`Wat gebeurt er met me als we verliezen?'

Tjerk Bogtstra (34) wil ook volgend seizoen aanblijven als Davis-Cupcaptain. Maar de coach wantrouwt de bestuurders van de tennisbond.

Tenniscoach Tjerk Bogtstra wil ook volgend seizoen aanblijven als Davis-Cupcaptain met Paul Haarhuis als zijn assistent. Oorspronkelijk zou Haarhuis de huidige functie van Bogtstra overnemen als hij eind dit jaar definitief zijn racket opbergt. De 35-jarige Brabander zal nu als mentor van de jonge spelers gaan fungeren. ,,Met Haarhuis ben ik er wel uit'', vertelde Bogtstra op Wimbledon. ,,Tijdens het graveltoernooi in Amsterdam ga ik met de spelers praten over deze constructie en daarna leggen we het aan de bond voor. Maar ik wil voor de US Open duidelijkheid hebben over mijn positie.''

Naast een verlenging van zijn contract als Davis-Cupcaptain ambieert Bogtstra bij de Koninklijke Nederlandse Lawn en Tennisbond (KNLTB) een coördinerende functie in de begeleiding van jonge talenten. Maar de voormalige privé-coach van Jan Siemerink koestert wantrouwen tegen het bondsbestuur. ,,De mensen, die er eerst alles aan hebben gedaan om mij buiten de deur te houden, lopen nu met me weg'', constateert Bogtstra. ,,Na twee overwinningen in de Davis Cup wordt bij de bond blijkbaar anders over me gedacht dan daarvoor. Een ongeloofwaardige en tevens gevaarlijke situatie. Ik balanceer dus op een dunne draad. Wat gebeurt er dan met me als we een keer verliezen?''

Pas na lang tegenstribbelen honoreerde het bondsbestuur vorig jaar de eis van de spelers dat de huidige bondscoach Michiel Schapers als captain van het Davis-Cupteam zou worden vervangen door Bogtstra. ,,Het verzet bij de bond tegen mijn aanstelling was zo groot dat ik zelfs heb overwogen om me terug te trekken'', zegt de 34-jarige Tilburger. ,,Ik ben uiteindelijk tegen Spanje op de stoel gaan zitten, omdat de spelers dat wilden. De bond gaf me het gevoel: `als we van Spanje verliezen, zijn we meteen weer van hem af'. Ik vond het dan ook behoorlijk hypocriet dat juist die mensen mij na de winst op Spanje als eerste kwamen feliciteren. Ik heb ze meteen laten weten dat ik niet ben vergeten wat aan die wedstrijd vooraf is gegaan. Het ging echter niet om mij. De bond weigerde naar de spelers te luisteren, het was pure mannetjesmakerij.''

Nu Bogtstra met de nationale ploeg de halve finales heeft bereikt van het landentoernooi tracht het bondsbestuur zijn kennis te behouden. Maar de captain is sceptisch over de samenwerking met zijn voorganger Schapers en Hans Felius, bondscoach bij de vrouwen en tevens technisch coördinator toptennis, aan wie Bogtstra formeel verantwoording moet afleggen. ,,Ik heb het meeste vertrouwen in de coaches van de privé-scholen, die altijd achter me hebben gestaan'', zegt hij. ,,Van Schapers en Felius heb ik nooit iets gehoord, ja, nu het goed gaat. Felius heeft de steun van de bestuurders, ik van de spelers en dat lijkt me iets belangrijker. Natuurlijk zou ik met Schapers als opleider bij de mannen nauw contact moeten hebben. Toch heb ik nog nooit een gesprek met hem gehad en dat is inderdaad merkwaardig.''

Maar praten heeft volgens Bogtstra geen zin als het beleid van de KNLTB niet wordt bijgesteld. ,,Ik vind dat de juiste mensen op de juiste plaatsen moeten worden gezet'', verklaart hij, cryptisch. Bogtstra aarzelt, bijt op zijn lippen en zegt dan: ,,Volgens coach Alex Reijnders is dit het ideale moment voor veranderingen en ben ik de aangewezen persoon om ze door te voeren. Maar ik kan nog niet het achterste van mijn tong laten zien. Het probleem is dat het beleid van de tennisbond wordt bepaald door bestuurders, die niet uit het veld komen. Daarom is het essentieel dat de bond luistert naar de mensen, die jarenlang het gezicht van het Nederlandse tennis hebben bepaald. Ik twijfel nu nog of ik open kaart zal spelen. Maar ik kan niet functioneren als ik moet samenwerken met mensen, waar ik niet achter sta.''

Het liefste zou Bogtstra in Nederland willen trainen met jonge spelers als Wessels, Kempes en Van Lottum, die momenteel zonder coach reizen. ,,Maar ze moeten zelf aangeven wat ze willen, ik ga me niet opdringen'', stelt Bogtstra. ,,Ik zou wel eens willen weten, waarom Wessels geen coach nodig zegt te hebben tijdens de toernooien. Zou Tony Pickard jarenlang Stefan Edberg hebben begeleid, omdat hij zo'n aardige man was? Pickard had als coach een toegevoegde waarde. Maar als spelers niet willen investeren in hun carrière houdt het op. Bovendien beschikken we niet over de juiste faciliteiten. Nederland zou een nationaal tenniscentrum moeten hebben. Helaas is daar het geld niet voor.''

Net zomin als de Wimbledon-titel van Richard Krajicek in 1996 tot een tennishausse leidde, verwacht Bogtstra dat de triomftocht van het Davis-Cupteam nieuwe fondsen zal genereren. ,,Blijkbaar durft het bedrijfsleven niet te investeren in de opleiding van tennistalenten. Ze sponsoren wel een wedstrijd in de Davis Cup om hun relaties uit te nodigen. Maar de bedrijven vergeten dat Nederland straks geen Davis-Cupteam meer heeft als de tennisscholen vanwege een gebrek aan financiële middelen geen nieuwe spelers meer afleveren.''