God 6

Piet Borst schreef in zijn bijdrage `God? Nee dank u' (W&O, 2 juni) over de psychiater, de hoogleraar H.C. Rümke. Hij heeft zich vergist. Rümke schreef niet in zijn leerboek over het geloof en geloven maar in zijn boekje `Karakter en aanleg in verband met het ongeloof', dat in 1939 voor het eerst uitkwam. Dat dat `matig Nederlands leerboek van de christelijke psychiater Rümke' hem als student weinig zei, is geen wonder. Het is voor de gemiddelde medische student ook te moeilijk.

Ik studeerde in Utrecht, maar noch in zijn colleges, noch in zijn leerboek repte Rümke over het christelijke geloof. Integendeel, hij vermeed als man van de wetenschap dit onderwerp nauwgezet en dat hij christelijk was – zoals Borst tweemaal met nadruk en minachtend vermeldt – is uit zijn wetenschappelijke publicaties nauwelijks te halen.

`Karakter en aanleg...' verscheen in een reeks: `Het ongeloof en de natuurwetenschap', onder redactie van prof.dr. Ph. Kohnstamm, een reeks met een – ook nu nog – actueel onderwerp. Het boekje heeft veel reacties uitgelokt en is meermalen in verband gebracht met `Die Zukunft einer Illusion' van Freud uit 1928.

Rümke heeft zich, voor zover ik weet, nimmer in deze discussies gemengd. Wel publiceerde hij, onder het pseudoniem H. Cornelius, een poëziebundel `De afgelegde weg' (1934), waarin godsdienstige overpeinzingen verwoord worden. Vrijwel niemand wist echter van het bestaan van deze bundel af.

Het feit doet zich voor dat Rümke en zijn leerboek voor mij als huisarts zeer veel betekende. Vooral toen ik ouder werd en meer ervaring kreeg werden zijn publicaties voor mij steeds waardevoller. Rümke geldt als de belangrijkste Nederlandse psychiater van de 20ste eeuw en heeft prachtige studies het licht doen zien, bijvoorbeeld `De psychische stoornissen van de gezonde mens', (1948) en `De dokter en het probleem van de dood' (1959). Hij schreef ook een fijnzinnig boekje `De levenstijdperken van de man' (1938), en zeer bekend werd zijn boek `Over Frederik van Eedens Van de koele meren des doods', waarvoor hij de Henriëtte-Roland-Holstprijs kreeg.

Er is na zijn dood veel over Rümke geschreven. Zo publiceerde J.A. van Belzen in 1988: `Gezondheid, ziekte en psychiatrie volgens H.C. Rümke', eem informatief boekje voorzien van een uitvoerige bibliografie. (ISBN 90-6720-040-9 )

Wie Rümke leest wordt getroffen door zijn voorzichtige formuleringen en zijn wetenschappelijke twijfel. In de Inleiding van `Karakter en aanleg in verband met het ongeloof' schrijft hij: `Ik acht het (...) mogelijk dat deze studie als geheel enigermate van dienst zal kunnen zijn bij het vinden van een eigen standpunt en zal kunnen bijdragen weerstanden tegen geloof te overwinnen.'