De Zonnekoning uit Jodoigne

Louis Michel is de volgende premier van België, denkt hij zelf. Nu zijn land tot eind dit jaar EU-voorzitter is, kan Europa vast kennismaken met de ambitieuze minister van Buitenlandse Zaken. `Ge ziet hier de vice-premier, de minister, de kabinetschef, de vice-kabinetschef en de chef van het wc-papier.'

O goden, dacht de Belgische ambassadeur in de Verenigde Staten, daar gaat Louis Michel weer. Dat was dit voorjaar, in Washington. Michel, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken (53), had zijn eerste bespreking met zijn nieuwe Amerikaanse collega Colin Powell. Hij vertelde dat hij het Amerikaanse besluit om het Kyoto-protocol over de broeikasgassen dood te verklaren, `grof' vond. Er viel een stilte. Haastig begon de Belgische ambassadeur uit te leggen dat Michel met dat woord eigenlijk `eenzijdig' had bedoeld. Maar Michel viel de ambassadeur geërgerd in de rede: ,,Ik zei `grof', ik zei níet `eenzijdig'!'' Powell constateerde: ,,De boodschap is overgekomen.''

Een kleine dikke Waal die in één zin een Amerikaanse minister de les leest en een hoge Belgische diplomaat op zijn nummer zet: dit is Louis Michel ten voeten uit. De minister, die vanaf morgen – als België het voorzitterschap van de Europese Unie op zich neemt – een half jaar lang de vergaderingen van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zal voorzitten, en namens deze vijftien nóg meer groten der aarde de hand zal schudden (of de mantel uit zal vegen) dan hij tot nog toe deed, komt rond uit voor zijn mening dat Europa een eigen koers moet varen, onafhankelijker van Amerika. Ook wil hij af van de Belgische grijzemuizenpolitiek: altijd wachten op de standpunten van andere Europese landen en je dan aansluiten bij de mening van de meerderheid. Michel wil een Belgische buitenlandpolitiek voeren. Vorig jaar mochten de Belgen van hem niet skiën in het Oostenrijk van Haider. Twee jaar geleden sprak hij zich nadrukkelijk uit voor het berechten van Pinochet. En nu zei hij Powell waar het op staat. Als zijn eigen diplomaten kromme tenen krijgen van die nieuwe `ethische dimensie' in de buitenlandse politiek, is dat hún probleem. Michel laat zich niet door hen corrigeren. ,,Werk ik voor jou of werk jij voor mij'', beet hij laatst in Peking een diplomaat toe.

Wat drijft deze man? Is hij na premier Verhofstadt de machtigste politicus van België, of kloppen de geruchten dat het meer andersom is? Hoeveel tactvol stuurmanschap kan de Europese Unie het komende halfjaar van hem verwachten? Heeft hij het kaliber van een Europees staatsman, of is hij een Belgische haantje-de-voorste dat nog weinig van Europa begrijpt? Eén ding is zeker: sinds zijn zestiende heeft Louis Michel ervan gedroomd om de gevestigde orde naar zijn hand te zetten. Als er één beslissend moment was in het leven van de man die luistert naar bijnamen als Big Loulou en De Zonnekoning, dan is het wel die dag in 1964 waarop hij hoorde dat hij geen studiebeurs kreeg. Toen ging hij in de politiek, en begon De Wereld Volgens Michel.

Pensioentje

Op school in Jodoigne, een Waals-Brabants stadje ten zuidoosten van Brussel, was hij een briljante leerling. Zijn vader, een metselaar, was overleden. Louis Michel wilde Germaanse talen studeren. Zijn moeder kon de universiteit van haar pensioentje niet betalen. ,,Ik voldeed aan alle criteria'', zegt Michel, ,,maar ik kreeg geen beurs. Twee klasgenoten, middelmatige leerlingen met rijke vaders, kregen haar wél.'' De reden was dat de vaders van die twee invloedrijk waren in de Parti Socialiste (PS) en Michels familieleden niet. Toen hij met andere Belgische `beste kinderen van de klas' naar Brussel mocht om zijn medaille op te halen, vroeg hij de kabinetschef van de minister van Onderwijs, een socialist, om uitleg. Maanden later schreef de kabinetschef hem dat tot zijn spijt de termijn om een klacht in te dienen was verlopen. ,,Toen ben ik zót geworden'', spuugt Michel, alsof het gisteren gebeurde. De volgende dag werd hij lid van de PRL, de toen marginale Parti Réformateur Libéral. Zijn doel was om de socialisten, die het monopolie hadden in Franstalig België, te verpletteren. In Wallonië is hem dat ten dele gelukt. In Jodoigne geheel en al. ,,Michel wijst hier de brandweermannen aan'', zegt een inwoner, ,,en beslist over elke vierkante meter stoeptegel.'' Michel, die in Jodoigne in een bakstenen villaatje woont, is al twee jaar geen burgemeester meer om een belangenconflict met het ministerschap te vermijden. Maar de huidige burgemeester is partijgenoot en vriend. Die belt hem desnoods in China om te overleggen over, zeg, de nieuwe directeur van de plaatselijke sociale dienst. Zo regeert Michel met de gsm over Jodoigne. Als een vorst op afstand.

Louis Michel is een selfmade man. Daar is hij onverholen trots op. Hij heeft zijn initialen op zijn hemden laten borduren. ,,J'ai scoré'', juicht hij als hij een Europese minister heeft overtuigd (voor Michel op het toneel verscheen, bestond dit werkwoord niet in het Frans). Voor de Franstalige elite van België is hij een dubbelzinnige figuur. Hij is de eerste Franstalige politicus in meer dan twintig jaar die, zegt men, kans maakt om premier te worden. Dat dwingt respect af. Maar om zijn lak aan decorum, zijn wantrouwen in aristocratische coteries en het genot dat hij aan zijn succes beleeft, vinden zij hem een beetje een parvenu. Michel moest werken om de lerarenopleiding Nederlands en Duits te bekostigen. Toen gaf hij tien jaar les aan de middelbare school in Jodoigne. ,,Ik had Nederlands van hem'', vertelt een werkloze. ,,Als je één woord Frans sprak, moest je de klas uit. En je moest naast het lokaal blijven staan, zodat hij je in de gaten kon houden.''

Een control freak is Michel nóg. Zo wilde hij Belgische waarnemers aanwijzen die namens de Europese Commissie uitgezonden worden naar verkiezingen in de Derde Wereld. Maar het reglement stelt dat die waarnemers – uit alle EU-lidstaten – door de Commissie worden geselecteerd. Michel was woedend. Sinds hij twee jaar geleden minister van Buitenlandse Zaken werd, benoemt hij zelfs het keukenpersoneel op het ministerie en mogen hoge diplomaten hun contacten alleen mee uit eten nemen als hij zijn fiat geeft. Volgens een diplomaat regelt Michel zélf in welke kamer van het Waldorf Astoria hij in september slaapt tijdens de Algemene Vergadering van de VN in New York. Zijn vorige kabinetschef kreeg een secretaresse die vergat uitnodigingen te bevestigen, zodat hij op diners kwam waar niet voor hem gedekt was. Deze man, die zichzelf mede door dit onvermogen tot delegeren van Michel onlangs naar Parijs liet overplaatsen, typeerde zijn baas op zijn afscheidsreceptie zo: ,,Ge ziet hier de vice-premier, de minister, de kabinetschef, de vice-kabinetschef en de chef van het wc-papier.''

Michel, die vrijmetselaar is (in België betekent dat: `Ik ben geen christen-democraat'), doet alles op intuïtie. Hij heeft een hekel aan plichtplegingen zoals met nieuwe buitenlandse ambassadeurs in België kennismaken. ,,Je réagis a l'humain'', zegt hij. Na een lezing voor Chinese studenten in Shanghai, in mei, ging hij geestig en toegewijd op al hun vragen in. Een dag later, in Xi'an, vocht hij tegen de slaap tijdens een officiële toespraak van een museumdirecteur, waar geen eind aan leek te komen. Zijn dag werd gered doordat hij later de tomatenkassen in mocht. Stralend stond hij met een baseballpet tussen blozende boerenvrouwen, die vertelden dat ze met Belgisch ontwikkelingsgeld weer vooruit konden. ,,Michel is een eenvoudig man gebleven'', zegt Jean-Luc Meurice, wethouder in Jodoigne. ,,Hij zegt altijd: `Aardig zijn tegen de mensen. Daar word je voor betaald'.''

Michel is vooral een Belgisch politicus. Op Europees gebied opereert hij als een loodgieter: gaatje dichten hier, openingetje zoeken daar. Premier Verhofstadt neemt deel aan het debat over de toekomstige besluitvorming in Europa. Michel veel minder. Dat is niet verwonderlijk. Tot twee jaar geleden was hij `slechts' de leider van de PRL en reisde hij vooral naar zijn huisje in Frankrijk. Tijdens zijn eerste ministeriële reis naar New York wees een Belgische journaliste op een receptie aan: ,,Kijk, dat is president Bouteflika van Algerije, en dat is...'' Als Michel vroeger merkte dat een PRL'er zich verdiepte in de oorlog in Bosnië, riep hij: ,,Schei uit! Een nieuw sociaal stelsel in België, dát is waarom mensen op ons stemmen!'' Michel was, en is, de PRL. Als 25-jarige was hij wethouder in Jodoigne, tien jaar burgemeester. Men noemt hem een `linkse liberaal'. ,,Als je alles aan de vrije markt overlaat, zullen de sterksten blijven winnen'', vindt hij. Tot 1995 moest hij echter de toenmalige partijleider dienen – Jean Gol, een réchtse liberaal. Die rol heeft Michel trouw maar met moeite vervuld: anders kon hij Gol nooit opvolgen. Na Gols dood dirigeerde Michel de partij naar links. ,,Wie het er niet mee eens is'', zou hij gezegd hebben, ,,moet me van het tegendeel overtuigen, of opstappen.'' Electoraal bleek het een goede zet. Toen hij minister werd, speelde hij het PRL-voorzitterschap door aan een politieke zwakkeling, die hij in zijn zak heeft. Toen Michel eens in Oeganda hoorde dat deze partijleider het plan had om de naam PRL te veranderen in PD (Parti Démocratique), greep hij tierend de telefoon. ,,Je hoorde hem twee verdiepingen hoger in het hotel schelden'', vertelt Geert Versnick, toen voorzitter van de buitenlandcommissie van het parlement. Nu wás die nieuwe naam ook zorgwekkend – PD spreek je uit als pédé, en dat betekent in spreektaal-Frans `homo'.

Joviaal

Michel slaapt vier uur per nacht. Hij werkt nooit niet zodat het soms onduidelijk is waar zijn professie eindigt en zijn liefde voor lekker eten en vrouwen begint. Michel heeft een fabuleus geheugen voor namen en gezichten. Hij is hartelijk, joviaal. Volgens Francis Burstin, zijn adjunct-kabinetschef, ziet hij het altijd als een medewerker problemen heeft. ,,Dan neemt hij die apart en vraagt wat er aan de hand is. Hij heeft een zeer gevoelige, menselijke kant.'' Maar hij reageert slechte buien ook op zijn naaste omgeving af. ,,Ik bedoel daar niets persoonlijks mee'', zegt hij tegen sollicitanten, ,,maar u moet ertegen kunnen.'' De Belgische diplomatie was traditiegetrouw een hiërarchisch, beleefd, formeel apparaat. Daar kwam Le Gros Bleu (de dikke liberaal), en zette de ramen wijd open. Hij liet stukken van diplomaten ongelezen op tafel liggen en maakte er geen geheim van dat hij het vervelend vindt dat ze hem overal vergezellen. Bovendien passeerde hij ze door in zijn kabinet, dat zo'n 55 mensen telt, buitenstaanders op te nemen die zich tot zijn invloedrijkste medewerkers ontpopten – zij worden met een mengeling van ontzag en dédain `les fidèles' genoemd. Zij adoreren Michel. Sommige fidèles zijn oud-journalisten. Michel en de diplomaten reizen business class in het regeringsvliegtuig. Journalisten mogen gratis, economy, mee. Het toestel is nog niet opgestegen of Michel stommelt, pijpje in de mond, naar achteren. Hij oreert, discussieert, off the record, een hele intercontinentale vlucht lang. Hoewel Belgische journalisten niet altijd positief over hem zijn, schrijven ze zelden iets lelijks over hem. Diplomaten die hardop kritiek op Michel uiten, zijn helemaal niet te vinden. De minister, weet iedereen, laat zijn vrienden nooit vallen. ,,Maar als ik iets kritisch zeg'', zegt een hunner, ,,word ik meteen naar Alma Ata overgeplaatst.''

Tijdens Europese ministerraden kan hij in slaap sukkelen als het onderwerp hem niet boeit – een debat over Timor, of zijn Luxemburgse collega die verslag doet van een Balkan-missie. Alleen als een onderwerp hem pakt, zoals Afrika of de rechten van de mens, is hij dominant in de discussie. Michels vader zat tijdens de oorlog in een Duits kamp. Toen hij terugkeerde, waren zijn (eerste) vrouw en kind vermoord. ,,Ik heb twee vaderlanden'', zegt Michel, ,,België en Europa. Als schendingen van de rechten van de mens zich in democratisch Europa dreigen voor te doen, moeten wij keihard optreden.'' Het ergert Michel dat hij in mei niet de kans kreeg om Italië in de Europese ban te doen, toen Umberto Bossi van de Lega Nord tot de regering-Berlusconi toetrad. In Nice, in december, bedachten de Europese regeringsleiders immers een ingewikkelde besluitvormingsprocedure voor dit soort gevallen – mede omdat de boycot tegen Oostenrijk vorig jaar (op initiatief van Michel, maar ingekopt door de Fransen) op een fiasco was uitgelopen. Michel ontvangt wél Derde-Wereldleiders met bloed aan hun handen, zoals de Zimbabweaanse president Mugabe. ,,Inconsistent, hoe kómt u erbij? Als de rechten van de mens onze leidraad zijn, kunnen we buiten Europa haast niemand meer de hand schudden. Als we het contact met mensen als Mugabe verbreken, zal het in die landen nooit beter gaan.'' Hij wil juist met dit soort leiders blijven praten, om hen langzaam op het rechte pad te brengen.

Michel heeft Congo hoog op zijn Europese agenda gezet. Hij schaamt zich naar eigen zeggen voor de rol die België daar als kolonisator heeft gespeeld, en beschouwt het als zijn `morele plicht' om het goed te maken. Hij heeft nu een plan om de oorlog te stoppen en Congo te helpen bij de wederopbouw. Maar België heeft niet genoeg macht en geld om alle warlords op nobeler gedachten te brengen. Michels plan heeft alleen gewicht als hij het in samenspel met anderen lanceert. Met andere lidstaten in de Europese Unie, de Wereldbank, het IMF. ,,Dit is de achilleshiel van het Belgische EU-voorzitterschap'', zegt een diplomaat. ,,De Congolezen ontvangen hem als grand seigneur omdat hij hun veel geld in het vooruitzicht stelt. Maar als Michel dat geld eind 2001 niet bij elkaar heeft, gaat hij af als een gieter. Dan krijgt hij nooit de Nobelprijs voor de Vrede die, als je het mij vraagt, net zo'n belangrijke kurk is voor zijn Congo-plan als bekommernis met de rechten van de mens.'' Michel neemt een geweldig risico met Congo. Een groot EU-land als Frankrijk is geïnteresseerd, maar alleen als Parijs met de eer kan gaan strijken. Andere lidstaten willen geen geld toezeggen aan een land dat nog in oorlog is. Met eurocommissaris Nielson van Ontwikkelingssamenwerking kan Michel niet overweg, dus die is niet eens gepolst. Daarbij, zegt een Europese minister fijntjes: ,,Een land dat voorzitter is van de EU mag nooit te veel voor zichzelf vragen.''

Vechter

Maar Michel is een vechter. Hij neemt graag zijn toevlucht tot een-tweetjes. Zo nam Michel tijdens een conferentie in Peking, in mei, zijn Portugese collega apart om een plannetje voor de rehabilitatie van Cuba door te nemen. Daarmee wil hij, als België EU-voorzitter is, `scorer'. In Peking was ook zijn Spaanse collega Piqué. Spanje wilde in die dagen de toezegging van andere EU-lidstaten dat Spanje niet te veel structuurfondsen (hulpgelden) uit Brussel mag verliezen aan nieuwe lidstaten in Oost-Europa. De EU was woedend, omdat Spanje zo de onderhandelingen over de uitbreiding blokkeerde. Maar Michel zei tegen Piqué: België zal Spanje niet afvallen als Spanje België op zijn beurt een dienst bewijst. En inderdaad, Piqué beloofde steun aan Michels Congo-plan. ,,Typisch Michel'', vindt eenBelgische politicus. ,,Hij gebruikt Europa als hefboom voor zijn eigen politieke agenda. Hij zet België op de kaart. En zichzelf.''

Als Michels hart ergens ligt, dan is het in België. Hij praat er aan één stuk door over. Hij is bang dat er niets van overblijft. De gestage machtsoverdracht van Brussel naar de gewesten is hem een doorn in het oog, al weet hij dat het onomkoombaar is. Straks is er zelfs geen Belgische minister van Landbouw meer. Toen Michel in Parijs een expositie opende van een Waalse schilder, een vriend, werd hij afgebekt door de Franstalige culturele attaché daar: cultuur is immers een zaak van de taalgemeenschappen in België. Razend wordt Michel hiervan. Het moment komt, zegt hij, dat mensen niet meer in de Belgische, maar in de Vlaamse of Waalse politiek carrière gaan maken. Voor die tijd, fluisteren velen, wil Michel premier zijn. Hij spreekt dat zelf niet met klem tegen. Sterker, hij heeft aan allerlei mensen – zelfs Europese ministers – verteld dat koning Albert hém na de verkiezingen in 1999 als premier wilde. De koning zou de Vlaamse leider van de liberalen (VLD), Guy Verhofstadt, niet vertrouwen: die had ooit op meer autonomie voor Vlaanderen gehamerd. Hoe meer Vlaamse autonomie, hoe minder België: dat is de nachtmerrie van de monarch. Maar Michel aarzelde, naar verluidt. Hoewel hij perfect tweetalig is, kenden de Vlamingen hem nauwelijks. Bovendien had de VLD sterker gewonnen bij de verkiezingen dan Michels PRL. Daarbij is Verhofstadt meer een vernieuwer dan Michel. En België snakte na schandalen als Dutroux en de dioxinekippen naar een fris gezicht. Dus liet Michel Verhofstadt beloven dat hij zich niet met `conneries communautaires' (communautaire domheden) zou inlaten. De koning was gerust, Verhofstadt kon premier worden. Aldus Michel.

Als Michel over de Europese of de Belgische politiek praat, doet hij dat in de ik-vorm. Alsof Verhofstadt niets in te brengen heeft. Toch kan hij goed met de premier overweg, zeggen ingewijden. Ze hebben allebei ontwikkelde ego's, dus ze clashen soms flink. Zoals over het budget voor het EU-voorzitterschap: Michel eiste (en kreeg) het leeuwendeel. Toen Verhofstadt eens in het vliegtuig vernam dat Michel van leer was getrokken tegen Umberto Bossi, stormde hij de cockpit in en schold hem over de telefoon uit. Maar de ruzies worden snel bijgelegd. Zij hebben elkaar politiek nodig. En helemaal tijdens het EU-voorzitterschap. ,,Ik heb geen probleem om loyaal te zijn tegenover iemand voor wie ik achting heb'', zei Michel deze week, op de vraag of hij het niet moeilijk vindt dat premiers tijdens voorzitterschappen meer in de schijnwerpers staan dan ministers van Buitenlandse Zaken. Hij meent dat. Maar met het oog op zijn toekomstige ambities zou hij ook wel gek zijn om iets anders te zeggen.