Van der Jagt schrijft essay Boekenweek

De romanschrijver Marek van der Jagt schrijft het essay over het thema van de Boekenweek 2002, `Hebban olla vogala - Verhalen en gedichten over de liefde'.

Van der Jagt, die vorig jaar debuteerde met De geschiedenis van mijn kaalheid, is volgens de Stichting CPNB gekozen om zijn bewezen `affiniteit' met het thema liefde.

Marek van der Jagt, die volgens zijn uitgeverij De Geus in 1967 geboren is, werd vorig jaar onderwerp van controverse nadat in deze krant aannemelijk was gemaakt dat achter zijn naam de auteur Arnon Grunberg schuilging. Hij won de Anton Wachter-prijs voor het beste debuut maar kwam de daaraan verbonden geldprijs niet ophalen in Harlingen. Zowel Grunberg als zijn uitgever hebben overigens nooit toegegeven dat Van der Jagt niet bestaat.

De directeur van de CPNB, Henk Kraima, onderstreept dat Grunberg en Van der Jagt ,,twee verschillende auteurs zijn, hoewel er sterke vermoedens zijn dat dezelfde persoon erachter zit.'' Kraima zou dat laatste overigens geen bezwaar vinden. ,,Grunberg heeft inderdaad in 1998 het Boekenweekgeschenk geschreven [De heilige Antonio], maar ook Remco Campert heeft in verschillende jaren zowel een geschenk als een essay voor de Boekenweek geschreven.''

Ook vindt Kraima het niet erg dat Van der Jagt niet kan worden ingezet bij de promotie van de Boekenweek. ,,Het gaat bij ons altijd om het boek, niet om de auteur. Toen Hugo Claus het geschenk schreef, deed hij vooraf wel interviews maar heeft hij zich in de Boekenweek niet laten zien.''

Op de vraag of er niet tientallen andere auteurs waren met `affiniteit met het gekozen thema' antwoordt Kraima: ,,Dat zal je nog flink tegenvallen. Er zijn niet zo heel veel boeken waarin de liefde een dominante rol speelt, zoals in De geschiedenis van mijn kaalheid.'' In de roman van Van der Jagt is de hoofdpersoon wanhopig op zoek naar de `amour fou'.

Het Boekenweekessay van Marek van der Jagt zal vanaf 13 maart 2002 verkrijgbaar zijn voor tweeëneenkwart euro. Het geschenk wordt geschreven door Anna Enquist.