God 7

Piet Borst deelt wat speldenprikjes uit richting religie, en hop, de spirituele gemeenschap zit alweer in de hoogste boom. En weer met dat eeuwige verhaal dat het atheïsme geen toereikende verklaring biedt met betrekking tot het waarom, waarheen, waartoe. Ook meent een briefschrijver weer te moeten opmerken dat atheïsme óók een geloof is. Maar als een gelovige beweert dat God bestaat, dan rust op hem de bewijslast. Echter, doordat het maar niet wil vlotten met die bewijzen, is er atheïsme ontstaan. Maar ga niet zeggen dat de atheïst dan ook maar moet bewijzen dat Hij níet bestaat. Daar komt nog bij dat de atheïst zich voor de onmogelijk taak ziet geplaatst te moeten bewijzen dat iets niet bestaat, maar waarbij je met dat iets alle kanten opkunt.

Dan dat argument van de zijnsvraag: waarom is er iets en niet niets? Geen idéé! Waarom niet gewoon accepteren dat er inderdaad zomaar iets kan zijn, oftewel: dat materie zich heeft ontwikkeld zònder hogere bedoeling? Overigens is dit ook weer zo'n verwatering van het Godsbegrip: want in dit soort betogen heet God dan weer een soort scheppende energie. Maar wat het allemaal inhoudt, Joost mag het weten en wat je aan dit soort denkbeelden hebt, is al helemaal een raadsel.

Ook merkt een briefschrijver op dat Piet Borst onverdraagzaam jegens andersdenkenden is. Deze opmerking zal ongetwijfeld te maken hebben met de humorloosheid die zo kenmerkend is voor religie, waardoor veel gelovigen het verschil niet kennen tussen onverdraagzaamheid en ironie. Bovendien: als er één type mens is die de onverdraagzaamheid heeft uitgevonden, dat is het wel de gelovige mens. Enfin, niet één steekhoudende opmerking als reactie op de column van Piet Borst. Verwonderlijk is dat overigens niet: geloven is nu eenmaal een beetje dom.