De macht van een hoog gebouw

Een jaar of dertig geleden stonden de kranten vol over flatneurose. Echt hoge gebouwen kende Nederland nog nauwelijks. Flatneurose was een ziekte die heerste in flats van een verdieping of negen. Deze vreemde ziekte, die zou worden veroorzaakt door het wonen boven de grond, is vanzelf overgegaan, voorgoed. In de documentaire Wolkenridders en luchtkastelen, die zondag ter gelegenheid van de jaarlijkse Dag van de Architectuur wordt uitgezonden, speelt flatneurose dan ook geen enkele rol. Alleen de kraandrijver die op 140 meter hoogte zijn werk doet, vertelt dat hij zich wel eens geïsoleerd voelt. Eenzaam zou hij het niet eens willen noemen.

Wolkenridders en luchtkastelen gaat over de echte hoogbouw die nu ook in Nederland, en dan met name in Rotterdam, heel gewoon wordt. Filmster Eugenie Jansen laat een hele reeks `gebruikers' van hoge gebouwen in Rotterdam aan het woord. Jammer genoeg gaat het alleen om mensen die op grote hoogte werken of feestvieren, zoals topmannen van Robeco in hun zwart granieten toren en Rik en Helene Kramer, die hun huwelijksfeest in het restaurant van de Euromast houden en dromen van een kantoor in het World Trade Center. Bewoners van hoge appartementen zijn geheel afwezig.

Wolkenridders en luchtkastelen is nadrukkelijk een documentaire van het kunstzinnige soort. Het zit vol langdurige en steeds weerkerende opnamen van Rotterdamse wolkenluchten en van hardlopers die van grote hoogte zijn gefilmd. Jansen heeft ook goed nagedacht over de overgangen in haar film. Ze begint bijvoorbeeld, zonder iets uit te leggen, met de houten toren van Babel die bewoners van Ruigoord een paar jaar geleden bouwden toen ze hun dorp moesten verlaten. Vervolgens komt er een vliegtuig over en daarna krijgen we Duitse vliegtuigen uit 1940 en het gebombardeerde Rotterdam te zien. Dan komt de Toren van Babel van Breughel in beeld, die in reusachtig formaat op een glazen gevel van een Rotterdamse kantoortoren is geplakt.

Door de poëtische beelden, begeleid door ietwat dreigende muziek, heeft Wolkenridders en luchtkastelen een traag tempo. Af en toe snak je ook naar een voice-over die goed uitlegt waar je naar kijkt of waarom nu plotseling zoveel hoge torens in Rotterdam verrijzen. Maar commentaar ontbreekt geheel: het zijn de `wolkenridders', zoals een piloot van een traumahelikopter en een glazenwasser, die duidelijk moeten maken waarom Rotterdam zo hoog bouwt.

Wonderlijk genoeg lukt dit uiteindelijk ook nog. Macht blijkt het sleutelwoord bij hoogbouw. Robeco liet Wim Quist een zwarte toren van 96 meter ontwerpen en met graniet bekleden, omdat het bedrijf iets voor de `semi-eeuwigheid' wilde neerzetten, vertelt Pieter Korteweg. En om zijn positie als president-directeur van deze beleggingsfirma te beklemtonen zit hij op de bovenste verdieping en niet op de onderste, voegt hij er lachend aan toe. Beginnend ondernemer Rik Kramer zegt over zijn gedroomde kantoor in het WTC, waar hij al eens is gaan kijken: ,,Dan voel je je vanzelf Lodewijk XIV.'' En de klinisch geneticus Wim Kleyer, die zijn werk op de 24ste verdieping van het Dijkzigt Ziekenhuis doet, legt uit: ,,Hier heb je het gevoel dat je de omgeving beheerst. Als een kasteelheer kijk je uit over de omgeving.''

Wolkenridders en luchtkastelen, AVRO, zondag, Ned.1, 18.29-19.29u