`Ben Barka in vat zoutzuur opgelost'

Het lijk van de doodgemartelde Marokkaanse oppositieleider Mehdi Ben Barka is een vat zoutzuur in de Marokkaanse hoofdstad Rabat opgelost. Dat heeft de Franse krant Le Monde gisteren gemeld. De krant had haar informatie van een vroegere Marokkaanse geheim agent, Ahmed Boukhari, die Le Monde en de Marokkaanse krant Le Journal gedetailleerde informatie heeft gegeven over de omstandigheden van Ben Barka's dood. Boukhari was ten tijde van Ben Barka's dood een zeer naaste medewerker van Mohammed Achaachi, chef van de marokkaanse binnenlandse inlichtingendienst. Achaachi was aanwezig toen Ben Barka in parijs werd doodgemarteld.

Ben Barka, een charismatische linkse leider die in de vroege jaren van de Marokkaanse onafhankelijkheid naar Frankrijk in ballingschap was gevlucht, werd op 29 oktober 1965 in Parijs ontvoerd. Het bevel daartoe was in maart gegeven door koning Hassan II, ten tijde van zeer ernstige onlusten in Casablanca waarbij honderden mensen werden gedood. Dat Ben Barka is doodgemarteld door Marokkaanse functionarissen, is al lange tijd duidelijk, maar de precieze omstandigheden van zijn dood en wat er met zijn lijk is gebeurd, zijn nooit ontdekt.

Boukhari bevestigde dat Ben Barka 29 oktober door corrupte Franse politiemannen werd aangehouden voor café Lipp in het Quartier Latin en was vervoerd naar een huis aan de rand van de stad. Daar was het hoofd van de Marokkaanse politie, Ahmed Dlimi, die Ben Barka haatte en al eerder eens had geprobeerd hem te vermoorden. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat Ben Barka levend naar Marokko zou worden overgebracht. Maar volgens Boukhari ,,liep de toestand uit de hand'' door toedoen van Dlimi, die Ben Barka urenlang had gemarteld.

De Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken, generaal Mohammed Oufkir – die toen rechterhand van koning Hassan II was maar later zelf in ongenade de dood vond – arriveerde rond middernacht. Hij maakte geen eind aan de activiteit van Dlimi, integendeel.

Ben Barka stierf uiteindelijk rond 3 uur in de ochtend, hangend aan een touw en geboeid, aldus Boukhari. Hij zei dat Oufkir met een kleine dolk op Ben Barka's borst had ingestoken. Dlimi op zijn beurt had Ben Barka's neus en mond bedekt met een in vuil water gedrenkte doek.