Wie is wie Wat is wat

Leo Jansen en Hans Luijten doen nauwgezet onderzoek naar de brieven van Vincent van Gogh: ,,Nog nooit is een brief van Van Gogh precies zo gepubliceerd als hij hem heeft geschreven, dat mogen wij wel zeggen.''

Het wordt een piepkleine expositie, deze zomer in het Van Gogh Museum. Een vitrine en een stukje muur, meer is er niet nodig voor het tonen van enkele brieven en brieffragmentjes van Vincent van Gogh, een schetsje dat hij in 1881 aan zijn broer Theo stuurde en het schilderij waarnaar hij dat schetsje maakte. Dit was zijn allereerste olieverfschilderij: een stilleven van een witte kool met wat aardappels en een paar boerenklompen. De mini-presentatie is een voorproefje van de grote brievententoonstelling die volgend jaar in het Van Gogh Museum zal worden gehouden. Die tentoonstelling zal onder meer aan de hand van zijn correspondentie, de boeken en tijdschriften die hij las, schilderijen die hij heeft gezien en prenten die hij verzamelde, een beeld geven van het leven van Van Gogh.

Al is het er niet direct aan af te zien, toch is het voorproefje van deze zomer het resultaat van jarenlang zwoegen. Sinds 1994 werken de neerlandici Leo Jansen (40) en Hans Luijten (40) in opdracht van het Van Gogh Museum en het Constantijn Huygens Instituut aan de complete, wetenschappelijke teksteditie van de ruim 900 overgeleverde brieven van en aan de schilder Vincent van Gogh (1853-1890). Alleen al de ontcijfering van twee, met dikke lijnen doorgehaalde brieffragmenten die in de vitrine worden getoond, was maanden werk. Het waren maanden van turen en turen, van het op alle mogelijke manieren belichten en uitvergroten van de fragmenten, van puzzelen met stok- en staartletters die boven en onder de doorhalingen uitstaken.

Een van de doorgehaalde fragmenten staat op de achterkant van een schetsje dat Van Gogh maakte naar een schilderij waaraan hij bezig was: Sterrennacht boven de Rhône. Hij had dit schetsje van pinkelende sterren boven een donkere rivier ingesloten bij een brief van 2 oktober 1888 aan de Belgische schilder Eugène Boch. Het doorgestreepte fragment achterop het krabbelige tekeningetje bleek na de ontcijfering het begin te zijn van een brief van Van Gogh aan de schilder Paul Gauguin – een brief die dus nooit verstuurd is. Hierin raadt Van Gogh hem aan om niet in te stemmen met het plan van zijn broer, de kunsthandelaar Theo van Gogh, om de prijs van Gauguins schilderijen te verlagen. De kwestie zat Van Gogh hoog, hij repte er in die tijd ook tegen Theo over: als je toch niets verkoopt heeft het ook geen zin om de prijs te verlagen, zo argumenteerde hij.

Dit door Van Gogh doorgekraste brieffragment is de meest sensationele ontdekking die Luijten en Jansen de afgelopen zeven jaar hebben gedaan. Soms kwamen ze erachter dat brieven in vroegere uitgaven verkeerd gedateerd waren, dat woorden of namen niet goed waren gelezen of helemaal weggelaten. In een brief aan Theo uit november 1881 schreef Van Gogh bijvoorbeeld, in een toespeling op de Bijbel: ` 't Verloren schaap' is God liever dan 99 schapen die zoo spiritueel zijn dat ze altijd in de klaverwei blijven en nimmer met de woestijn kennis maken.' Tot nu toe werd voor die `99 schapen' `gij schapen' gelezen. Soms ontdekten ze ook dat een bijlage die ze bij een brief aantroffen bij een heel andere brief hoorde. Van Gogh sloot niet alleen schetsjes in bij zijn brieven, maar ook weleens een sneetje roggebrood, een vogelveer of een takje zeewier. Het zeewier, dat in een andere brief lag, is nu weer verenigd met de brief die hij op 17 april 1876 uit het Engelse Ramsgate aan Theo schreef: `Gisteren avond en dezen morgen deden wij allen eene wandeling aan den zeekant. Hierbij een takje zeewier.'

Maar dit soort kleine ontdekkingen en correcties zijn niet het voornaamste doel van het brievenproject. Leo Jansen: ,,Ons werk is vooral het toegankelijk maken van de brieven en de lezers een contekst te geven. Vincent van Gogh leefde en dacht in de woorden van Guy de Maupassant, de ideeën van Emile Zola en de schilderijen van Millet. In een bepaalde periode was hij voortdurend in de Bijbel aan het lezen. Wij hebben geprobeerd te achterhalen waar bepaalde ideeën en passages uit zijn brieven vandaan komen en daarbij zagen we dat er veel meer ontleningen in die brieven staan dan tot nu toe bekend was. In de annotaties verwijzen we naar al die bronnen, naar boeken, schilderijen, prenten, foto's en kranten. We hebben tot nu toe ruim honderd prenten kunnen identificeren die hij noemt en die bijdroegen aan zijn vorming. Al die prenten, maar ook foto's en schilderijen, worden in de nieuwe brieveneditie afgedrukt zodat de lezer kan zien waar zijn oordelen en uitspraken betrekking op hadden.''

Kluis

Jansen en Luijten hopen voor 2010 klaar te zijn met hun werk. De uitgave – in het Engels en vooral bedoeld voor een specialistisch, kunsthistorisch publiek – zal uit minstens acht delen bestaan: vier voor de brieven en vier voor de annotaties. Daarnaast komt er waarschijnlijk ook een uitgave waarin alle brieven worden afgedrukt in de oorspronkelijke taal waarin Van Gogh ze heeft geschreven: Nederlands, Frans en Engels.

De laatste, vierdelige, editie van de brieven van Van Gogh verscheen in 1990, honderd jaar na zijn overlijden. Volgens Jansen is het niet zo vreemd dat in 1994 alweer begonnen werd met de voorbereiding van een nog betere en completere uitgave: ,,De vier delen uit 1990 zijn geen wetenschappelijke editie. Die uitgave was bedoeld voor een breed publiek, de teksten zijn gemoderniseerd, er is correct Nederlands van gemaakt en er zijn belangrijke nieuwe dateringen toegevoegd. Het was een jubileumuitgave die in 1990 klaar moest zijn en daardoor was er geen tijd om er een volledige, geannoteerde uitgave van te maken. Wij kunnen er slechts een paar kleine briefjes aan Van Gogh aan toevoegen en enkele fragmenten van hemzelf. Maar er zijn toch grote verschillen. Van Gogh schreef vaak een paar regels in de marge van een brief of onderaan. Van al die stukjes tekst hebben we geprobeerd vast te stellen waar ze thuishoorden. In alle vroegere edities tref je verlezingen aan. Nog nooit is een brief van Van Gogh precies zo gepubliceerd als hij hem heeft geschreven, dat mogen wij wel zeggen. De brieven zijn altijd een middel geweest om meer te begrijpen van het leven en werk van Van Gogh. Voor ons zijn de brieven het doel: het gaat om de brieven zelf. Door zoveel mogelijk tijdsdocumenten toe te voegen en door de annotaties proberen we ze een achtergrond te geven.''

Jansen en Luijten begonnen in 1994 met het maken van volledige transcripties van de ruim 800 brieven die in de kluis van het Van Gogh Museum liggen.

Luijten: ,,Het depot van het museum wordt `de kluis' genoemd, er zit ook een echte kluisdeur voor. Daar hebben we, achter slot en grendel, vier jaar in gezeten om de brieven heel precies te transcriberen, inclusief doorhalingen en toevoegingen. Nadat alles driemaal gecontroleerd was, zijn we begonnen met het publicabel maken van de tekst. Ons beginsel was: we verbeteren niets, we voegen niets toe tenzij er kans is op verwarring. Van Gogh had een gepassioneerde, gedreven manier van schrijven, hij was vaak emotioneel, wilde drie dingen tegelijk zeggen, raakte in zijn eigen redeneringen gevangen, maakte zich boos of luchtte zijn hart. Daarbij lette hij vaak niet op de zuiverheid van de formulering of op de interpunctie. De meeste fouten die hij maakte leiden niet tot misverstanden en dan laten we ze gewoon staan. Maar soms is een ingreep onontbeerlijk voor een goed begrip van de tekst. Als we bijvoorbeeld een punt of een komma hebben toegevoegd, zien die er net iets anders uit, zodat de lezer weet dat het een toevoeging is. Soms kan een komma het verschil uitmaken tussen een of twee schilderijen die hij noemt. Er zijn komma's waar we meer dan een uur over hebben gediscussieerd voor we besloten om die al of niet te plaatsen.''

Op de vraag waarom alle brieven niet in facsimile worden afgedrukt, zegt Leo Jansen: ,,Dan zadel je de lezer met de problemen op. Wij worden juist geacht die te kunnen oplossen. We hopen overigens wel dat de brieven in facsimile op internet beschikbaar komen. Het zou het mooiste zijn als je van de facsimile's kunt doorklikken naar onze transcripties en vandaar naar de teksten zoals we die hebben gepubliceerd. Maar ik weet niet of we dat nog zullen meemaken. Een digitale editie is gigantisch veel werk. Je kunt de brieven op het net gooien en ook onze annotaties en inleidingen, maar het linken van de annotaties en de teksten lijkt op dit moment nog een onoverzichtelijk karwei.''

De laatste paar jaar zijn Jansen en Luijten vooral bezig geweest met de annotaties bij de brieven. Daarmee zijn ze nu gevorderd tot het jaar 1882. Behalve gegevens over allerlei tekstuele kenmerken, zoals spelling, interpunctie en doorhalingen, bevatten de annotaties ook topografische, kunsthistorische, biografische en literaire informatie. Jansen: ,,Het gaat om: wie is wie en wat is wat. Samen met de conservatoren van het Van Gogh Museum doen we daar onderzoek naar. Vanmorgen hebben we de stratengids van Arles uit 1889-1890 bestudeerd. Van Gogh zat daar van februari 1888 tot mei 1890. In een van zijn brieven heeft hij het over een meneer Tardieu, hij meent dat dat de burgemeester van Arles is. Maar in de gids zien we dat Tardieu gemeenteraadslid was. Binnenkort gaan we naar Arles met een hele lijst vragen die we uit willen zoeken. We zijn in talloze archieven geweest. In Amsterdam, waar Van Gogh in 1878 woonde, hebben we uitgezocht naar welke kerken hij ging en welke dominees er voorgingen in de diensten die hij bijwoonde. We proberen ook alle kunstwerken terug te vinden die hij noemt, zodat we een beter inzicht krijgen in zijn vorming als autodidact. En we hebben een bestand opgebouwd van alle mensen die in zijn brieven voorkomen.''

Vervalsingen

Jansen en Luijten zeggen met nadruk dat hun onderzoek losstaat van de recente discussies over de vervalsingen van Van Gogh. ,,Het is wel zo dat in die discussies de brieven voortdurend als bron en bewijs worden aangehaald. Als je aan de hand van de brieven probeert te reconstrueren hoeveel Zonnebloemen Van Gogh heeft geschilderd, dan is de datering van die brieven cruciaal. Dus in die zin is ons werk toch belangrijk voor de vervalsingsdiscussie.''

Alleen al voor de dateringen, die Van Gogh vaak wegliet en die soms uit een poststempel blijken, is het belangrijk dat Luijten en Jansen alle brieven en enveloppen onder ogen krijgen. Maar dat blijkt onmogelijk.

De complete correspondentie van en aan Vincent Van Gogh moet uit zo'n 2.000 brieven hebben bestaan. Van de brieven aan Van Gogh zijn er slechts 80 bewaard gebleven, waarvan 40 afkomstig zijn van Theo. Deze zijn allemaal in het bezit van het Van Gogh Museum, evenals zo'n 720 brieven die Van Gogh zelf heeft geschreven. Volgens Jansen en Luijten is het onwaarschijnlijk dat er ooit nog een onbekende brief van Vincent van Gogh zal opduiken: ,,Sinds het begin van de vorige eeuw zijn alle mensen met wie van Gogh gecorrespondeerd heeft, en ook hun erfgenamen en familieleden, meerdere malen benaderd. De Haagse kunsthandelaar J. Tersteeg heeft eens bekend dat hij `twee- of driehonderd brieven' van Van Gogh in de kachel had gegooid. Zo zijn er veel meer verloren gegaan.'' Behalve de 720 brieven van Van Gogh in het museum zijn er ook nog een kleine 100 in particulier bezit. Weliswaar is de inhoud hiervan bekend en zijn ze gepubliceerd, maar voor het huidige onderzoek is het een probleem dat het origineel meestal niet meer geraadpleegd kan worden doordat niemand weet wie de eigenaars zijn. Van deze brieven waren er 58 gericht aan de Nederlandse schilder Anthon van Rappard (1858-1892) en 21 aan de Franse schilder Emile Bernard (1868-1941). De brieven aan Van Rappard kwamen in handen van zijn vriend Johan de Meester en na diens dood in 1931 werden ze aan een New-Yorkse handschriftenverzamelaar verkocht. De brieven aan Bernard zijn het laatst gesignaleerd in 1938 toen er een Engelstalige editie van verscheen.

Jansen: ,,Het zou voor ons van onschatbare waarde zijn als we de originelen konden inzien. Tot nu toe hebben een paar mensen die één brief in hun bezit hebben toegezegd dat we die mogen raadplegen. Maar de meeste eigenaren zijn bang voor de openbaarheid en willen onbekend blijven. We hebben nu het vermoeden dat één bepaalde brief aan Van Gogh's huisbaas M. de Zwart in Nederland is en we gaan proberen de eigenaar te traceren. De overige brieven zijn vermoedelijk in het buitenland. Soms duikt er een brief op bij een veiling en die kunnen we dan raadplegen. Bij Sotheby's in New York werden eind vorig jaar twee brieven aan de schilder Arnold Koning geveild die in 1933 afgedrukt waren in De Telegraaf. We mochten ze inzien en ontdekten dat er bij die publicatie uit 1933 hele zinsdelen waren weggelaten. Waar ze nu zijn gebleven, weten we niet. In Parijs werd onlangs een van de brieven aan Emile Bernard geveild. Daarvan bleek de tekst toch weer anders dan men tot nu toe dacht.''

Jansen vertelt dat het Van Gogh Museum bij de Parijse veiling op de brief aan Bernard geboden heeft, maar dat die voor ruim drie ton naar een onbekende telefonische bieder ging: ,,Aan het immorele bedrijf van dit soort exorbitante bedragen kan het Van Gogh Museum niet meedoen. Ik vind dat unieke historische documenten in publieke collecties horen en niet voor zulke bedragen naar particulieren mogen gaan. Het is helemaal verschrikkelijk als ze ook nog door handelaren in stukjes worden geknipt, zoals de laatste jaren onder meer gebeurd is met een blad uit een brief aan Van Rappard waarop Van Gogh een paar Franse gedichten had overgeschreven.''

Niet alleen worden brieven aan het oog onttrokken door onwillige eigenaren, er zijn ook brieven die op een andere manier onzichtbaar dreigen te worden. In de vitrine in het Van Gogh Museum zal deze zomer een brief liggen die bedreigd wordt door een niet te stoppen inktvraat en verpulvering.

Luijten: ,,Van Gogh schreef met ijzergallusinkt waarvan het zuur na verloop van tijd steeds verder door het papier heenvreet. Vooral bij tekeningen en bij dikke lijnen in de tekst zie je hoe de inkt doorslaat naar de achterkant en hoe daar vervolgens een gat ontstaat. Binnen een eeuw zijn alle tekeningen in de brieven zwaar beschadigd. De teksten zullen het wat langer houden, hoewel je ook daar al de doorslag van inkt ziet.''

De kleine brievenpresentatie in het Van Gogh Museum in Amsterdam duurt van 6 juli tot 9 september.