Asielopvang heeft gemeente nodig

Alle legale asielzoekers krijgen voortaan opvang, beloofde staatssecretaris Kalsbeek (Justitie). Maar tot er meer plaats voor ze is, blijven gemeenten hulp bieden.

,,Het rijk erkent dat er een probleem is met de opvang van asielzoekers'', zegt de Groningse wethouder R. Paas. ,,Dat is de grootste winst.''

Staatssecretaris Kalsbeek (Justitie) beloofde donderdag in een overleg met de gemeenten dat alle asielzoekers die legaal in Nederland zijn, opgevangen zullen worden. Gemeenten zeiden toe de noodopvang van asielzoekers af te bouwen en alles in het werk te stellen om extra opvangcapaciteit te vinden.

Volgens wethouder Paas zijn de gemeenten nu af van het ,,stigma'' dat zij bezig waren de opvang van illegalen te organiseren. Groningen subsidieert sinds januari een stichting die in de gemeente maximaal zestig mensen tegelijk opvangt. Kalsbeek vond dat gemeenten met de noodopvang het kabinetsbeleid om uitgeprocedeerde asielzoekers snel te laten terugkeren, doorkruisten.

Tientallen gemeenten besloten dit voorjaar uit humanitaire overwegingen onderdak te verlenen aan drie groepen asielzoekers die legaal in Nederland verblijven, maar die niet meer voor opvang in een asielzoekercentrum in aanmerking kwamen.

Sinds de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet, op 1 april, hebben uitgeprocedeerde asielzoekers nog 28 dagen recht op opvang. Dat blijft zo, maar wie tijdig aangeeft mee te werken aan het vertrek, wordt voortaan langer opgevangen, heeft Kalsbeek toegezegd. Dat is de eerste categorie.

De tweede categorie bestaat uit asielzoekers die opnieuw een asielaanvraag hebben ingediend.

Tot de derde categorie behoren de duizenden asielzoekers die via een andere EU-lidstaat in Nederland zijn gekomen, de zogenoemde `Dublin-claimanten'. Zij worden al sinds oktober 1998 niet meer opgevangen. ,,Er is een tekort aan ruimte, en de Dublin-claimanten staan bovenaan de lijst van mensen die dan niet in aanmerking komen'', zegt een woordvoerder van het Centrale Opvangorgaan Asielzoekers (COA). Hij benadrukt dat dit een kwestie van prioriteiten is, en niet van beleid. Het COA erkent dat het onderliggende probleem, het gebrek aan ruimte, nog niet is opgelost. ,,Daarvoor is de medewerking van de gemeenten nodig.''

Staatssecretaris Kalsbeek zei tijdens het overleg ook dat wellicht bestaande regelgeving voor de vestiging van asielzoekerscentra ,,anders bekeken'' moet worden. Hoogeveen besloot dit voorjaar bijvoorbeeld de bouwvergunning voor een asielzoekerscentrum in te trekken, omdat de locatie niet voldeed aan de normen van de geluidshinderwet. Vanwege het tijdelijke karakter van de opvang zou dit geen probleem mogen zijn, vindt het COA.

Zolang de benodigde extra capaciteit voor asielzoekers er niet is, blijft in ieder geval in Utrecht de noodopvang voor vijftig mensen open.

,,Utrecht zal zich nooit verschuilen voor haar verantwoordelijkheid'', zegt de Utrechtse wethouder J. Spekman (PvdA). ,,Wij blijven het rijk ondersteunen bij de tijdelijke opvang van legale asielzoekers.'' In de tussentijd gaat Utrecht, net als andere gemeenten, wél de gegevens registeren van de mensen in de noodopvang. ,,De indruk bestaat dat nu niet iedereen behoort tot de groepen voor wie de opvang bedoeld is'', aldus Spekman.