Een gewone, blinde dochter

Dertig jaar geleden konden blinde kinderen maar naar één school: een blindeninstituut. Maar Ruud en Dienke Eiselin wilden hun blinde dochter op een gewone school hebben. Ze vochten en wonnen.

Fransje Eiselin werd veel te vroeg geboren. In de couveuse ontwikkelde ze couveuseblindheid. De dochter van Ruud en Dienke Eiselin zou de rest van haar leven blind blijven. Wat doet een ouder die hoort dat zijn kind blind is?

Ruud Eiselin, de vader: ,,Eerst ga je natuurlijk zoeken naar oplossingen. Je gaat artsen langs, zoekt in de vakliteratuur. Maar er was geen genezing mogelijk. En dan kijk je verder.''

Toen Fransje Eiselin één jaar was, begonnen haar ouders na te denken over haar toekomst. En toen ontdekten ze, dat was in de jaren zeventig, dat er niets te kiezen viel. Blinde kinderen gingen naar een blindeninstituut, intern of extern. Daar konden ze naar de kleuterschool, de lagere school en de mavo en werden ze opgeleid tot telefoniste of borstelmaker. ,,Voor ons was dat geen optie. Dat vonden we achterlijk. Bovendien vonden we het belangrijk dat Fransje zou leren zich staande te houden in de wereld van de zienden.''

Ze zochten oplossingen. De Nederlandse wet bood die niet. ,,In Denemarken en Noorwegen gingen blinde kinderen wel naar een gewone school. We hebben onderzocht of we in Noorwegen konden gaan wonen. De taal was het probleem niet, het was mijn werk. Ik was net psychiater geworden. Als ik mijn beroep in Noorwegen wilde uitoefenen, moest ik eerst weer co-schappen gaan lopen en dergelijke, dat zou zes jaar duren. Het was te ingewikkeld.''

Zodoende gingen Ruud Eiselin en zijn toenmalige vrouw op zoek naar andere ouders van blinde kinderen, die met hetzelfde probleem worstelden. Ze vormden werkgroepen en ouderverenigingen en begonnen een campagne, met als doel onderwijs voor blinden op gewone scholen legaal te maken. Na ongeveer drie jaar kregen ze toestemming van het ministerie van Onderwijs om hun dochter naar een gewone school te sturen. ,,Het werd niet helemaal goedgekeurd zoals wij dat wilden. Op het ministerie konden ze zich niet voorstellen dat een blind kind braille kon leren op een gewone school, dus moest Fransje braille leren op een instituut.''

Op vierjarige leeftijd zou Fransje Eiselin naar de gewone kleuterschool in Broek en Waterland gaan, waar zij toen met haar ouders woonde. Vlak voor haar verjaardag hing de kleuterschool aan de lijn. Nee, ze zagen het toch niet zitten, een blind kind in de klas. Hoe moest je die nou lesgeven?

De zoektocht begon opnieuw. In Amsterdam-Noord was een katholieke kleuterschool wel bereid het blinde meisje aan te nemen. Terwijl Fransje daar schoolging, zochten haar ouders naarstig verder naar een oplossing voor het volgende probleem: de lagere school. Na vele afwijzingen vonden ze die in Bilthoven. Ze moesten verhuizen en nieuw werk zoeken, maar hun dochter kon tenminste naar een gewone school. Maar eerst moest ze nog een jaar en een kwartaal naar een blindeninstituut, om braille te leren.

,,Ik heb nooit doorgehad dat we gingen verhuizen om mij'', vertelt Fransje Eiselin. ,,Er kwamen bij ons wel eens mensen van de ouderverenigingen over de vloer, ik had ook niet door dat dat om mij was. Dat heb ik allemaal pas later gehoord.'' Het ging goed met Fransje Eiselin op de montessorischool in Bilthoven. Ze kon de lessen redelijk volgen en kreeg extra hulp. Ook kwam er om de twee weken een visiting teacher langs, die haar bijvoorbeeld leerde stoklopen. Fransje: ,,Ik kan me niet herinneren dat ik ooit met tegenzin naar school ben gegaan. Ik werd wel eens gepest op school, maar ik heb ook altijd vriendinnen gehad.''

Dat was wel anders op de volgende school: het Stedelijk Gymnasium. Deze middelbare school stond in Utrecht en bracht weer een verhuizing met zich mee. ,,Het Stedelijk Gymnasium wilde Fransje wel onderwijzen, maar alleen als alle leraren akkoord gingen'', vertelt Ruud Eiselin. ,,En dat deden ze. Maar in de praktijk waren er docenten die hun lesmethoden niet aan een blind kind wilden aanpassen.''

Fransje Eiselin: ,,Ik had bijvoorbeeld een leraar Engels die les gaf aan de hand van voorwerpen. Dan liet hij een bord zien en zei hij this is a plate, dat zag ik natuurlijk niet.'' Ze liep leerachterstanden op en werd bovendien enorm gepest. ,,Mijn broodbakje, beker en jack werden in een prullenbak gegooid en ze plakten kauwgom op mijn armleuning. Dat soort dingen.''

,,Als ouder sta je machteloos, dat is heel moeilijk. Emotioneel ging het niet goed met Fransje. Qua studie wel.'' Toch hebben Dienke en Ruud Eiselin nooit spijt gehad van hun beslissing om hun dochter naar gewone scholen te sturen. Ruud Eiselin: ,,Op het instituut had ze ook gepest kunnen worden, dat kan overal gebeuren.'' Zijn dochter vult aan: ,,Ik kan nu heel makkelijk met mensen omgaan die kunnen zien. Ik merk dat veel andere blinden, die op een instituut hebben gezeten, daar moeite mee hebben. Je hebt die ervaring nodig, al is het alleen maar om je niet te ergeren aan de onwetendheid van mensen die kunnen zien.''

Uiteindelijk is alles goed gekomen. Fransje Eiselin heeft het gymnasium afgemaakt en is daarna een jaar in Amerika naar een internationaal blindeninstituut gegaan, om goed Engels te leren. ,,Het is heel ironisch dat ze daarheen ging. Naar een instituut, waar wij haar al die jaren bij weg wilden houden. Nu stonden we er echter wel achter'', vertelt haar vader.

Fransje Eiselin, die inmiddels dertig jaar is, studeert nu rechten aan de Universiteit van Amsterdam, over ongeveer drie maanden is ze afgestudeerd. ,,Ik ben heel blij dat ik het gewone traject heb gevolgd. Anders zou ik altijd achter hebben gelopen. Ik heb nu een dik jaar op een instituutsschool gezeten om braille te leren, en had al meteen een half jaar achterstand. Ga maar na.''

Herkent u dit verhaal of wilt u anderszins reageren? Schrijf naar zok@nrc.nl of NRC Handelsblad, Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Uw reactie moet donderdagochtend in ons bezit zijn.