GENEN IN DE MODE... ...EN HET HOGERE NIET

Onrust onder Leidse biologen. Het Instituut voor Evolutionaire en Ecologische Wetenschappen (EEW) van de Leidse universiteit, beroemd vanwege het onderzoek naar de evolutie van cichlidevissen in het Victoriameer, hangt een flinke reductie boven het hoofd. ``Wat resteert is een sterfhuisconstructie'', zegt dierenecoloog prof.dr. Jacques van Alphen, leider van een van de onderzoeksgroepen van het EEW. Nu de Universiteit Utrecht er al mee gestopt is, stelt hij, dreigt het Nederlandse evolutie- en ecologie-onderzoek nagenoeg te verwijnen.

Volgens de `herprofilering', die het bestuur van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen begin mei in concept presenteerde, moeten de Leidse evolutiebiologen samengaan met de andere biologen van het Leidse Instituut voor Moleculaire Plantkunde. Het aantal onderzoeksplaatsen gaat terug van 49 voor de beide huidige instituten nu naar 27 in het nieuwe instituut. Reden: de faculteit moet fors bezuinigen.

Het faculteitsbestuur koos voor één specialiteit: `bioscience', losjes gedefinieerd als het onderzoek van het leven van het molecuulniveau tot het niveau van een functionerend organisme. Wat daar boven zit, ecologie, populatiebiologie en evolutiebiologie, wordt flink ingekrompen of verdwijnt totaal. Terwijl de Nederlandse biologie-instituten juist hadden afgesproken dat Leiden die richtingen zou blijven doen.

EEW-biologen reageerden woedend. De moleculaire aanpak is niet compleet zonder de traditionelere biologische vakken, vinden zij. De evolutietheorie regeert ook over de bioscience, en biodiversiteit en ecologie zijn belangrijke maatschappelijke thema's. Op modieus genenonderzoek en biotechnologie zet iedereen al in, waarschuwen ze. Straks zijn traditionelere biologen alsnog nodig en zijn ze nergens meer te vinden.

``Bioscience is geen hype maar het vakgebied waar de komende tientallen jaren het meest gaat gebeuren'', verdedigt prof.dr. Kees Libbenga, decaan van de faculteit en zelf ook bioloog, de plannen. Leiden is op die richting het best toegerust, stelt hij, en er moet nu eenmaal iéts verdwijnen om de bezuinigen door te kunnen voeren. Aan het niveau van het EEW-onderzoek ligt het zeker niet, bezweert Libbenga.

In een faculteit die al jaren met afnemende studentenaantallen kampt is juist het EEW een trekker. Het type student dat de niet-moleculaire biologie verkiest zal in de toekomst wegblijven, voorspellen ze. Precies om die reden hebben buitenlandse universiteiten het afschaffen van traditionele biologie al moeten terugdraaien. Libbenga verwacht dat ook de getransformeerde faculteit goed studenten kan werven.

Biologen in binnen- en buitenland gaven massaal gehoor aan de oproep van de EEW-ers om te protesteren. Een kopstuk als Yale-bioloog Stephen Stearns waarschuwt Leiden geen ``grote strategische stupiditeit'' te begaan door eersteklas-onderzoeksgroepen op te heffen. Maar ook Nederlandse biologen in binnen- en buitenland sprongen in de bres. ``Desastreus voor de internationale reputatie van de universiteit Leiden'', concluderen zij. ``Dat viel te verwachten'', zegt Libbenga. ``Maar helaas zit bij die brieven nooit een cheque.''

Inmiddels heeft het faculteitsbestuur beloofd dat alternatieve verdelingen van de bezuiniging bespreekbaar zijn. ``Maar de omvang van de reducties ligt vast'', aldus Libbenga.