uw streven naar meer controle op kwaliteit en meer bevoegdheden voor de inspectie juist zullen leiden tot grotere uniformiteit en meer `ongeschreven regeltjes'?

``Wacht nou eens even. Ouders willen het beste onderwijs voor hun kinderen. Die mogen toch weten hoe het zit op hun school? Iemand moet dat onderzoeken: de inspectie dus. Die controle kan niet alleen met een simpel vinklijstje. De inspectie moet met interpretaties komen. En niet alleen de inspecteur moet de school bezoeken, maar ook twee of drie collega's uit den lande die als een soort visitatiecommissie meegaan naar die school. Onderlinge visitatie! Dat zie je overal in de wereld. Ouders willen niet alleen weten of een leraar bevoegd is, ze willen ook weten of hij bekwaam is. Dát is kwaliteit.''

Dus de inspectie moet meer een kwalitatief dan een kwantitatief oordeel gaan vellen?

``Ja. De kwaliteitskaart met de bolletjes zal verdwijnen, dat systeem moet veel breder worden.''

Gaat u aan dat oordeel ook sancties verbinden?

``Daar heb ik geen bevoegdheid voor, zolang de deugdelijkheid in orde blijft. Als het misgaat met de kwaliteit is het eerst een taak voor de besturenorganisaties en andere scholen. Net als bij gemeenten in financiële problemen zou je een soort onderlinge artikel-12-hulp kunnen aanbieden. Ook de medezeggenschapsraad van de ouders moet meer bevoegdheden krijgen om dan handelend op te treden.''

Als u dat allemaal wilt, bent u eigenlijk verplicht nog eens minister te worden.

``Alles wat ik in gang heb gezet om meer ruimte op scholen te creëren, vergt wel vijf of tien jaar voordat dat rond is. Dus als ik een tweede periode als minister van onderwijs mag en kan doen – en als we het er thuis over eens worden – dan vind ik dat wel erg leuk. Een liberale minister is sowieso heel goed voor het onderwijs, die geeft meer eigen verantwoordelijkheid en meer ruimte. Het onderwijs is heel lang gedomineerd door andersdenkenden op dat gebied. Tegenwicht kan geen kwaad. En als het kan wil ik best zelf weer die liberale minister zijn.''

Juist uw `neo-liberale beleid' krijgt veel kritiek. Uw plannen voor hoger collegegeld voor de topmasters en voor hogere ouderbijdragen in het basisonderwijs zijn omstreden. Het zou bestaande verschillen te sterk benadrukken.

``Wij zijn in dit land altijd ontzettend bang om verschillen te accepteren. Terwijl toch geen mens gelijk is aan een ander. Maar laat ik duidelijk zijn: ik accepteer géén verschillen in kansen. Het kabinet trekt nu per jaar nu 50 miljard uit voor kwalitatief en toegankelijk onderwijs, waarvan 1,2 miljard specifiek voor het bestrijden van achterstanden. Maar waar haal je dan het recht vandaan om tegen ouders te zeggen: je mag geen extra geld uittrekken voor het onderwijs van je kind? Het moet wel altijd een vrijwillige bijdrage blijven, de inspectie zal dat controleren.''

Dat individuele recht is niet het probleem. De kwestie is of in het voortgezet en basisonderwijs grote extra ouderbijdrages het Nederlandse onderwijssysteem niet aantasten door het ontstaan van structurele ongelijkheid tussen scholen.

``Hebben de tegenstanders zich dan wel eens gerealiseerd dat een ouder van een kind met achterstand ook zelf hulp kan gaan inkopen? Via privé-initiatieven, huiswerkinstituten, enzovoorts. Er zijn ook ouders die 25.000 gulden per jaar betalen aan een privéschool. Moet ik dat soms ook gaan verbieden? Je kunt die extra dingen ook via de school doen, waardoor er veel meer leerlingen van meeprofiteren. Dan blijft het private geld binnen het publiek gefinancierde bestel. Van dat laatste ben ik een voorstander. Het kernpunt is dat er ook zonder dat extra geld van ouders voor iedereen een kwalitatief goed onderwijsniveau ligt. Ouderbijdragen hebben trouwens altijd gemogen, het is pas nu politiek actueel omdat de ouders steeds meer geld hebben.

Maar vroeger mocht de ouderbijdrage alleen maar worden besteed aan niet-onderwijsdoelen, schoolreisjes en dergelijke.

``Ach, dat lijkt heel aardig. Maar dat betekent de facto natuurlijk dat de school elders geld overhoudt om wel degelijk een extra leraar aan te stellen. We moeten niet denken dat de natuur in onze samenleving wel even te regelen valt. We denken nog steeds dat gelijke kansen betekent dat alles gelijk is.

``Het gaat pas fout als de overheid zich terugtrekt van de fundamentele verantwoordelijkheid voor kwalitatief goed, toegankelijk onderwijs voor iedereen. Heel veel mensen die geen argument meer kunnen bedenken waarom ze tegen zijn, zeggen: `misschien gaat het straks wel verkeerd'. Maar daar zijn we toch met zijn allen bij? Er zal toch altijd een algemeen belang blijven van het ontwikkelen van ieders talent? Geen van de politieke partijen in Nederland is voor privatisering van het onderwijs. Ik heb weinig angsten.''