BLINDE SCHOOLKINDEREN

De reliëftegels op de stoep, dat is nou een voorziening die Tatjana Alferenko kenmerkend vindt voor de Nederlandse omgang met blinden. ``Jullie doen hier zoveel voor visueel gehandicapten.'' Alferenko is directeur van een blindeninstituut in Perm, Rusland. Zij is met drie collega's op bezoek bij de slechtzienden- en blindenorganisatie Visio in Huizen om te zien hoe in Nederland kinderen met een visuele beperking geïntegreerd worden in in het reguliere onderwijs. Want ook in Rusland staat dit op de politieke agenda.

Sinds 1997 werken Visio, de Universiteit van Amsterdam, de provincie Perm en de Pedagogische Staatsuniversiteit van Perm samen in een project dat die integratie op de rails moet zetten. De EU subsidieert, Visio levert concrete onderwijskundige ondersteuning en de UVA helpt de Universiteit van Perm bij wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van het project. Aankomend schooljaar zullen in Perm de eerste blinde en slechtziende kinderen daadwerkelijk met speciale begeleiding naar het regulier onderwijs gaan. Het project loopt tot en met 2003.

In Rusland zijn kinderen vanaf hun zevende jaar leerplichtig. Voor die tijd gaan kinderen naar dagverblijven en kleuterscholen. Voor licht gehandicapte kinderen zijn er speciale dagverblijven. Kinderen met een zware handicap blijven thuis. Dat geldt ook voor blinde kinderen. Vanaf hun zevende jaar tot hun negentiende kunnen blinde kinderen in Perm terecht op de blindenschool van Tatjana Alferenko. Een school zonder naam en zelfs zonder het in Rusland gebruikelijke nummer. De school bestaat 110 jaar en heeft 200 leerlingen, van wie het merendeel intern is. De kinderen krijgen les in groepjes van zes tot acht leerlingen en beschikken over talloze aangepaste leermaterialen, zoals cassettes, brailleboeken, grootletterboeken en Amerikaanse computers met een brailleleesregel. ``Alles is er, maar het moet allemaal langer meegaan dan hier'', is de ervaring van Nico van Waveren, die vanuit Visio het project begeleidt.

In Rusland hangt de belangstelling voor speciaal onderwijs nauw samen met het politieke klimaat, vertelt dr. Kees van der Wolf, hoogleraar speciaal onderwijs aan de UVA. ``Tot de Russische Revolutie gingen de ontwikkelingen in Europa en Rusland gelijk op. Daarna werden alle voorzieningen om ideologische redenen min of meer afgebroken, omdat het idee overheerste dat gehandicapten in een ideale maatschappij geen extra hulp nodig hadden. Pas met de komst van Jeltsin in 1991 werd de draad weer opgepakt.'' En minder dan tien jaar later is Rusland volop bezig met de volgende grote sprong: integratie van gehandicapten in het regulier onderwijs. De reden hiervoor is niet zozeer een autonome behoefte vanuit de scholen, ouders of gehandicapten zelf, maar veeleer een politieke keuze. In 1994 ondertekende namelijk ook Rusland het verdrag van Salamanca van de Unesco, waarin ook gehandicapte kinderen het recht wordt toegekend om naar een gewone school te gaan.

In het Nederlands-Russische project zullen docenten van de huidige blindenschool in Perm omgeschoold worden tot `ambulant onderwijskundig begeleider'. De blindenschool krijgt uiteindelijk de functie van een `expertisecentrum visuele beperkingen'. ``Dit is een enorme omslag, want de blindenscholen waren erg gesloten instellingen'', vertelt dr. Andrej Kolesnikov, vice rector van de Perm State Pedagogical University. Hij ontmoet zowel sceptici als enthousiastelingen over de ontwikkelingen in het speciaal onderwijs. ``Daarom willen we met dit project een voorbeeld stellen van hoe het kan.''

In Rusland zijn niet alle ouders even verheugd met deze ontwikkeling, zo blijkt uit het verhaal van schooldirecteur Alferenko. ``Want de staat betaalt alle kosten die verbonden zijn aan een verblijf op een blindeninstituut. Als de kinderen weer thuis komen wonen en naar een gewone school gaan moeten de ouders zelf voor hun kinderen betalen.'' De kinderen vinden het volgens haar niet `eng' om naar een gewone school te gaan en tussen ziende kinderen te zitten. ``Ze worden nu ook vaak naar buiten gebracht, naar het theater bijvoorbeeld.'' Zelf vindt Alferenko het belangrijk dat blinde kinderen niet in een afgesloten omgeving verblijven. ``Dit is een betere voorbereiding op de rest van hun leven.'' Docenten op haar school staan wisselend tegenover deze ontwikkeling. Sommigen voelen zich bedreigd in hun positie, anderen zien vooral de nieuwe uitdaging van het begeleiden van blinde en slechtziende leerlingen op een reguliere school. En de reguliere scholen? Alferenko: ``Ik heb met een aantal scholen gesproken, maar die weten niet goed wat ze ermee aan moeten.''

Toch zijn blinde en slechtziende leerlingen geen onbekend verschijnsel in het Russische regulier onderwijs, vertelt van der Wolf. ``Het is vergelijkbaar met de Nederlandse situatie van vijftig, zestig jaar geleden. Die kinderen zitten achter in de klas. Er zijn geen speciale voorzieningen voor hen. De leraren hebben een prachtig excuus om niet te veel te verwachten van deze kinderen: `hij is blind, dus wie ben ik om hem wat te kunnen leren?' Zolang die kinderen het redden blijven ze, maar zeer waarschijnlijk zullen zij onderpresteren.'' Alferenko knikt. ``Wij krijgen veel kinderen van veertien, vijftien jaar die graag op het internaat willen komen, maar zij zijn zo ver achter dat het moeilijk voor ze is die achterstand in te halen.''

Onder het Sovjetregime was Perm een centrum van de wapen- en chemische industrie en om die reden een `gesloten stad' voor buitenlanders. Maar desalniettemin loopt Perm nu voorop als het gaat om het integratieproject. Van de blinde en slechtziende kinderen die in september het spits afbijten zijn er vijf afkomstig van de blindenschool en vijfentwintig uit het regulier onderwijs. Hun begeleiders, voorlopig twee, worden opgeleid door Nico van Waveren in samenwerking met de Universiteit van Perm. Ook de docenten uit het regulier basisonderwijs zullen hier bijgeschoold worden. Van Waveren: ``Als begeleider moet je meer afstand nemen van de handicap dan als docent. Je moet het naar leken toe kunnen vertalen, zodat zij, als klassedocent, gewoon les kunnen blijven geven. We zullen op praktische aandachtspunten ingaan, zoals de lichtomstandigheden en de opmaak van boeken, maar ook op meer didactische zaken. En de ambulante begeleiders moeten leren de leerlingen niet alleen praktisch te helpen, maar ook sociale hulp te verlenen.''

Dat is een omslag in Rusland, weet Van der Wolf. ``Daar heet orthopedagogiek defectologie om maar eens een voorbeeld te noemen. De focus van de wetenschap is heel erg biologisch en technisch. Wij proberen over te brengen dat er ook psychische kanten aan verbonden zijn. Vragen als `hoe ga je om met je handicap?' zijn nieuw voor ze.''